Zondag 19 december 2004
De week begint met een viering in het Elisabeth-ziekenhuis, waarin Katharsis zingt. Na het morgengebed bij ons in huis gaan Albert, Gustaaf en ik erheen.
Katharsis zingt al enkele jaren in dit ziekenhuis, steeds in de advent. Ik vind het fijn om voor zieken te zingen: in een nare periode van ernstig-ziek-zijn kunnen de gelezen teksten, de gebeden en de liederen hopelijk lichtpuntjes zijn, die mensen steun geven. Het overkomt mij dat ik Gods aanwezigheid mag ervaren, me zijn geliefde zoon mag voelen…en daarom gun ik anderen ook zulke ervaringen. Liefde voelen, je bemind mogen weten is essentieel in een mensenleven.
Uit het evangelie volgens Matteüs wordt het geboorteverhaal van Jezus voorgelezen. De pastoraal werkster gaat in haar overweging in op Jezus als zoon van God: 'het kind in Maria's schoot is van de heilige Geest', zo zegt een engel (bode) van God tegen Jozef. Als gelovige mensen verstaan we dit niet als een letterlijke beschrijving. Het is geen stukje biologie maar eerder poëzie. In zijn latere leven maakte Jezus zoveel indruk op tijdgenoten dat ze gingen zeggen: God is in Hem. Tientallen jaren na zijn dood hebben de schrijvers van de evangeliën – onder wie Matteüs – het ook zo verwoord. Matteüs heeft in het geboorteverhaal willen zeggen dat Jezus uit God voortkwam.
Wat voor Jezus geldt, geldt ook voor ons, voor iedereen: we hebben allemaal onze oorsprong in God. We zijn zíjn geliefde kinderen, zoals we zijn: mensen van vlees en bloed, met onze talenten en mogelijkheden, met onze tekorten en onhebbelijkheden. In ons wil Hij wonen.
Maandag 20 december 2004
Vandaag worden de nieuwe boekjes van de Elimgroep bij ons bezorgd. Het programma voor het komende halfjaar staat erin, maar ook allerlei informatie over de Elimgroep, Studio Elim en de koren die daar repeteren.
Door omstandigheden komen de boekjes wat later, maar aan het eind van de middag zitten we dan toch met een groepje de boekjes en aanmeldingsformulieren in enveloppen te doen. De enveloppen zijn al geadresseerd, zodat ik ze morgen naar de post kan brengen.
's Avonds gaan we nogmaals met een groepje aan de slag en tegen tien uur zijn alle enveloppen klaar. Caspar en Gustaaf bezorgen enkele stapeltjes in de omgeving, de rest zit in dozen.
Het boekje ziet er mooi uit. De gekozen kleur, blauw-paars, is goed uitgevallen. Ik ben benieuwd wat voor reacties we erop krijgen.
Dinsdag 21 december 2004
Overdag heb ik wat administratieve klussen af te werken, waaronder: het naar de post brengen van de Elimboekjes.
's Avonds komt het bestuur van Katharsis bijeen. We missen Janine, onze voorzitter, die met rugletsel thuis is. Het vooruitzicht is gelukkig dat ze volledig zal herstellen.
In deze vergadering kijken onder meer naar het eerste halfjaar van 2005. Wat in elk geval te gebeuren staat, is de viering van ons eerste lustrum: Katharsis bestaat op 17 juni vijf jaar! We brainstormen over manieren om hier een goede activiteit van te maken en zullen er donderdagavond met de andere koorleden over praten.
Donderdag 23 december 2004
's Morgens houden we ons huisberaad. Omdat er zich veel afspeelt in en rond onze communiteit, beperken we ons tot een terug- en vooruitblik. Dit geeft ons al zoveel te bespreken dat we de afgesproken tijd (van 8.15 tot 10 uur) ermee vol maken.
Een gesprek over gastvrijheid, ook voor vanochtend gepland als onderdeel van het huisberaad, stellen we uit.
