Maria met een lichtje zoeken in de klas door Vera van Dijk
Voor katholieke basisscholen is er sinds kort nieuw lesmateriaal dat voor deze tijd uniek mag worden genoemd: een basiscursus geheel toegewijd aan de persoon van Maria.
Op het voorblad van het werkboek glanzen de ontwapende contouren van het gezicht van de heilige Maagd uitnodigend, ondanks de vaagheid van het beeld met uitvergrote pixels. In het werkboek voor groep 4, 5 en 6 prijkt op A4-formaat een bijbelse kaart van het oude Israël, een tekening van een icoon en van Onze Lieve Vrouw van Den Bosch. De leskist zit vol Maria-artikelen.
Speuren naar sporen van Maria heet het project geschreven en bedacht door frater Caspar Geertman CMM (43). Tot en met december 2003 fungeerde hij vier jaar lang als districtscatecheet van Tilburg. In 2003 werd Geertman door de Werkgroep Mariajaar 2003 gevraagd een catecheseproject op te zetten. Hij koos voor het onderwerp Maria, omdat hij naar eigen zeggen het 'als katholiek, christen, frater religieus, noem maar op, belangrijk vindt dat de verering van Maria en de kennis voor Haar aan kinderen doorgegeven wordt. Bovendien is het charisma van de fraters van Tilburg onderwijs geven aan jonge mensen en zijn we een Mariacongregatie.'Vooral het gebrek aan kennis bij jongeren verontrustte hem. 'Bij de oude mensen is er nog wel religiositeit en volksdevotionaliteit omtrent Maria. Maar jongeren weten zo goed als niets meer. Het is daarom een bewuste stap dat elk project eindigt met een lichtjesviering, omdat ik denk dat vaak het enige is wat kinderen nog vindt aan de katholieke traditie. Even mee de kerk in, of bij een kapelletje langs de weg met oma en opa of vader en moeder een kaarsje opsteken. Ik hoop dat de lichtjesviering een pedagogische wisselwerking heeft: ze zien het thuis en krijgen het bevestigd op school.
Mohammed versus Maria Geertmans ervaring met scholen vormt een extra motivatie. 'Op de katholieke basisscholen in Tilburg – en ik denk dat die als model kunnen dienen voor het hele land – wordt het levensbeschouwelijke wel aangeroerd, maar blijkt toch dat het voor leerkrachten vaak heel moeilijk is het specifiek katholieke door te geven. De islam en andere levensbeschouwelijke visies komen uitgebreid aan bod, in tegenstelling tot ons eigen christelijke erfgoed. Het heeft ook te maken met de geloofsverlegenheid, de secularisatie en modernisering; er zijn allerlei factoren. Er heerst bij de leraren onderling een zekere gêne om erover te praten. Maar waarom kan er wel over Mohammed en het suikerfeest gesproken worden, maar niet over ons eigen geloof? Dat is toch de omgekeerde wereld? Aan de andere kant vind ik dat je naar deze geloofsverlegenheid met barmhartigheid moet kijken. Het is ook moeilijk voor de leerkrachten; ze weten vaak niet hoe ze het in de klas moeten brengen: er zitten veel allochtone kinderen in, en kinderen die alleen in naam katholiek zijn. Ik denk dat je als reactie op deze ontwikkeling twee dingen kunt doen: ertegen ageren of zelf je handen uit de mouwen steken en iets produceren tegen de stroom in.' Frater Geertman koos voor de tweede optie. Het resultaat is een gestroomlijnd geheel. De tekst en de beelden in het boek ogen vlot en overzichtelijk. 'Ik vond het belangrijk dat het er verzorgd uitzag. Dat is ook tegen me gezegd: ‘Cas, wel netjes werken hè, het moet representatief worden.'Niet van die losbladige systemen, van die gekopieerde vellen die later her en der weer in de tuinen of de struiken van de school teruggevonden worden, maar een degelijk boek waarmee de kinderen kunnen werken, en waar – als het project afgelopen is – de verhalen ook weer in kunnen worden opgezocht.'
Relatie met Maria Geertman hoopt uiteraard door de kennis van kinderen op te vijzelen ook iets van een band met Maria te scheppen. Over zijn eigen relatie met Maria vertelt hij levendig. 'Vanuit onze congregatie – zij heet niet voor niets eigenlijk Frater van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid – heb ik al iets met Maria en beschouw ik het als mijn roeping om iets van Haar door te geven. Maar vooral voel ik toch verering voor Maria: bedevaarten doen mij iets, het bidden van een rozenkrans vind ik zinvol.
Het zijn allemaal mogelijkheden om het Onzichtbare handen en voeten te geven. Het spreekt me aan. Heel belangrijk is dat Maria ook een voorbeeldfunctie voor mij heeft. Ze bleef altijd kijken naar de Heer en vertrouwen op Heem, en heeft dat onvermoeibaar voorgeleefd. Mooi is ook dat ik me dankzij dit project veel meer heb kunnen verdiepen in de persoon van Maria door veel literatuur te lezen. Daardoor is mijn eigen beeld van Maria uitgezuiverd.'
Klein beginnen In Tilburg zijn inmiddels zes basisscholen die het project hebben aangenomen, en daarnaast een aantal parochies. De meeste reacties van scholen op de Maria-basicursus waren niet bijster enthousiast. 'Maar ik heb al van tevoren gezegd dat ik er niet te hoge verwachtingen van had. Je moet klein willen beginnen. Niettemin is het feit dat mensen er op deze manier van horen en dat er van Maria een dergelijke presentatie wordt gemaakt, een tegenhanger in een tijd waarin allerlei infectueus material voorrang lijkt te krijgen.
Voor meer info en bestellingen: 013-4638505 of www.fraters.nu
Speuren naar sporen van Maria
Het project speuren naar sporen van Maris bestaat voor de middenbouw van de basisschool uit zes lessen.
In drie lessen wordt het verhaal van Maris en Jozef in Bethlehem, de bruiloft te Kana en de geschiedenis van Hadwijch (moeder van zes kinderen, die in 1425 genezen werd van een ernstige beenkwaal bij het beeld van de Zoete Moeder in de Sint Jan) belicht. Het weesgegroet staat op werkblad 3, met een uitleg over het rozenkransgebed. In les 2 wordt de leskist gebruikt, een blauw-wit geblokte kist met daarin een rijkdom aan Maria-devotionalia: rozenkrans, beeld, kaars, medaille, een folder over een bedevaartsplaats, Mariaboekjes en liederen-cd, enz.
In de laatste les wordt er een ‘Maria lichtjesviering'gehouden', waarbij de kinderen een waxinelichtje opsteken bij een Mariabeeld in kerk, kapel of school. Tijdens de viering mogen kinderen onder meer voorbeden doen bij Maria. Het geheel wordt afgesloten met een weesgegroet en Marialied.
Daarnaast zijn er twee delen verschenen voor de onderbouw en bovenbouw, en bij alledrie behoort een aparte docentenhandleiding. Het onderbouwdeel richt zich op de verschillende namen van Maria, de middenbouw op de verhalen over Maria en de bovenbouw op de beelden die mensen van Maria hebben, zoals Moeder en Beschermster.