Een klein aantal schrijvers, een groot aantal meelezers: zo gaat het op elk internetforum en zo ging het dus ook met het forum op www.fraters.nu. Beide categorieën zijn de vier fraters even lief. En bij elk antwoord denken ze dus ook bewust aan die grote groep die meeleest.
Inmiddels is het forum gestopt. Iedereen die wil reageren kan dat rechtstreeks doen via de weblogs van de vier fraters (via: 'Wij zijn fraters'').
Hieronder een samenvatting van de reacties op het nu afgesloten forum.
Filosofisch en grof
De onderwerpen op het forum zijn zeer uiteenlopend. Soms bijna filosofisch (‘Je zet me wel aan het denken! Ik ben een doemens en geen theoloog of filosoof’,verzucht fr. Niek in een van zijn antwoorden). Soms bijna grof direct (‘Wat jij god noemt is een hersenspinsel. Voel je je nu belazerd?’, meldt ‘Bas Verbeek’. Waarop fr. Albert antwoordde: ‘Sorry, ik voel helemaal niks.’).
Een lange stevige discussie loopt met ‘SanErnesto’ die niet kan geloven in geloof: ‘Idealen zijn niet universeel en het geloof is dat zeker ook niet.’ Fr. Niek probeert dan uit te leggen dat de Geest die door God gegeven wordt best te zien is: ‘Kijkend naar de kern van veel religies, kijkend naar de Schrift, weet ik dat dat ook gaat over mensen die hart hebben voor de ander, dier de moed hebben om zich te uiten, die zich verwonderen en verheugen, die ieder uniek zijn, met eigen gaven en mogelijkheden.’
Samen zijn beide brievenschrijvers het er uiteindelijk over eens dat geloof nooit iets als ‘een uitkomst’ van een redenering kan zijn. Fr. Niek gebruikt dan het woord ‘bron’. ‘Wanneer geloven niet de uitkomst is, maar de bron, dan “gaat het er altijd over”. Het stelt mij voor de, soms moeilijke opdracht om steeds met God in dialoog te blijven. Het is onmogelijk te bevatten waarom deze wereld zo onvolmaakt is. Vanuit geloven als bron ervaar ik echter een kracht om te blijven proberen iets goeds aan deze wereld toe te voegen.’ Het overtuigt ‘SanErnesto’ niet, maar dat was ook niet de inzet van de discussie.
Anderen herkennen de idealen van de fraters en zouden er in hun eigen leven ook iets mee willen.
‘Claudia’, maatschappelijk werker onder verslaafden en justitiabelen, is van plan ‘kosteloos te gaan werken in de derde wereld. Ik probeer nog uit te zoeken wat en hoe, maar ik hoop dat het mijn leven zin zal geven.’
En je hoeft er niet gelovig voor te zijn, vindt ‘Moi’: ‘Ik ben overtuigd agnost, maar toch sta ik klaar om mensen te helpen. Ik heb hier geen geloof of toetreding voor nodig. Onzelfzuchtig hulp aanbieden is een teken van goedheid die alles te boven gaat.’
Die laatste opmerking vindt Arjan geweldig mooi. ‘Hij of zij heeft het over “goedheid die alles te boven gaat”. Nog één stapje, denk ik dan, en je bent bij de goddelijke oorsprong ervan. In feite verschillen de fraters en Moi niet zo veel, al beleven de fraters het religieus en Moi niet. Dat ene stapje, dat hóef je niet te zetten.’
‘Carla Ann’ zet in gedachten al vele stappen verder: ‘Ik denk soms dat het leven in een geloofsgemeenschap zoals jullie doen, de enige mogelijke manier van leven is zodra je je bewust wordt (…). Naarmate je meer openstaat voor God, ben je steeds minder in staat rekening te houden met de wensen, verwachtingen van een ander (mens) waarmee je plannen voor de toekomst maakt, omdat zijn/haar liefde en intenties immers niet volmaakt zijn.’
Fr. Albert reageert er in twee ‘brieven’ op, één keer mooi indirect: ‘Pas las ik ergens: In het Onze Vader staat geen enkele keer het woordje “ik”. Daar moet ik nog veel aan denken. Misschien is het oordeel dat ik nu over mijn leven heb maar een stukje van de puzzel. Ik hoop het, eerlijk gezegd.’
‘Arnout’ voelt zich ook aangesproken door de idealen van de fraters en vraagt zich af: ‘Is dit het dan wat God van me wil?’ Hij legt maar rechtstreeks de vraag voor ‘hoe je bij jezelf herkent dat God je geroepen heeft voor een leven in Zijn dienst?’ Fr. Albert antwoordt dat hij ‘nog nooit een stem uit de hemel heeft gehoord’. ‘Ik weet nog goed dat ik een keer op een ochtend wakker werd met de gedachte: ik moet anders gaan leven, anders kan ik niet de mens worden die ik graag wil zijn. Er deed zich toen de mogelijkheid voor om me aan te sluiten bij de fraters. Ik had het kunnen negeren, maar dacht: als ik dát doe krijg ik spijt. Van mijn keuze, nu bijna tien jaar geleden, heb ik nooit spijt gehad. Wel gebeurt het wel eens dat ik twijfel en denk: wat zou er anders zijn gebeurd? Dat is draaglijk voor mij.’