De tweede helft van de ochtend besteed ik aan het zoeken van een recept voor de soep die ik ga bereiden voor het kerstdiner, en aan het doen van inkopen hiervoor. Mijn keus valt op bospaddenstoelensoep met kastanjechampignons. Met Kerstmis behoort het eten weliswaar niet centraal te staan, maar een feest als dit mag je wel víeren.
's Middags ga ik namens de parochie op huisbezoek. Mijn vaste 'maatje' maakt het vandaag een stuk beter dan de vorige keer. Wel is hij zenuwachtig vanwege de kerstdrukte. Hij wil met mij inkopen gaan doen in het winkelcentrum. Samen gaan we op pad. De drukte valt erg mee op dit moment. Er blijft nog genoeg tijd over om in een cafeetje wat te drinken. Ik heb de indruk dat het hem goed doet om weer eens even met iemand op te trekken.
's Avonds is er de laatste repetitie van Katharsis voor dit jaar. We oefenen op enkele liederen uit het 'Driekoningen-repertoire'. Op 6 januari a.s. (overdag en 's avonds) gaat een aantal koorleden op diverse adressen kerstliederen zingen. De opbrengst gaat voor een belangrijk deel naar een goed doel.
Wat vanavond ook ter sprake komt, is het vieren van ons eerste lustrum. Er worden verschillende ideeën genoemd en het bestuur krijgt de vraag om er enkele uit te werken. In januari nemen we dan samen een beslissing over de invulling van de lustrumviering.
Vrijdag 24 december 2004 's Morgens bezoek ik iemand in de Willem II-gevangenis. Het is een vreemdeling die vermoedelijk het land uit gezet zal worden. Hij is niet gevangen gezet om een straf uit te zitten, maar op grond van een 'bestuurlijke maatregel', om zijn uitzetting te vergemakkelijken.
Vreemdelingen in de Willem II-gevangenis weten niet hoe lang ze daar zitten en ook niet waar ze na hun vrijlating terecht zullen komen. De meeste kunnen niet tegen deze onzekerheid en ieder reageert daar op zijn manier op.
Deze man tobt veel over zijn toekomst. Hij klaagt over somberheid, lusteloosheid en slapeloosheid. Toch ziet hij er vandaag goed uit. Dit is een van zijn betere dagen, vertelt hij. Samen met hem zoek ik naar lichtpuntjes in zijn huidige bestaan. Het zijn maar kleine dingen (bijvoorbeeld een t.v.-programma dat hij graag ziet) maar ze zijn zeker de moeite waard.
Verder probeer ik hem te helpen om wat ordening te brengen in zijn denken over de toekomst: wat kan er na zijn vrijlating gebeuren en hoe kan hij daar dan op reageren? Misschien helpt hem dit om zijn situatie te accepteren.
Hij wil zo graag werk vinden dat hem ligt, en een gezin stichten. Daar is hij mijlenver van verwijderd. Hij is nu 31 jaar en zijn situatie is zo ingewikkeld dat het nog maar de vraag is of hij ooit deze wensen verwezenlijkt zal zien.
We kijken terug op zijn leven in Nederland tot nu toe. Hij is ongeveer zeven jaar hier. Eerst lijkt het alleen maar ellende, maar als ik hem vraag de leuke dingen op te zoeken, begint hij te vertellen over zijn redactionele werk voor een bewonerskrant van het asielzoekerscentrum in Drachten. Hij heeft daar een hele tijd gewoond.
Ik vraag hem om aan het eind van elke dag te proberen een paar mooie, goede dingen op te noemen die hem zijn overkomen. Al heeft hij een nóg zo beroerde dag gehad, toch is het de moeite waard om op zoek te gaan naar die mooie dingen. Uit eigen ervaring weet ik dat dit een steun kan zijn en dat het meestal meevalt om tussen alles wat niet goed was, zulke positieve punten te vinden.
