Op Tweede Kerstdag drong langzaam tot ons door hoe verschrikkelijk de ramp in Azië was. Over het noordelijk gedeelte van de Indische Oceaan waren er in totaal 16 aard- of beter zeebevingen in een tijdspanne van elf uur. Onze gedachten gaan uit naar al die gedupeerden en talloze slachtoffers in India, Sri Lanka en Thailand, om maar enkele landen te noemen. Heel bijzonder leven we mee met onze medebroeders in Indonesië.
Fr. Jan Koppens, lid van het Generaal Bestuur, telefoneerde naar Nias waar we een communiteit hebben aan de oostkust (Gunung Sitoli). Daar blijken zich geen ernstige gevolgen van de aardbeving te hebben voorgedaan hoewel het er flink gerommeld en geschud had. Men was echter wel bang voor de westkust van het eiland. En terecht, zo zou later blijken. Op de oostkust van Sumatra hebben we een communiteit te Aek Tolang. Gelukkig ook daar vandaan geen ongunstige berichten, geen nadelige ontwikkelingen van de aardbevingen. In Saudik, een vissersplaatsje dichtbij, zijn wél slachtoffers gevallen: twee kinderen zijn meegesleurd door het wassende water en verdronken.
Vanuit Pematang Siantar (eveneens in Indonesië) werd een bericht naar Tilburg verzonden door fr. André de Veer. De fraters aldaar werden 's morgens tijdens de zondagsmis van 7 uur opgeschrikt door een behoorlijke beving waarbij de grote kristallen lamp in het priesterkoor flink heen en weer slingerde. Pas toen het avond was zagen de medebroeders te Pematang Siantar op televisie dat de gebieden van India en Thailand het zwaarst getroffen waren. Over Indonesia zelf waren op dat moment nog geen beelden beschikbaar.
Inmiddels is fr. Ad Hems, officieel gedelegeerde van het Bisdom Sibolga, naar het rampgebied in West-Nias gereisd. Daar zijn honderden doden gevallen. Ad is daarheen gegaan om de situatie te bekijken, de schade te inventariseren en vervolgens noodhulp te organiseren c.q. te bieden.
Wij leven mee met onze medebroeders en met allen die betrokken zijn bij deze vreselijke natuurramp met zijn vele duizenden doden, gewonden en ontheemden.