Sporen van Maria
‘Je kunt wel een hoop doen, maar het begint met ontvankelijkheid en gebed. Als je daar geen tijd voor neemt, dan houd je het niet vol. Misschien heb ik daarom wel zo'n aandacht voor Maria. Toen ik districtscatecheet was viel het me op dat men op scholen gemakkelijker aandacht besteedt aan Mohammed of Allah, dan aan de eigen traditie. Daar heeft men een zekere gêne voor en dat vind ik jammer. Ik heb een cursus gemaakt om op de basisschool aandacht te besteden aan Maria. Dat project is net af.
Maria is voor mij de krachtige vrouw, mens zoals ik, vrouw zoals andere vrouwen en bovenal moeder. De Maria zoals ik ze tegenkom in de Schrift spreekt me dan het meeste aan. Zij staat naast haar zoon, blijft in Hem geloven, blijft Hem trouw in zijn moeilijkste ogenblikken en is een van de éérsten van zijn volgelingen als Hij eenmaal gestorven is.
Voor dat alles moet zij een groot hart gehad hebben: een hart om te kunnen incasseren, te kunnen bewaren en te kunnen liefhebben bovenmate. Wij fraters noemen haar daarom ‘Moeder van Barmhartigheid.'
En ik denk dat Maria belangrijk is in mijn leven omdat ze een vrouw van groot formaat is geweest die heel dicht bij haar Zoon stond. In die zin geloof ik ook in haar rol van voorspreekster bij Zoon Jezus.'
Gedragen door God
‘Mijn geluk zit ‘m in het samen zoeken naar God. Dat doen we in onze gebedsmomenten, door als gemeenschap te leven en door in de samenleving bepaalde taken en klussen op te nemen. Ik beleef heel sterk dat ik gedragen wordt, dat mijn leven gestuurd word, dat het leven zin heeft. Terugkijkend heb ik ook wel taken gekregen waar ik zelf niet aan dacht, maar die me wel veel goeds hebben opgeleverd.
Ik begin elke dag in de kapel. Dan ga ik geknield op zo'n meditatiebankje zitten. Zonder tekst, zonder woorden, alleen maar zitten en me voorstellen dat ik gezien word en welkom ben. Dat doe ik een minuut of twintig. Ik herken God als een stukje in mij, in harmonie onder medebroeders en andere mensen, in het goede dat gebeurt. Ik zie God als de partij die me steeds uitnodigt om opnieuw te beginnen.
Ik vind het mooi dat ik daarvan mag getuigen, met mijn mogelijkheden en onmogelijkheden. Juist als frater krijg ik de ruimte om daar verder in te groeien. Dat doe ik in mijn eentje en met anderen in de gemeenschap. Ik heb hier mensen ontmoet die voor mij een voorbeeld zijn.'
Doen en goed doen
‘Ik ben een praktisch mens. Niet zo een die het voortouw neemt en vergezichten schildert, maar wel een die veel werk kan verzetten. Binnenkort ga ik weer aan de slag met een zelf ontwikkelde cursus ‘Doen en goed doen’, over barmhartigheid in het beroep van verzorgende of verpleegkundige. In het verleden heb ik daar – altijd samen met een medebroeder, want dat vind ik belangrijk – een aantal huizen mee bezocht. De gesprekken die we daar voeren, over de inspiratie om in de zorg te werken, worden in de gezondheidszorg veel te weinig gehouden.'