Verder druk ik hem op het hart dat hij – binnen de grenzen van wat mogelijk is in zijn situatie – probeert te doen wat hij leuk vindt en te vermijden wat hij helemaal niet leuk vindt. Als ik weer op mijn fiets zit, stel ik mezelf de vraag waarom ik zo'n bezoek afleg. Het is niet alléén maar leuk, en ik heb ook wel eens gevangenen bezocht die heel wat moeilijker te benaderen waren dan deze man. Waarom besteed ik als frater tijd aan deze mensen?
Voor mij heeft het alles met God te maken. Hij, die aan de kant van ons mensen staat, ook dus van mensen die maatschappelijk niets voorstellen, aan wie 'geen eer aan te behalen valt', wier levenslijn een moeizaam en kronkelig verloop heeft. De problemen van deze man kan ik niet oplossen, en het is nog maar de vraag of iemand anders dat wel kan. Het enige wat ik kan bieden, is een vriendschappelijk bezoek en dat blijkt iets te zijn waar hij behoefte aan heeft. Het is maar iets heel kleins, maar als hij kan ervaren dat iemand om hem geeft, en op bezoek komt om te horen hoe het met hem gaat, wordt hij toch een beetje ‘opgetild'. Misschien kan hij erdoor gaan voelen dat ook hij kostbaar en belangrijk is in Gods ogen, dat hij evenzeer meetelt als anderen, want God kent geen tweederangs mensen. En dat over te brengen – ook al zeg ik het niet altijd zo expliciet als het hier nu staat – houdt in: Gods nabijheid een beetje voelbaar te maken. Puur geestelijk kan een mens immers niet leven. Daarom geneest Jezus ook zoveel zieken en bezetenen.
Áls ik iets voor hem kan betekenen, dan zie ik dat niet als een prestatie maar als iets dat me gegeven wordt. Ik voel me dan als een instrument in de hand van mijn Schepper. 's Avonds om 11 uur ga ik naar de eucharistieviering in onze parochiekerk. Het Jongerenkoor St. Lucas zingt in de kerstviering, die voor een belangrijk deel is voorbereid door leden van dit koor. Albert dirigeert.
Ik vind het een mooie viering, waarin veel wordt gezongen. Licht heeft er een belangrijke plaats in: het licht van God, dat in de duisternis schijnt. Als wij dit licht durven ervaren en ernaar willen handelen, zo lees ik in het boekje, wordt Gods licht waarheid en zijn wij er getuigen van. Geen getuigen die het goede nieuws of de wijsheid van de daken schreeuwen, want dat komt meestal niet over. Wel getuigen door onze manier van leven, en in-het-leven-staan.
Deze visie op 'getuigen' spreekt me aan: niet het schreeuwerige of gelijkhebberige, maar eenvoudigweg er zijn, het leven léven in Jezus' voetspoor en vertrouwen op Gods aanwezigheid en bescherming.
Zaterdag 25 december 2004
Kerstmis, het feest van Jezus' geboorte. Gisteravond laat vierden we het al in onze parochiekerk.
Vandaag ben ik om 10 uur met enkele huisgenoten in fraterhuis Joannes Zwijsen, waar veel van onze oude medebroeders wonen. Samen vieren we eucharistie en na afloop is er koffie met gebak. Ik kom niet vaak in dit fraterhuis. Het valt me nu weer op hoe klein de wereld van deze mensen is. Het lijkt me niet eenvoudig om hier te wonen en je afhankelijk te moeten weten van anderen. Belangstelling 'van buiten' wordt dan ook altijd gewaardeerd.
's Middags leg ik de laatste hand aan de soep. Rond vijf uur arriveren de eerste gasten. We zijn in totaal met 19 personen. Het menu ziet er als volgt uit: paté van wilde eend, bospaddenstoelensoep met kastanjechampignons, hazenbout met spruitjes, aardappelkroketjes en pruimen, ijs met vruchtjes en koffie met likeur. De gasten zijn familieleden van fraters – onder wie mijn ouders – en enkele vrienden van de Elimgroep. Het wordt een feestelijke avond, die onderstreept dat zoiets groots als de geboorte van de Heer uitbundig gevierd mag worden.