Kennismaking
Albert van der Woerd (Leiden, 1960) groeide op in een progressief niet godsdienstig gezin. Alberts vader speelde Beethoven op de piano en ook jazz-improvisaties met een combo. ‘Ik vond dat een mysterie: vier mannen komen binnen en een uur later klinkt er muziek.’ Na zijn VWO ging Albert dan ook schoolmuziek studeren in Rotterdam, de onderwijsvariant van conservatorium. Hij speelde in diverse bands en verdiepte zich in de new age. Vlak voor het einde van zijn studie kreeg hij een auto-ongeluk waardoor hij bijna een jaar uit de running was. ‘Ik was in de war’, vertelt hij daarover. ‘Ik deed wel van alles, maar ik had niet het gevoel dat daar uitkwam wie ik echt was.’
Na de militaire dienst – hij speelde in de kapel van de artillerie – maakte Albert alsnog zijn opleiding af en werd muziekleraar op drie scholen waar de vroegere leraren weggepest waren. ‘Maar ik vond het er geweldig', zegt hij. Een bezoek aan een katholieke kerk met Kerstmis had verstrekkende gevolgen, hoewel hij er in het begin niet veel aan vond. Langzaam begon het katholieke geloof hem te boeien en na vier jaar liet hij zich dopen.
Via een geldinzameling van zijn koor kwam hij in contact met een missieproject in Kenia, waar fraters van Tilburg werkten voor Aids-patiënten. ‘Ik vond het fascinerend dat ze vrede beleefden temidden van de dood en het verderf. Want in de gemeenschap en het gebed was die ellende niet weg, maar werd het voor mijn gevoel getransformeerd. Ik dacht: dat wil ik ook.'
Albert zocht contact met de fraters van Tilburg en trad een jaar later in. Nu leidt hij het jongerenkoor St. Lucas én het koor Katharsis. Katharsis richt zich op dertigers en veertigers (de ‘generatie X’) en noemt zich ook wel een ‘middenkoor’. Albert houdt zich vooral bezig met jongeren, geloof en muziek, onder andere via een prachtige geluidsstudio. ‘Je ziet zo veel mensen vertwijfeld of krampachtig scharrelen naar de volgende ervaring die ze zin moet geven. Terwijl je de zin van je leven zo maar kunt krijgen.’