Actueel De laatste paar jaren wordt het woord barmhartigheid vaak gebruikt in de discussie over waarden en normen. Ondertussen wordt de verzorgingsstaat fors, soms zelfs hardhandig ingekrompen. Je zou bijna denken dat we terugkeren naar een samenleving waarin veel kwetsbare mensen niet zonder liefdadigheid kunnen overleven.
Misschien is dat ook zo. Maar het opnieuw gebruiken van het woord ‘barmhartigheid’ wijst ook op iets anders. Het debat over waarden en normen begon immers bij de ervaring dat er in onze samenleving nogal wat mis is. Individualisme heeft soms meer weg van egoïsme, en mondigheid lijkt soms te betekenen dat je een grote bek mag hebben of zelfs geweld mag gebruiken. Onze van oudsher tolerante samenleving blijkt veel minder vriendelijk en gastvrij dan we dachten.
Maar als we een samenleving willen waar mensen in kunnen bloeien, waar niemand hoeft te verpieteren, dan komen we er niet met rekensommen en beleidsnotities. Want alle beleid kan niet voorkomen dat veel jongeren opgroeien in gebroken gezinnen; dat we excessief geweld in de samenleving voor lief zijn gaan nemen; dat veel mensen hun bestaan zinloos vinden omdat ze geen economisch nut hebben; dat de generaties elkaar slecht kennen en cultuur en geloof nauwelijks nog worden overgedragen.
Ons samenleven mag niet alleen tot kopzorgen leiden. We hebben er ook ons hart bij nodig: een hart dat zich bemind weet. Dat van tijd tot tijd durft over te lopen en daar uiting aan geeft, zonder iets terug te verlangen. Dat is barmhartigheid.