Zondag 26 september 2004 Dit is een bijzondere dag voor Niek en voor mij: wij hernieuwen onze professie voor de periode van een jaar. Dat betekent dat we uitspreken, ook het komende jaar weer als fraters te willen leven, in gemeenschap, in dienst aan de medemens en onder de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.
Dat uitspreken gebeurt vandaag tijdens een eucharistieviering in de kapel van het fraterhuis in Vught, waar Niek woont. We hadden gekozen voor een eenvoudige viering in een klein gezelschap: onze huisgenoten waren aanwezig en vertegenwoordigers van het algemeen bestuur.
Bij het voorbereiden van de viering hadden we besloten, Vincent de Paul centraal te stellen. De kerk gedenkt hem op 27 september, maar congregaties als de onze - voor wie hij van zo grote betekenis is - mogen op de dichtstbijzijnde zondag zijn gedachtenis vieren.
Een uitgelezen mogelijkheid om nog eens met zijn persoon en gedachtegoed bezig te zijn, en dat in een kring van medebroeders!
In de viering lieten we Vincent zelf aan het woord: Niek las een citaat van hem voor over 'liefde als opdracht'. Hij stelt dat het niet alleen gaat om de liefde tot God, maar ook om de liefde tot de medemens uit liefde tot God. Het is belangrijk dat we ons helemaal aan God overgeven om deze waarheid goed tot ons te laten doordringen. God heeft ons uitgekozen als instrumenten van zijn onmetelijke vaderliefde. Hij wil dat deze liefde zich over heel de wereld verbreidt en overal om zich heen grijpt.
Rake woorden, die naar mijn idee goed weergeven waar het in het leven van fraters om gaat, maar even goed in het leven van ieder ander die liefde als zijn opdracht ziet. Voor mij typeren deze woorden Vincent de Paul als een soort van 17 de -eeuwse Moeder Teresa: bekend(in het Frankrijk van zijn tijd), radicaal, overvloeiend van liefde en toch - of juist daarom - zo menselijk nabij.
Maandag 27 september 2004
De hernieuwing van de professie en de woorden van Vincent de Paul werken - hoe kan het anders? - door. Ze kleuren deze week. Ik merk dat in de gewone dagelijkse dingen: de voorbereidingen voor het Elimprogramma, gesprekjes met huisgenoten, de eucharistieviering aan het begin van de avond in de kapel van ons huis.
Concreet betekent dit dat ik me er meer dan anders bewust van ben hoe belangrijk die gewone dagelijkse dingen zijn, omdat ze het gemeenschapsleven ondersteunen(in mijn professie heb ik uitgesproken, in gemeenschap te zullen leven), omdat ze direct voortvloeien uit het beroep dat op me gedaan wordt om bepaalde taken te vervullen(gelofte van gehoorzaamheid) en omdat ze passen bij 'liefde als opdracht'(woorden van Vincent de Paul) - liefde tot God, die ik in de eucharistieviering maar ook bij het verrichten van werkzaamheden en bij het voeren van gesprekjes ervaar, en die onverbrekelijk verbonden is met liefde tot de medemens. Ook het 'instrument zijn van Gods onmetelijke vaderliefde'(woorden van Vincent de Paul) ervaar ik: ik heb het gevoel dat ik niet zelf allerlei dingen tot stand moet zien te brengen, maar dat ze a.h.w. door mij gedaan worden, soms bijna alsof het vanzelf gaat.
