Werken van barmhartigheid
‘Want ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven,
Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven,
Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen,
Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed,
Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien,
Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.’
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden:
‘Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven?
Of dorstig en U te drinken gegeven?
Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen?
Of naakt en hebben we U gekleed?
Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien
en zijn we naar U toe gekomen?
De Koning zal hun antwoorden:
‘Ik verzeker jullie,
alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan,
heb je voor Mij gedaan.’