Maandag 9 februari
Het begin van de week is altijd spannend. Is iedereen het weekend goed doorgekomen? De ene leerling was blij naar huis te mogen. Voor een ander is het juist een opgave om het weekend thuis te moeten zijn. Een derde is het hele weekend op de leefgroep gebleven en ook dat is niet altijd een garantie voor een rustig weekend.
Meestal valt het gelukkig mee, zo ook deze week. Eén leerling heeft een merkbaar slecht weekend gehad. De verkering is uitgegaan en vandaag is ze dan ook ziek thuis. Als ik haar 's middags aan de telefoon heb, belooft ze om morgen te proberen weer naar school te komen. Ik hoop maar dat het lukt, want ze zat de laatste tijd eindelijk goed in haar vel.
Dinsdag 10 februari
Ook bij ons moeten ze er aan geloven: de Cito-toets. Ik vraag me af of dit nou echt moet. Waarom vallen we deze leerlingen, die zoveel energie voor hun eigen ontwikkeling nodig hebben nu lastig met zulke toetsen. Drie dagen is het gewone ritme ver te zoeken, terwijl ze dat ritme juist zo nodig hebben.
Maar toch… als we willen dat ze straks ook kansen krijgen in het regulier vervolgonderwijs, zullen ze een cito-score moeten hebben. Dus nemen we de drie dagen onrust voor lief.
Enkele leerlingen hoeven niet mee te doen. Hun leerachterstand is zo groot dat ze toch voorlopig niet naar regulier onderwijs gaan of ze zijn zo kwetsbaar dat ze door de toets totaal overvraagd zouden worden. Zij worden opgevangen in een andere klas tot de rust weergekeerd is. Een speciale cito-toets in speciaal onderwijs.
Woensdag 11 februari
Vaak kom ik nog het oude beeld van de leerkracht tegen die, zodra hij in het lokaal staat en de deur achter zich dichttrekt, eigen baas is. Misschien dat je dat soms in het regulier onderwijs nog wel eens tegenkomt, maar in mijn school is het ondenkbaar. Wekelijks hebben we op woensdag ‘begeleiding’. Een bespreking met de collega's uit het team waar we samen het plan voor iedere leerling uitstippelen en volgen. Zo hoef je niet alles zelf te bedenken en kun je ook steeds terugvallen op het team. Ik hoor er hoe het met leerlingen uit andere klassen gaat, zodat ik weet hoe ik moet reageren als ik ze in de gang of op het plein tegenkom. En we houden elkaar scherp! “Heb je dit al geprobeerd?” of “Hoe staat het met die en die? Zit er vooruitgang in?”
Regelmatig valt de verzuchting: “Ik weet het ook niet meer, hoe kan ik met deze jongen nu nog verder?” En daar waar je het als Einzelgänger zou opgeven, vinden we als team bijna altijd weer nieuwe creatieve oplossingen die onszelf en onze leerlingen weer een stukje verder dragen.
Donderdag 12 februari
Het hing al een tijdje in de lucht, de geruchten gingen al rond, maar vandaag was het dan zover. Toen ik in de pauze buiten kwam rook ik een opvallende geur. Geen twijfel mogelijk: hier werd wiet gerookt. Ik keek eens het groepje leerlingen rond. Een stuk of acht, waarvan vier rokers. Hoe ga ik er nu achterkomen wie het is. Mijn collega komt erbij staan. Hij heeft het ook geroken en spreekt de leerlingen aan. Ik zie een van de vier rokers gauw zijn peuk wegmoffelen. Bingo dus! Leerling mee naar binnen – ontkent alles. Gelukkig is er weinig twijfel mogelijk. Er volgt een schorsing voor vier dagen.
Goed gedaan? Duidelijke grenzen zijn belangrijk, maar toch roept het ook frustratie op. Gisteren hadden we het tijdens de bespreking nog over deze leerling gehad. Drie weken geleden is hij naar een andere klas gegaan en het bleek een goede keuze. De jongen deed het steeds beter en dan dit. Welke gevolgen gaat dit hebben? Kan hij de draad weer goed oppakken? Wordt dit de volgende school waar het misloopt? Vragen die die middag mee naar huis gaan.
Vrijdag 13 februari Een hype op internet en dus ook in de klas: Smack the pingu. Een simpel, maar verslavend spelletje waarbij een pinguïn een flinke mep krijgt, dan na een mooie vlucht een buikschuiver maakt en vervolgens zo ver mogelijk moet komen. Een leerling wist hem te vinden op internet. Een ander wist hoe hij dat kon kopiëren naar de andere computers zonder internet. En nu staat er een heuse competitie op het bord!
Maar vandaag geen school voor mij. Vier dagen in de week is genoeg. Omdat ik een afspraak in Rotterdam had, besloot ik om ook een bezoek te brengen aan de kunsthal voor de tentoonstelling over het werk van Alphonse Mucha. En daar zat ik rustig op een bankje wat informatie te lezen. Naast mij twee studenten, als ik zou moeten gokken van de kunstacademie. Van achter een muur komen gedempte geluiden van een videopresentatie. Een van de geluiden is een beetje rare piep of kwek. En een van de studenten zegt tegen de andere: “Hé, dat is het geluid van die pingu!” En ik zit meteen weer met mijn gedachten in school.