God houdt de schrijvers duidelijk bezig. ‘Respecteert God de mens?’ (Fr. Paul: Hij houdt van iedere mens. Hij ziet graag dat ieder wordt zoals zij (hij) ten diepste bedoeld is.) ‘Ik vind het moeilijk mij in te leven in een geloof aan een goddelijk wezen. Kunnen jullie mij proberen uit te leggen hoe jullie God ervaren?’
‘Carla Ann’ schrijft vanuit de Verenigde Staten hoe zij het Godsbeeld benadert. ‘Doordat we een “God-vormig gat” hebben wat gevuld moet worden, kunnen we weten wie we zijn en wie Hij is en dat we van Hem zijn.’ Fr. Albert vindt het een bijzonder beeld dat ‘Carla Ann’ gebruikt: ‘Zo ervaar ik dat ook: Er is een leegte in ons, een schrijnend litteken, die door niets anders dan God kan worden opgevuld. Zolang we dit gat volstoppen met werkdrift, overbodige luxe, sensatie, enz. blijven we hongerig en onvervuld rondscharrelen. Maar ik vind het persoonlijk heel lastig om van theorie ook praktijk te maken. Om daadwerkelijk mijn schijn-vul-gedrag te doorzien en me open te stellen voor God.’
‘Mediteren liever niet combineren met autorijden’
Nogal uiteenlopende onderwerpen worden verder aangesneden: van condoomgebruik tot de apocriefe geschriften, van evolutietheorie tot het bestaan van de hel. En bij sommigen roept een celibatair leven zoveel verbazing op , dat er rare correspondenties ontstaan en één frater zelfs uit z’n slof schoot (‘Van jouw manier van deelnemen aan dit forum heb ik eerlijk gezegd mijn buik vol.’)
Zo nu en dan valt er ook wat te ‘(glim)lachen. Als een chauffeur meldt dat hij zo’n 13 tot 14 uur per dag werkt en alleen achter het stuur grote behoefte krijgt aan meditatie, meldt een van de fraters bloedserieus: ‘Naar mijn aanvoelen is echt mediteren niet goed te combineren met autorijden. Wat je wel kan doen is je auto een keertje stil zetten en een kwartiertje mediteren.’
De mooiste vraag was misschien wel deze: ‘Hoe kan ik mijn tijd het beste besteden, zonder natuurlijk echt frater te worden?’
En één van de schrijvers (‘Hans’) moest om zichzelf lachen: ‘Het is jullie gelukt. Zelf ben ik niet gelovig, maar toch ongeveer jullie hele site gelezen. Als anderen dat ook doen en nog een beetje erover nadenken, dan is jullie missie geslaagd, zou ik zeggen. Het is in ieder geval niet EO-erig!’
Wat reacties op de fraters en hun site
‘Veel sympathie voor mensen die hun leven in het teken stellen van een ideaal’
‘Als ik jullie site lees dan kan ik alleen maar respect opbrengen voor het goede werk’
‘Leuk idee trouwens, deze site’
‘Een fantastische website waar dringend behoefte aan was!’
‘In jullie verhalen voel ik een grote liefde voor het leven en de anderen die mij ontroert.’
‘Fascinerend en spannend om te lezen over jullie keuzes. Maar bij vlagen ook ingewikkeld en saai (…) en braaf.’
‘Wat ik nou precies van jullie vind weet ik nog niet, maar dat het een bijzondere kennismaking over bijzondere keuzes is, dat weet ik wel!’
‘Jullie lijken ons een stel toffe peren! Wij vinden het een bijzonder goede ontwikkeling dat jullie via de digitale snelweg duidelijkheid geven over jullie leven en geloof.’Veel succes met de gewenste uitbreiding van jullie “bende”!’
‘’Sorry, frater word ik niet, maar ik heb wel veel waardering voor jullie werk.’
‘Goed idee deze site. Perfect opgezet. Laat de fraters ook als mens zien.’
‘Mijn complimenten voor deze site. Ik hoop dat jullie veel geïnteresseerde bezoekers krijgen.’
’Dat het jullie maar mag brengen wat je ervan verwacht!’
‘Echt een site om trots op te zijn!’
‘Interessant, zacht en vriendelijk’
‘Mooi initiatief’
‘Knap en bijzonder’
“verfrissend’
‘Super’
‘Suc6’