God
‘Mijn geloof is allesomvattend. God zit in mijn bestaan, of ik wil of niet. Ik ervaar Hem als een geschenk dat ik koester. Ik heb het zomaar gekregen, zonder ervoor te vechten. Ik ervaar Gods aanwezigheid niet altijd. Soms heb ik het gevoel dat ik niet bij Hem kan komen, dat Hij er niet meer is. Een woestijn is dat voor me. Op onverwachte momenten blijkt Hij er dan toch te zijn.
Mensen hebben altijd schaduwkanten. God is te groot om te begrijpen, maar ik heb wel het gevoel dat ik alles bij Hem kwijt kan. Hij wil alleen maar het beste voor mij en voor alle andere mensen. Omdat ik er nu dagelijks mee bezig ben en ook vaak meditaties voorbereid is het wel inniger en warmer geworden. Vroeger was die basis wat dunner. Het is een heel intieme en persoonlijke band, maar ik merk wel herkenning bij anderen, die aanvoelen hoe ik dat beleef.
Door het dagelijkse gebed en de meditaties is het verdiept, en ook door de broederschap in ons huis. Mijn medebroeders geven me het gevoel dat ik erbij hoor, ongeacht wat er gebeurt. We vinden het voor elkaar belangrijk dat we het goed maken.'
Leergeld
‘Toen ik rechten ging studeren wilde ik al God en de mensen dienen. Dat klinkt verheven, maar zo beleefde ik mijn verlangen. Ik wilde zorgen dat ik mijn kennis en talenten in dienst stelde van de samenleving. Ik dacht in eerste instantie aan een overheidsinstelling, maar het werd uiteindelijk de Rabobank. In die baan en in mijn privé-leven heb ik me ingezet voor mijn idealen. Na een aantal jaren merkte ik dat ik daar niet verder in kon. De advertentie-campagne van de fraters sloot aan bij mijn verlangen om anders te gaan leven.
De fraters van Tilburg doen van oudsher al heel praktisch werk, voor mensen die vanuit commercieel oogpunt helemaal niet interessant zijn. Maar dat werk geeft mij juist een goed gevoel. Ik word er dankbaar van dat ik iets mag doen voor mensen die kwetsbaar zijn.
Nu werk ik onder andere als vrijwilliger voor Leergeld, een stichting die kinderen helpt van wie de ouders geldproblemen hebben. Door onze hulp kunnen ze toch op een sportclub of hoeven ze het schoolreisje niet te missen. De meeste mensen die ik bezoek weten niet dat ik een frater ben. Dat hoeft ook niet, het gaat erom dat hun kinderen meer kansen krijgen om zich te ontwikkelen.'
Gevangenisbezoek ‘Naast mijn werk voor de congregatie en Leergeld bezoek ik geregeld vreemdelingen die hier in de gevangenis zitten. Het gaat meestal om mensen die waarschijnlijk niet in Nederland mogen blijven, maar nog niet weten wanneer ze worden uitgewezen. Ook heb ik soms andere contacten, zoals met een man die alleen thuis woont en bijna niemand kent. Iedere keer weer zegt hij dat hij het zo fantastisch vindt dat er iemand bij hem komt, omdat hij anders zo verschrikkelijk alleen is. Maar ik probeer ook te voorkomen dat ik voor zo iemand onmisbaar word.’