Foto's J. van Eeden, Bisdomblad, gemaakt op de Andreasschool in Tilburg
Speuren naar sporen van Maria door Jacqueline Landsmeer
Nieuw is spannend, nieuw is in. 'Het nieuws' is een begrip in medialand. Het nieuwe, het onbekende staat in de schijnwerper en overschaduwt het bestaande. Terecht is er in de huidige mulitculturele samenleving aandacht en ruimte voor nieuwe religies. Onze kinderen echter horen weten soms meer over de islam dan over onze van oorsprong christelijke tradities. Het project 'Speuren naar sporen van Maria' moet daar verandering in brengen.
Het schoolplein van de Andreasschool aan het Lourdesplein in Tilburg ligt er op deze dinsdagmiddag verlaten bij. De lessen zijn aan de gang, maar het lokaal van groep zes-zeven is vrijwel leeg.
'Meneer Bart is in het computerlokaal', weet een meisjes dat achter is gebleven te vertellen. Zij en drie klasgenootjes zitten rustig aan een tafeltje te werken. Twee deuren verder aan aaneengeschoven rijen tafeltjes zit de rest van de groep. Elk kind achter een pc, individueel werkend aan verschillende lessen. Nadat de programma's zijn afgesloten, dirigeert meneer Bart de groep terug naar het eigen leslokaal. De middag wordt afgesloten met 'levensbeschouwing', een les die klassikaal wordt behandeld. Met zijn uit negentien kinderen bestaande groep werkt de leerkracht sinds enkele weken aan een nieuw project 'Speuren naar sporen van Maria'. Een speuren is het, want volgens Bart van der Bruggen weten de leerlingen vrijwel niets van ons traditionele katholieke geloof. Ook niet de zes die de Communie hebben gedaan.
Leskoffer Het project 'Speuren naar sporen van Maria' laat de kinderen in zes lessen kennis maken met Maria, een voorbeeldfiguur uit onze christelijke traditie. Aan de hand van een leerlingenboek horen en lezen ze verhalen over de moeder van Jezus. Ze bekijken en bespreken voorwerpen uit een bijbehorende leskist. Of, zoals in dit geval, uit een door de leerkracht samengesteld leskoffertje. Om het koffertje te vullen, vroeg meneer Bart de kinderen iets van Maria mee te brengen. De opbrengst was mager: een rozenkrans n een kruisje, afkomstig van de doodskist van een overgrootvader. 'De meeste kinderen hebben thuis niks', vertelt de leerkracht. 'Ik heb zelf het nodige bij elkaar gezocht.' Het rieten koffertje dat deze middag op tafel komt, is goed gevuld. Een voor een mogen de kinderen naar voren komen en er iets uit halen, om het vervolgens aan de anderen te tonen en te vertellen wat het is.
Thomas vindt een kinderbijbel. 'Er staan verhalen over Jezus en Maria in', weet hij te melden. Manon toont haar medeleerlingen een rozenkrans: 'De kleine kraaltjes zijn voor het gebed van Maria en de grote voor het gebed van God.' Dennis zoekt en vindt een devotielichtje: 'Dat steek je aan bij het Mariabeeld, bijvoorbeeld als iemand ziek is.' Het Mariabeeld komt niet uit het koffertje, het heeft een vast plaatsje in de klas.
Geloofsverlegenheid Meneer Bart is enthousiast over het project. 'Het is een goed idee. Maria was anders niet ter sprake gekomen. De kinderen zien in Maria als moeder herkenningspunten met thuis, waar ze makkelijker aan moeder dan aan vader iets vragen. Ook in gebed wenden mensen zich makkelijker tot Maria.'
Na de les rijden we dwars door het drukke centrum van Tilburg naar het rustig gelegen huis van de Fraters van Tilburg aan de Schiphollaan, voor een gesprek met de intiatiefnemer van het Mariaproject, frater Caspar Geertman. Het project is een direct uitvloeisel van het diocesane Mariajaar 2004 en werd ontwikkeld in samenwerking met de Werkgroep Mariajaar 2003.
Tot begin dit jaar was frater Geertman districtscatecheet voor twaalf scholen in Tilburg. 'Geen makkelijk baantje', weet hij uit ervaring. 'Veel leerkrachten vinden Levensbeschouwing als vak op school niet vanzelfsprekend. ‘Geloofsverlegenheid' is wellicht een van de oorzaken en daar komt weerbarstigheid van de leerlingen tegen dit vak nog bij. Levensbeschouwing is naar de periferie van de samenleving geschoven.'
Moederfiguur Als voorbereiding op dit project heeft de frater veel over Maria gelezen. 'Je ziet een wisseling van pradigma in de literatuur. De oude generatie zit vast aan vertrouwde beelden van Maria als de verheven maagd, de heilige moeder. De hedendaagse literatuur zoekt identificatie met de moederfiguur, met de menselijke kant van Maria. Met de vrouw die haar Zoon moest afgeven; die de noden van mensen kent.' Toch moeten we volgens de frater voorzichtig zijn met die benadering, want aan een verhevene vertrouw je makkelijker iets toe aan een naaste. De hedendaagse private uitingen van geloof zijn een plausibele ontwikkeling. 'Mensen zoeken zelf rituelen voor speciale diensten, maar een aantal dingen komt daarbij niet tot hun recht. Terwijl de rituelen en gezangen van katholieke vieringen juist kracht en bemoediging kunnen geven, maar dat weten de mensen niet meer. Dat is de lacune.' Een van de mogelijkheden om die leemte te vullen is het Maria-project.
'Een kaarsje opsteken bij Maria is vaak het enige dat kinderen nog aan katholiciteit meekrijgen. Over Maria als voorbeeldfiguur is nauwelijks lesmateriaal voorhanden. Daar moet dit project verandering in brengen.' Frater Geertman beperkt zich bij dit project tot de persoon van Maria. 'In het leven van heel veel mensen heeft Maria een speciale betekenis. Ze is belangrijk en niet enkel voor de mensen van nu. Ook in onze traditie speelt ze een grote rol. Wij zijn verplicht dat door te geven.'