Terughoudendheid
Hoe
graag ook de Fraters van Tilburg er ‘nieuwe’ fraters bij willen hebben,
ze zorgen dat belangstellenden heel erg goed over hun eventuele keuze
nadenken. In het belang van de congregatie en in het belang van de
kandidaten. De congregatie luistert bijvoorbeeld nogal kritisch naar de
motieven, want ze wil en kan niet als een soort ‘schuilplaats’ voor de
‘boze buitenwereld’ fungeren. Ook is de congregatie huiverig als de
belangstelling vooral voortkomt uit persoonlijke onbalans of onverwerkt
verleden. Dat de congregatie kritisch is, heeft vooral te maken met de
taken die ze zichzelf stelt; ze vragen veel van iedere frater
afzonderlijk. Overigens investeert de congregatie veel in de
persoonlijke groei van haar leden.
Om erachter te komen of religieus gemeenschapsleven iets
voor de betrokken belangstellende is, kan een soort
kennismakingsperiode (postulaat) worden overeengekomen. Gedurende deze
periode woont hij in een van de communiteiten van de fraters.
Besluiten beide partijen dat voortzetting van de kennismaking zinvol
is, dan begint de kandidaat aan het ‘noviciaat’. Dit duurt een jaar, en
is de periode die volgens het kerkelijk recht vereist is om lid te
kunnen worden van een religieuze congregatie. In dit jaar wordt een
(fulltime) basisopleiding gevolgd rond de spiritualiteit en de
geschiedenis van de congregatie. Tijdens het noviciaat wordt de
kandidaat persoonlijk begeleid.
Na dat jaar is de vraag aan de orde of de betrokkene lid zal worden van
de congregatie. Die vraag moeten beide partijen positief beantwoorden
vóór er een ‘tijdelijke professie’ kan volgen: in een viering legt de
kandidaat voor de duur van één jaar de geloften af.
Nadat de tijdelijke professie een beperkt aantal malen is verlengd,
wordt de definitieve keuze gemaakt: de professie voor het leven.