Dinsdag 28 september 2004 's Middags ga ik met Albert naar Nijmegen. Daar verdedigt Wiel Smeets, met wie Albert nu en dan samenwerkt op het gebied van jongerenpastoraat, zijn proefschrift. Het heeft de merkwaardige titel: Tegenstrijdig ongeloof , en is geschreven rond interviews met een achttal studenten die op een oproep van Wiel afkwamen: daarin werd gevraagd of zichzelf ongelovig noemende studenten met hem een bezoek wilden brengen aan een abdij en in gesprek wilden gaan over wat ze daar beleefden. Deze ervaringen leidden tot verheldering bij de studenten. Voor sommigen werd het duidelijk dat ze met God en kerk inderdaad niets hadden, zoals ze al dachten. Er waren er ook enkele bij die ontdekten dat 'zoeken naar God' hen persoonlijk iets deed, en dat ze er misschien verder mee wilden gaan. En voor een groepje gold dat de 'weg naar God' hen persoonlijk niet trok, maar dat ze wel waren gaan zien dat 'God-zoeken' een reële levenshouding of -keuze kan zijn, dat dit voor een aantal andere mensen een begaanbare weg is die hen vervult. ( Besteladres proefschrift )
De vragen die Wiel van de promotiecommissie krijgt, zijn pittig, maar hij weet er goed op te antwoorden. Na de uitreiking van de doctoraalbul en de receptie is er een avondprogramma, dat wordt afgesloten met 'completen'(dagsluiting, zoals die in kloosters vaak wordt gehouden) in een kerk in Nijmegen. Katharsis is gevraagd om vier Taizé-liederen te zingen. Ik vind het een mooie viering die me veel doet: de combinatie van de gezangen en gelezen teksten, er zijn als koor dat in liturgie het gebed van de gelovigen wil ondersteunen, en verbonden te zijn met anderen die zich willen openstellen voor de liturgie (vanavond zijn dat de 'nieuwe' doctor en zijn gasten). Ik vind dat Katharsis in deze viering goed uit de verf komt: dit is de klank die ik me ons altijd toewens (en liefst steeds weer iets beter natuurlijk).
Woensdag 29 september 2004
Wat me vandaag het meest treft, is het gesprek dat we 's avonds als communiteit met elkaar voeren. Een gespreksleidster van buiten de communiteit is ons hierbij tot grote steun. Het is ook geen gering onderwerp waarmee we ons bezighouden: hoe leven we samen als groep van zeven verschillende mensen? Aanvaarden we elkaar, maken we gemeenschap, kunnen we elkaar waarderen? Wat doen we ervoor om bij elkaar te blijven? Samen bidden, samen eten en praten, samen koffie drinken, samen aan het eind van de dag de 'recreatie' beleven...dat zijn kostbare dingen, die vragen dat we er tijd voor vrijmaken, er aandacht aan besteden, er echt 'bij zijn'.
Ik vind dit een bijzondere avond, waarin we nader tot elkaar komen. De 'liefde tot de medemens' begint in ons eigen huis, in onze eigen communiteit. Wat me van deze avond vooral bij blijft, is dat we ons hiervan alle zeven graag blijvend van bewust zijn en ernaar willen proberen te leven.
Donderdag 30 september 2004
Dit is een dag met veel kleine gebeurtenissen: een huisberaad met de communiteit(nu van praktische, 'regelende' aard), administratieve klussen, een bezoek(namens de parochie) aan een man die niet gemakkelijk contacten legt, en 's avonds de repetitie van Katharsis.
Zaterdag 2 oktober 2004 Met Jozien ga ik vandaag naar bezinningscentrum 'Godsheide' bij Hasselt (België). We nemen er deel aan een bijeenkomst rond het thema 'Groeien in vrijheid'. Hierin gaat het erom eigen gehechtheden te herkennen (bijvoorbeeld aan bepaalde bezittingen, aan vakantie of aan je reputatie, aan bevestiging door anderen). Het wordt een dag van korte inleidingen, stilte, gebed, ontmoeting, uitwisseling en eucharistie. De begeleiding is in handen van een medewerkster van het centrum en een jezuïet uit Antwerpen.
Ik ben blij dat ik deze dag heb meegemaakt.
Wat me vooral is bijgebleven, is een uitspraak van de kerkleraar Augustinus. Hij verstond onder 'vrijheid' een 'volle' vrijheid, die mensen in staat stelt om in te gaan op wat God van hen vraagt, hun unieke persoonlijkheid te ontplooien, te worden zoals God hen bedoeld heeft. Wat verlangt God dan van een mens? Dat hij leeft, dat hij ten volle ja kan zeggen tegen het leven. Ondertussen hebben we altijd te maken met beperkingen. Soms zijn die behoorlijk groot: we lijden bijvoorbeeld pijn door het overlijden van een geliefd iemand of doordat we ziek zijn. Toch is er ook dan de uitnodiging van God uit om in die nieuwe situatie een weg te vinden, in het vertrouwen dat Hij aan onze kant staat, aan de kant van het leven.
Het is stevige kost die we vandaag krijgen voorgeschoteld. Ik zal er de komende tijd nog wel mee bezig zijn, denk ik