Maandag 28 maart: Tweede Paasdag Tweede Paasdag is een dag waarop we de familie kunnen bezoeken. Ik maak daar gebruik van.
Op Eerste Kerstdag, Eerste Paasdag, Eerste Pinksterdag zijn we in de gemeenschap en dat is ook goed want in de gemeenschap, in de communiteit hebben wij ons thuis. Dat neemt niet weg dat het gevoel van 'thuiskomen' als je naar je familie gaat ook weldadig kan zijn.
Het weer is redelijk deze dag en ik ben blij te constateren dat mijn familie in welstand is.
We gaan 's middags nog even naar het kerkhof waar een neef van mij begraven ligt die vorig jaar met een auto-ongeluk om het leven is gekomen.
Daarna bezoeken wij zijn vader en moeder eventjes. Op mijn vraag of het allemaal een beetje lukt, antwoordt mijn tante dat ze verder moet. Voor mijn oom is het heel moeilijk: hij kan er maar niet over uit dat hij zijn jongen voor altijd zal moeten missen.
Er zijn nog twee zonen en een dochter in het gezin maar daarmee heb je de vierde niet terug.
Juist op dagen als Pasen is het gemis extra voelbaar. Wat betekent verrijzenis, wat betekent Pasen voor mijn oom en tante in deze situatie? Ik durf daar niet over te beginnen, voel dat ik alleen maar nabij kan zijn en luisteren naar hun verhaal. Misschien dat het erover kunnen praten iets van opluchting geeft. Wie weet hebben ze later tegen elkaar gezegd: 'hij luisterde naar ons en had aandacht voor ons. Dat geeft weer een beetje moed en kracht voor de dagen die komen gaan.'
Ik weet het niet…..
Dinsdag 29 maart Weer werk aan de winkel! frater Andreas
Met Wout werk ik aan de voorbereiding van de maandelijkse frater Andreasviering. Die wordt telkens op de eerste maandag van de maand gehouden in de kapel van ons Generalaat. Wout en ik zijn ervoor gevraagd zodat dan niet steeds dezelfde mensen ervoor hoeven te zorgen en er aldus ook wat afwisseling is. We werken er enige tijd aan en maken een vervolgafspraak. Taken worden verdeeld.
's Avonds in de dinsdagavondmeditatie zijn er twee gasten die vanuit de opleiding voor Maatschappelijk Werk een meditatie willen bezoeken. Daarna hebben ze met enkelen van ons een nagesprek.
Het blijkt dat, en dat wist ik eigenlijk ook wel, in het maatschappelijk werk ook veel cliënten voorkomen met zingevingsvragen. Overigens is een van beiden een moslim. Dat vind ik mooi, want die komen niet zo vaak naar ons toe.
Woensdag 30 maart 's Morgens een hoop dingen afwerken op mijn kamer: bureauwerk zogezegd.
's Middags een bezoek aan ons kloosterverzorgingshuis. Ik bezoek twee oude medebroeders. Het zijn niet altijd de gemakkelijkste bezoeken maar ik doe het graag. Luisteren en nabij-zijn vind ik belangrijk.
Onze medebroeders zitten sinds twee jaar op een tijdelijke locatie in verband met nieuwbouw. Dat valt voor hen niet altijd mee. Een geluk is wel dat het voorjaar er weer aankomt en ze nu meer naar buiten kunnen.
's Avonds sporten. Flink zweten en even nergens anders aan denken.
Donderdag 31 maart We houden huisberaad. Een huisberaad heeft vaak een tweeledig karakter: enerzijds moeten er een aantal zaken geregeld en afgewerkt worden, anderzijds zijn er ook zaken van inhoudelijke aard die besproken moeten worden.
In dit huisberaad doen we beide: na het afwerken van een aantal praktische zaken spreken we met elkaar over de invulling van gastvrijheid in Elim. Dit is overigens een vervolggesprek op een tweetal eerder gehouden gesprekken hierover. Het is fijn dat we tot een paar concrete afspraken kunnen komen. Ik ervaar het huisberaad als zinvol.
Maar als we klaar zijn is de dag nog lang niet om en ga ik me voorbereiden op de volgende vergadering van vandaag: een met ons Provinciaal Bestuur en dat van de Broeders van Dongen.
We vergaderen 's middags met hen in Dongen. Ze hebben onlangs een nieuw Provinciaal Bestuur gekozen en het is voor de eerste keer dat wij met dit nieuwe bestuur vergaderen.
Als opening van de vergadering neemt de Provinciale Overste van de Broeders van Dongen een gebedstekst uit een boekje dat òns Generaal Bestuur onlangs publiceerde.
Na de vergadering is er een kort informeel samenzijn waarna ieder weer huiswaarts gaat.
Vrijdag 1 april Na de vergadering met het Stichtingsbestuur van Elim – die ik als coördinator van de volwassenenactiviteiten in de Elimzaal moet bijwonen – volgt de wekelijkse sharing met mijn medebroeder Gustaaf rond een van de boeken van 'Het verhaal gaat' van Ds. Ter Linde. We zijn een tweetal weken geleden begonnen met de Wijsheidsliteratuur, namelijk het Boek Prediker.
