Zondag 18 april
Deze dag gebruikt om op familiebezoek te gaan; daar was het Tweede Paasdag niet van gekomen. Met mijn moeder naar de mis geweest in de Sint Jan te Den Bosch. Een goedbezette viering die wel erg lang duurde. Ik vond vooral de preek te lang. Om 19.00 u moest ik weer thuis zijn voor een avond met de hele Elimgroep. ‘Elimbronnen’ heet dat. Gedurende anderhalf uur bezinnen we ons dan als Elimgroep op een thema dat door twee van de leden wordt uitgekozen en voorbereid. Ditmaal ging het over ons doopsel en wat dat voor ieder van ons betekent.
Maandag 19 april
Zoals altijd begint de dag voor mij om 6.30u. Opstaan, meditatie, morgengebed, ontbijt en geestelijke lezing. Dat is het vaste stramien. Daarna een vergadering van het bestuur van de congregatie, van de ‘Nederlandse provincie’. In Den Bosch. Daarna werk ik de zaken die daar aan de orde kwamen meteen uit.
’s Avonds kwam Alex, een jonge priester hier uit de buurt die dan altijd met ons Eucharistie viert.
In verband met mijn lidmaatschap van de Werkgroep Gezinsviering in onze parochie hadden we ’s avonds nog een vergadering over de viering van zondag 2 mei.
Dinsdag 20 april
Drie vergaderingen op één dag: ’s morgens van de Werkgroep Spiritualiteit van Barmhartigheid, ’s middags vergadering met het Generaal Bestuur en ’s avonds nog een van de Elimgroep. Da’s wat veel. Gelukkig hadden we om 19.00 u onze wekelijkse meditatiedienst zodat er ook wat ruimte was voor bezinning, stilte en gebed.
Ik vraag me op zo’n dag met veel vergaderingen weleens af: A quoi bon? Waartoe dient het? Wie heeft ooit gezegd dat Japanners en Nederlanders het meeste vergaderen van de hele wereld?
Toch waren het alledrie zinvolle bijeenkomsten waarin goede dingen zijn gebeurd en afgesproken. Ik wil bidden dat het allemaal mag bijdragen aan de komst van het Rijk Gods op aarde.
Woensdag 21 april
Op woensdagmorgen studeer ik altijd. Daar heb ik een vast moment in de week voor uitgekozen waar ik me ook aan houd. Ik ben bezig met het doorploegen van het boek van Kees Waaijman: ‘Spiritualiteit: Grondslagen, methoden en vormen’. De materie boeit me, niet alleen omdat spiritualiteit een begrip is dat je zo ontzettend veel tegenkomt, maar ook omdat ik daardoor mijn eigen spiritualiteit steeds meer op het spoor kom en daar ook een beter zicht op krijg.
De woensdagmiddag besteedde ik aan het bezoeken van enkele oude medebroeders op ‘Joannes Zwijsen’, ons kloosterverzorgingshuis. Ook hiervoor heb ik een vast dagdeel in mijn agenda gereserveerd.
Samen met onze communiteit in Udenhout, die onderdak verleent aan uitgeprocedeerde vluchtelingen, vierden we Eucharistie en aten we samen met de vluchtelingen een door een van de medebroeders bereide maaltijd.
En woensdagavond...sporten! Heerlijk is dat. Samen met mijn sportmaat Willem spelen we
één avond in de week badminton bij een badmintonclub.
Donderdag 22 april
Veel bureauwerk. Dan gaat mijn hart wel eens uit naar andere dingen, want ik ben eigenlijk veel meer een praktisch mens. Tussen de bedrijven door wel eventjes naar een communiteit van ons in de stad gefietst waar een medebroeder 75 jaar werd. Zo mag en kan ik de broederschap die we hoog in het vaandel hebben staan, wat in praktijk brengen.
’s Avonds hadden we nog een bijeenkomst met een groepje jongere fraters. Eens in de maand komen we bij elkaar. We spreken dan met elkaar over alles wat ons bezighoudt, wat ons met elkaar verbindt maar ook over………..toekomst. Want daar geloven wij als jonge fraters in!
Vrijdag 23 april
Op ons woonzorgcentrum ‘Joannes Zwijsen’ gaan een van de pastoraal werkenden en ikzelf een tweetal middagen verzorgen rond het thema ‘Wat is mij heilig?’. In die twee middagen proberen we met de verzorgenden en met het ondersteunend personeel in te gaan op zingeving, op de katholieke identiteit en op het fenomeen ‘frater’. Omdat we het belangrijk vinden dat ons personeel ook eens extra ‘gezien’ wordt, heeft de tweede en laatste middag ook een beetje het karakter van een verwenmiddag.
Op vrijdagmorgen hadden we een voortgaande bespreking over de eerste middag. Ik denk dat het een paar goede middagen gaan worden en heb er zin in. Omdat de groep zo groot is, moet het programma twee keer ‘gedraaid’ worden.
Overigens vind ik het heel belangrijk dat wij fraters proberen om dingen samen te doen met het personeel van ‘Joannes Zwijsen’ om zo ook zo lang mogelijk zichtbaar te blijven. Ook onze oudere medebroeders ervaren dit als zinvol. Op Goede Vrijdag verzorgde ik bijvoorbeeld een overweging rond het Lijden van de Heer, samen met een andere pastoraal werkende van ‘Joannes Zwijsen’. Die kreeg later van de oude fraters zélf te horen dat ze dit heel fijn hadden gevonden.
De om de twee weken terugkerende vrijdagavondmeditatie rond de Schrift hielden we weer op deze vrijdagavond. Het verschil tussen de dinsdagavondmeditatie waarover ik het hierboven had en deze meditatie is onder andere dat er op vrijdagavond een contemplatieve dialoog bij is, terwijl dat tijdens de dinsdagavondmeditaties niet het geval is. Op dinsdag is er meer stilte.
Zaterdag 24 april
Een van mijn Keniaanse medebroeders, Jason, is vandaag jarig. Hij wordt 43: even oud als ik. Hopelijk ontvangt hij de brief die ik hem geschreven heb, op tijd. Ik heb met hem geleefd toen ik in Kenia woonde.
Verder is deze dag een dag van wat bijlezen, kamer schoonmaken en opruimen, de auto wassen en wat brieven schrijven.
’s Avonds van 21.00-22.00 u heb ik ‘Stille Aanbidding’ gedaan in de kerk van de Heuvel, hier in Tilburg.
Dat doe ik al een aantal jaren. In een kleine torenkapel is er 24 uur per dag Stille Aanbidding bij het Allerheiligste. Voor ieder uur is er één vrijwilliger, die dan weer afgelost wordt door een volgende. Voor mij een goed, wekelijks terugkerend rustmoment dat mede helpt de balans tussen actie en contemplatie in evenwicht te houden.
In de dagboekestafette in het nu de beurt aan frater Albert.