Voor de verandering zitten de zusters niet in de koorbanken maar ervoor
Een beamer in de abdij
Van onze verslaggever
De abdij van de zusters trappistinnen in Berkel-Enschot is een slotklooster. Ze verlaten hun abdij hoogst zelden en leven in een ritme van stilte en gebed. Op zaterdag 19 juni kwamen ze geen zeven, maar acht keer samen in hun sfeervolle abdijkerk. Midden in het koor stond het jongerenkoor Katharsis opgesteld, samen met muzikanten en een beamer. Onder leiding van frater Albert van der Woerd brachten zij de zusters een multimediale viering over het leven van Peerke Donders.
Een van de vrouwen van de markt in Tilburg-Noord. Franneke Hoeks heeft de foto's gemaakt. Zij zingt ook de solo in 'Delf mijn gezicht op' en haalt met gemak de hoge f, aan het eind.
Het combo (Marlous Nypels-toetsen, Mike Koolen-percussie, Lucas Beukers-contrabas) is speciaal samengesteld voor akoestische ruimtes als deze kerk. In een zaal met mindere akoestiek gebruiken we drums en elektrische bas.
Petrus Donders (1809-1887) werd in 1982 zalig verklaard. Met name in zijn geboorteplaats Tilburg is hij geliefd, zoals Katharsis merkte. Bij het lied ‘Delf mijn gezicht op’ wilden de makers van de viering foto’s projecteren van de gezichten van mensen op de markt in Tilburg-Noord. De meeste passanten voelden er niet veel voor, tot ze hoorden dat het ‘vur Peerke’ was.
Peerke Donders groeide op in een arm weversgezin en trok naar Suriname. Daar werkte hij onder de slaven en in de melaatsenkolonie Batavia. Met een enorme toewijding deelde hij het ellendige lot van de slaven en de zieken.
De trappistinnen van Berkel-Enschot leven traditioneel en teruggetrokken, maar zijn niet bang voor een experiment. Via www.katholieknederland.nl/mediapastoraat/getijden kan iedereen via Internet zeven keer per dag deelnemen aan de gebeden in de abdij Koningsoord. Het is de eerste keer dat een kloostergemeenschap haar vieringen via Internet openstelt voor het publiek.
De viering over Peerke Donders is ook een experiment. De zusters kunnen hun abdij niet verlaten om naar Katharsis te komen luisteren, dus kwam het koor van frater Albert naar de zusters toe. Met een mix van video, lezingen, beelden en zang wordt het leven van Peerke opgeroepen. Toch is ‘Met mensen verweven’ geen musical, veeleer een meditatie over lijden, medelijden, overgave en de liefde van God.
Opening van de viering met videobeelden van een weefgetouw uit het textielmuseum.
De viering verbeeldt dat ieder van ons de vezels van zijn leven weeft tot een draad, zoals wij samen van onze draden een weefsel maken. Dat gebeurt niet alleen nu, maar ook door de tijd heen. Katharsis zingt schijnbaar moeiteloos moderne Nederlandse liturgische gezangen, Afrikaanse melodieën en de aloude litanie der Heiligen, waarin de namen worden aangeroepen van Bonifatius, Franciscus en Titus Brandsma. ‘God van Peerke, doe ons verrijzen’, zingt het koor tot slot. ‘Maak ons gelukkig – leer ons te weven’.
Rob Haans, zingt met zijn vrouw Rianne in Katharsis. Zij waren dragende krachten in het jongeren-koor St. Lucas. Toen Rianne zwanger werd van Lisanne, stopte zij met het jongerenkoor, en startte zij het nieuwe koor Katharsis mee op.
Rob Haans: ‘We hadden deze viering al een paar keer gezongen, maar dit was wel heel speciaal, en niet alleen door de prachtige akoestiek. We waren al eens in de abdij geweest, we weten hoe de zusters zeven keer per dag in het koor staan te bidden en zingen. En nu stonden wij daar, met de zusters voor ons.
Natuurlijk wist ik wie Peerke Donders was, ik ben een Tilburger! Onze viering over hem is heel emotioneel. Vooral als we “Delf mijn gezicht op” zingen, terwijl achter ons al die gezichten van Tilburgers geprojecteerd worden. Dat raakt me, dan moet ik wel eens iets wegslikken om goed te kunnen zingen.
Ik ben zelf niet gelovig, geloof ik, ik zing gewoon graag. Ik geloof vooral in mijn gezin, maar als ik anderen kan helpen om hun geloof te beleven, dan is dat toch prachtig?’
Zr. Hadewych, cantrix en novicen-meesteres van de communiteit. De contacten met Katharsis lopen via haar. Zij heeft ook Studio Elim in 2000 de opdracht gegeven om een cd op te nemen van hun koorgebed.
Zuster Hadewijch: ‘Ik ben blij dat we na de viering eerst onze eigen vespers gingen bidden. Ik was te zeer ontroerd om meteen een reactie te geven. Ze zingen en spelen met vuur en concentratie, in een totaal andere stijl dan wij gewend zijn, maar wel precies op onze plek. Vroeger zaten er tralies voor het koor. Sinds zeven jaar is die ruimte open, maar ik schrik nog steeds als er mensen van buiten zomaar het koor binnenlopen. Ik ervaar het als heel intiem dat we Katharsis daar lieten zingen.
Het lied op het leven van Peerke Donders greep me. Zijn strijd zat erin, en zijn aanvaarding, ook van de leegte en het verdriet. “En diep van binnen weet mijn hart dat ik juist hier wonen zal”, zongen ze aan het einde van dat lied. “Dat ik hier ooit sterven mag, mijn bron hier is gaan stromen.” Bij die regels dacht ik aan mijn kloosterleven, want zo ben ik deze abdij gaan ervaren: als mijn plek in het leven.’