Na de profeet Hosea, een van de 12 'kleine' profeten ervaar ik Prediker toch als minder zwaar.
Prediker geeft klip en klaar aan dat een mens mag genieten, moet genieten van zijn leven.
We hebben samen een levendige discussie over de van te voren bestudeerde schriftpassages van Prediker 2 en 3 en de commentaren erbij van Ter Linde.
Na het avondgebed ga ik op de fiets naar een oud-collega van het Catechetisch Centrum. Zij heeft de dag tevoren afscheid genomen als administratief medewerkster en verantwoordelijke voor de bibliotheek. Ze heeft een aantal (oud-) collega's uitgenodigd bij haar te komen eten en ik behoor ook tot de gelukkigen.
Het is weldadig weer eens met deze club mensen samen te zijn en, wat wil je, het heimwee naar Ethilon komt ook wel zo nu en dan naar voren. Dat neemt niet weg dat ik voel en weet dat destijds de goede beslissing is genomen om te stoppen met mijn werk aldaar. Ik merk zelf ook wel dat ik nu veel meer tijd heb voor de dingen die de eigen gemeenschap van mij verlangt en ik kan alles nu ook beter voorbereiden en rustiger uitvoeren. Ook mijn aanwezigheid bij de gemeenschappelijke momenten door de dag kan ik nu goed gestalte geven.
Om goed 22.30 uur fiets ik weer terug naar huis. Nog lang niet iedereen is weg, maar het is mooi geweest!
Zaterdag 2 april
We komen 's middags bij elkaar met onze groep 50-minners: Albert, Niek, Paul en ikzelf. Na koffie/thee praten we elkaar uitgebreid bij: wat heeft ons de afgelopen tijd beziggehouden, wat schept vreugde, wat zorg? Hoe heeft ieder van ons de Veertigdagentijd en Pasen beleefd, hoe is het met ieders werk/apostolaat gesteld? We zitten wegens het heerlijke weer buiten.
Het is zó half 6 en we sluiten ons aan bij het avondgebed van de Eleousacommuniteit in Vught waar Niek woont en waar we onze bijeenkomst hebben.
Daarna gaan we met elkaar een hapje eten in een door Niek uitgekozen restaurantje in Vught. We zijn nog niet eerder met z'n vieren uit eten geweest en we hebben het goed met elkaar. Het eten smaakt prima!
Als ik, teruggekeerd uit Vught, naar het centrum van onze stad Tilburg fiets voor 'mijn' aanbiddingsuur is het buiten behoorlijk afgekoeld. Ik zit nog maar net 10 minuten in de Sacramentskapel van de Heuvelse kerk (een begrip in Tilburg, die kerk van de parochie Heuvel) als de doodsklok begint te luiden. Ik begrijp het meteen: de Paus is overleden. Mijn gebeden dat uur zijn voor hem. Het is goed dat hij uit zijn lijden is verlost.
Zondag 3 april In de kerk krijg ik tijdens de mis een (voorlopig) antwoord op mijn vragen rond het verdriet waar mijn oom en tante mee zitten. Ik schreef daarover in mijn dagboek bij Tweede Paasdag:
'Juist op dagen als Pasen is het gemis extra voelbaar. Wat betekent verrijzenis, wat betekent Pasen voor mijn oom en tante in deze situatie? Ik durf daar niet over te beginnen, voel dat ik alleen maar nabij kan zijn en luisteren naar hun verhaal. Misschien dat het erover kunnen praten iets van opluchting geeft. Hopelijk hebben ze later tegen elkaar gezegd: 'hij luisterde naar ons en had aandacht voor ons. Dat geeft weer een beetje moed en kracht voor de dagen die komen gaan.'
Ik weet het niet… '
De priester preekt naar aanleiding van het Evangelie van de 'ongelovige' Thomas over het paasgeloof en over Thomas die zijn handen in de gewonde zijde van de Heer mag leggen. Deze priester zegt: 'Uit pijn en verdriet kunnen nieuwe dingen voortkomen. Daar heb je iemand/Iemand voor nodig. En Pasen is misschien wel: mensen weer een beetje op de been helpen, bijzonder hen die het moeilijk of zwaar te verduren hebben.' Verder wil ik hier geen uitleg geven.
Maar ikzelf heb hier wat aan.
De mooie Gregoriaanse gezangen, de kaarsen, de wierook, de mooi versierde en redelijk goed gevulde kerk brengen mij, samen met de preek een gevoel van rust en bemoediging. De verdere dag denk ik nog na over wat ik in de preek gehoord heb.
's Avonds hebben we nog Elimbronnen, een anderhalf uur durende bezinnende bijeenkomst samen met alle leden van de Elimgroep. En na de inspirerende woorden van vanmorgen krijg ik ook in Elimbronnen nog enkele mooie gedachten aangereikt. Hopelijk kan ik het in de week die komen gaat allemaal een beetje vasthouden.