Zondag 2 mei 2004 De week begon met het bericht dat frater Remigius vannacht is overleden, 90 jaar oud. Hij was een man met veel talenten – als musicus, als docent Nederlands, Duits en Frans en als bestuurder binnen de congregatie. Tot op hoge leeftijd is hij taken blijven vervullen, onder meer redactiewerk voor een tijdschrift. Dankbaarheid overheerst voor wat deze man voor de gemeenschap heeft betekend en voor het feit dat hij zo’n hoge leeftijd heeft mogen bereiken en nog vrij lang vitaal is gebleven.
De komende week zal voor mij mede in het teken van zijn overlijden staan.
Om 11 uur woonde ik de eucharistieviering bij in de parochiekerk (St. Lucas). Deze is gebaseerd op de viering die is ontwikkeld voor Roepingenzondag 2004, voornamelijk door jongeren uit het Jongerenkoor St. Lucas. Via een website is deze voor iedere belangstellende toegankelijk gemaakt. De opdracht tot het maken van deze viering kwam uit de Nederlandse kerkprovincie (Interdiocesaan Roepingenoverleg).
Het meest trof me dat we samen stilstonden bij ‘geroepen-worden’: geroepen om jezelf toe te vertrouwen aan God, om bij de kerk (de mensen die die weg willen gaan) te horen, ieder op zijn eigen manier.
Niek was uit Vught gekomen om de viering bij te wonen en at daarna in de Elim-communiteit mee. Na de afwas hadden Albert, Caspar, Niek en ik nog even tijd om over de website te praten en de eerste reacties te bespreken.
Maandag 3 mei 2004
In de ochtend heb ik tijd genomen voor reacties op de website: ze komen binnen op het forum, maar ook via e-mail en telefoon. Ik ben, uiteraard, blij met positieve reacties, maar ook met kritische vragen en opmerkingen: ze kunnen me gelegenheid bieden om misverstanden uit de weg te ruimen.
Ook deze week ben ik enkele keren op huisbezoek gegaan voor Stichting Leergeld Tilburg.
Vanmiddag kwam ik in een gezin dat ik nog niet kende. De moeder sprak en verstond de Nederlandse taal niet goed. Haar 13-jarige dochter was erbij en vertaalde. De vader van het gezin was voor enige tijd in het buitenland wegens familie-omstandigheden.
Het was niet de eerste keer dat ik een van de kinderen zag optreden als tolk in een gesprek over de financiën van het gezin. Het moet toch heel wat zijn voor een 13-jarige om hierin betrokken te worden. Een alternatief heb ik echter niet zo gauw bij de hand: nog los van de vraag of de mensen zelf een tolk van buiten zouden willen, is het voor de stichting niet op te brengen om er een in te huren.
Op de terugweg ben ik even in het generalaat van onze congregatie geweest om afscheid te nemen van frater Remigius Heesbeen. Hij lag daar opgebaard.
Dinsdag 4 mei 2004
Mijn tweede huisbezoek. Het werd een relatief lang gesprek. Het ging niet alleen over de concrete aanvraag maar over allerlei zaken die in het gezin speelden en die de moeder met mij wilde delen. Ik kreeg er het gevoel bij dat het een goed bezoek was waarin zowel de concrete hulpvraag (sport, schoolboeken) als de verhalen over het gezin aan de orde kwamen. Ik hoop dat ik er voldoende tijd en aandacht aan gegeven heb en dat deze vrouw er ook een goed gevoel bij had.
Vanavond woonde ik in onze kapel de meditatie bij over Maria, moeder van barmhartigheid. Ook de andere meditaties in deze meimaand zullen over Maria gaan.
Er zijn ook op dinsdagavond altijd mensen van buiten bij, die deelnemen aan de meditatie. Na afloop drinken we koffie of thee met degenen die nog even willen blijven.
Woensdag 5 mei 2004
’s Morgens werd de uitvaartdienst gehouden voor fr. Remigius. Ik vind dat er op waardige wijze afscheid van hem is genomen. In de homilie werd er uitgebreid op ingegaan wat voor mens hij was. De hele viering ademde het vertrouwen dat hij nu bij zijn Schepper is, dat hij verrijst of zal verrijzen, dat het niet afgelopen is.
Aan het eind van de middag heb ik Richard bezocht. Samen zijn we uit eten gegaan bij iemand uit de parochie. Er was een groep van acht mensen en Richard en ik hadden het erg naar onze zin. Ook nu merkte ik weer dat hij het gezelschap nodig had van iemand die hij vertrouwde. Ik vermoed dat hij niet gauw alleen aan zo’n etentje zou deelnemen.
Nu hij zich op zijn gemak voelde, praatte hij ook met de anderen. Ik merkte dat hij zich daar vrij in voelde.
Donderdag 6 mei 2004
Ik had met Richard de afspraak gemaakt dat ik om 3 uur nog even bij hem zou binnenlopen. We zouden dan nog kunnen napraten over het etentje van gisteren, en ik wilde hem nog eens even alleen zien. Hij was echter niet thuis.
Binnenkort ga ik nog eens terug.
Vrijdag 7 mei 2004 Vanavond werd er weer een meditatie gehouden in de studio. Ik had die voorbereid.
Als bijbeltekst had ik fragmenten uitgekozen van de profeet Habakuk. Die trad op in Jeruzalem en omgeving in de tijd dat de Babyloniërs het land onder de voet dreigden te lopen. Het was een onveilige wereld waarin hij profeteerde, en ik moest bij de voorbereiding denken aan de wereld van nu. Habakuk klaagt tegenover God dat die niet naar hem luistert en dat het kwaad in de wereld sterker lijkt dan het goede. De veroveraars en onderdrukkers lijken de overhand te hebben. Maar vervolgens zegt diezelfde Habakuk dat hij blijft wachten, ernaar blijft uitzien dat zijn visioen werkelijkheid wordt. Dat visioen is: dat de mens die op God vertrouwt, die de kant van het kwade niet kiest, die niet meegaat in de ‘waan van de dag’, zal blijven leven door zijn trouw. Het gaat hierbij niet om een volmaakte mens – die bestaat immers niet – maar om een mens die steeds weer probeert om te leven zoals de Bijbel ons dat voorhoudt, ook al merkt hij elke dag weer dat hij het niet haalt.
Om kwart voor 5 hadden we ons voorgesprek, waarin we een bijbeltekst (voor een van de volgende meditaties) bespraken. Daarbij was ook nu weer iemand aanwezig die goed thuis is in de methode van mediteren die wij volgen(volgens de Geestelijke oefeningen van Ignatius van Loyola).
Zaterdag 8 mei 2004
In het centrum Zin in Werk (Vught) werd een aantal workshops gehouden over barmhartigheid. De organisatie was handen van een aantal goede bekenden, die lid zijn van de ‘beweging van barmhartigheid’, een groep mensen voor wie ‘barmhartigheid’ belangrijk is in hun leven.
Ik had ingetekend voor twee workshops en beleefde daar veel plezier aan.
De eerste bestond uit bibliodrama: het verhaal van de ‘verloren zoon’ uit het Lucas-evangelie werd voorgelezen en daarna verdeelden we ons in drie groepen. Elke groep stond voor één personage uit het verhaal (de vader, de oudste zoon, de jongste zoon) en de mensen uit die groep speelden niet slechts dat personage, maar wáren het op dat moment. We deden dit drie keer, en ieder was steeds een ander personage.
Ik had het gevoel dat ik heel goed mezelf kon zijn: bij ieder van de drie personages voelde of reageerde ik op een manier die ik typisch vond voor mezelf.
’s Middags was er de tweede workshop: verhalen vertellen. Onze begeleidster begon met een verhaal en we mochten daarop inhaken door een verhaal te vertellen dat in ons opkwam.
Wat deze dag met barmhartigheid te maken had?
Ik heb weer eens ervaren hoe veel gezichten barmhartigheid kan hebben, op hoeveel verschillende manieren mensen barmhartig kunnen zijn of barmhartigheid kunnen ontvangen. Ook heb ik er weer eens bij stilgestaan hoe ik reageer in bepaalde situaties (b.v. een conflict tussen de oudste en de jongste zoon) en heb ik gezocht naar wat voor mij dan een barmhartige houding is.