Van onze verslaggever 'Ja hoor, van mij mag je het best vergelijken met een huwelijk na een heel lange verlovingstijd.' Frater Paul Damen trad zondag 2 oktober definitief toe tot de Fraters van Tilburg, voluit de 'Congregatie van de fraters van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid'. Officieel heet het geen definitief toetreden, maar 'de professie voor het leven' of 'de eeuwige geloften' afleggen.
Paul Damen (47) is al zes jaar bij de fraters, maar nu is het dan echt voor altijd. 'Het is net als bij een huwelijksvoltrekking een plechtige én een feestelijke dag. Ik ben me ervan bewust dat het grote woorden zijn, maar bij mij overheersen gevoelens van geluk en dankbaarheid. Ik heb ervaren dat dit leven als frater bij me past en dat het de vervulling van mijn leven vormt. Dat zit vooral in die bijzondere combinatie van toewijding aan God en dienstbaarheid aan de samenleving.'
Paul Damen komt van een volstrekt 'andere wereld'; hij werkte als jurist op het hoofdkantoor van de Rabo-bank en verdiende daar een zeer riant salaris. Maar toch knaagde er iets. 'Mijn leven stond eigenlijk helemaal in het teken van het werk en dat slokte een groot deel van mijn tijd op. Ik had geen relatie en ook geen kinderen, dus hadden anderen er geen hinder van. Maar ik vroeg me wel meer en meer af: "Is this all there is?" Toen zag ik die wervingsadvertentie van de Fraters van Tilburg. Die raakte bij mij precies de goede snaar en zo werd ik een van de velen die erop reageerden. Na vele gesprekken besloot ik de knoop door te hakken. Bij de Rabo-bank vonden ze het wel jammer dat ik ging, maar gek genoeg waren ze niet verbaasd en konden ze zich mij als frater wel voorstellen. Voor mezelf was de overgang toch wel heel erg groot en ik moet er eerlijk gezegd nog steeds wel een beetje aan wennen. Maar ik ben beslist gelukkiger dan toen. Toen probeerde ik ook al om mijn geloof een evenwichtige plaats in m'n leven te geven, maar dat lukt nu veel beter.'
De vergelijking van de 'professie voor het leven' met een huwelijk gaat overigens op een aantal punten flink mank, vindt frater Paul. 'Je leeft in een gemeenschap met andere fraters, maar die heb je niet zelf uitgezocht. Je deelt veel met elkaar - religieus leven, een missie -, maar als je niet uitkijkt kun je toch behoorlijk langs elkaar heen leven. Je bent geen vrienden; misschien lijkt het nog het meest op de relatie tussen broers.'
'Veel sociale contacten hebben we gezamenlijk, omdat ze gerelateerd zijn aan de dingen die we in de samenleving doen. Het netwerk van mensen waar we mee te maken hebben is groot; ik heb wel eens geturfd dat in het huis waarin ik woon elke week zeker zo'n zeventig mensen over de vloer komen. In die drukte bestaat het risico dat je als medebroeders langs elkaar heen gaat leven. Er zijn dan ook wel eens momenten dat ik me ondanks de gemeenschap en ondanks al die contacten eenzaam voel en ik weet dat sommige medebroeders dat ook wel eens hebben. En als ik eerlijk ben zouden we wat dat betreft wel wat beter op elkaar kunnen letten.'
'Ik heb in de afgelopen jaren tientallen keren gedacht dat ik ermee wilde stoppen. Soms omdat ik het leven in de gemeenschap lastig vond, soms omdat ik vond dat ik niet goed genoeg was als frater, soms omdat ik het lastig vond te gehoorzamen aan de overste. Toen ik nog alleen woonde kwam ik natuurlijk ook wel eens problemen tegen, maar dan ben je helemaal je eigen baas in eigen huis.'
Bij het afleggen van de 'eeuwige geloften' komen 'gehoorzaamheid', 'armoede' en 'zuiverheid' als vanzelf aan de orde. 'Hoe het zit met de "zuiverheid" - "kuisheid" zeiden we vroeger - wil iedereen altijd het eerst weten. Dat vind ik helemaal niet zo'n lastige gelofte. Ik leefde vroeger alleen, zonder partner. Niet dat ik dat zocht, maar het liep gewoon zo. Dus zo groot was op dat punt de overgang echt niet. Maar ja, het kan je natuurlijk wel gebeuren dat je eens verliefd wordt. Het is me als frater ook al eens gebeurd, maar het ging ook vanzelf weer over. Gelukkig maar, denk ik nu, want ik ervaar elke dag weer dat voor mij de toewijding aan God erg belangrijk is. Zó belangrijk dat het celibataire leven geen offer meer is.'
'De gelofte van gehoorzaamheid vind ik eigenlijk lastiger. Je leeft in een congregatie dicht op elkaar, dus ook dicht op je overste. Je kent elkaar goed, je bent elkaars broeder en toch moet je aan de overste gehoorzaam zijn. Dat speelt niet vaak, maar het kan me wel opstandig maken. Maar dat trekt weer weg en dan is de winst van het leven in een gemeenschap weer veel belangrijker.'
Wereldjongerendagen Keulen
'De gelofte van armoede is veruit de makkelijkste. Ik vind ons sobere leven helemaal geen armoede. Integendeel. Een sober leven geeft juist ruimte aan de dingen die je leven echt verrijken. Bovendien hoeven wij niet bang te zijn dat we onze baan kwijtraken, wij hoeven ons geen zorgen te maken over onze oude dag. Dat kun je als een heel grote luxe zien.'
'Misschien komt het nog van de baan die ik vroeger had, maar ik vind het wel lastig dat ons werk zo slecht "afrekenbaar" is. Ik werk bijvoorbeeld ook onder mensen die in de problemen zitten, en dan wil ik graag weten of ik m'n werk goed doe. Alleen bij de Stichting Leergeld is er nu en dan een functioneringsgesprek. Van mij zou dat vaker mogen, óók over je functioneren als frater.'
Frater Paul Damen steekt een deel van zijn tijd in de kwetsbaren in de samenleving: in arme mensen, in psychiatrische patiënten, in gevangenen. 'We zijn niet voor niets een congregatie die de barmhartigheid centraal zet. Dat je in de kwetsbaren Jezus kunt ontmoeten is weliswaar een vroom cliché, maar het is ook heel erg waar. Ik ervaar dat ik voor die mensen veel beteken, soms ben ik letterlijk hun enige contact, maar andersom betekenen zij ook veel voor mij. Op een bijzondere manier kan ik in die contacten helemaal mezelf zijn. Het leed dat ik bij hen tegenkom is soms ondraaglijk groot. Daar moet je mee om leren gaan. Je zou hun problemen willen oplossen, maar vaak kan dat helemaal niet en is het al heel belangrijk dat je er bent, dat je echt luistert. Daarna moet je het tot op zekere hoogte ook weer los kunnen laten, omdat je er anders aan onderdoor gaat. Nu ik zo vaak zo dicht bij eenzaamheid, armoede en verdriet ben, is mijn beeld van de wereld wel veranderd, realistischer geworden.'
Wie frater Paul vraagt wat hij droomt nog een keer te kunnen doen, merkt hoe belangrijk een leven in barmhartigheid voor hem geworden is. 'Ik denk dan toch het eerst weer aan de kwetsbare mensen. Ik zou bijvoorbeeld met andere fraters wel mee willen draaien in ons aids-project in Kenya. Een sprankje hoop bieden in een uitzichtloos bestaan, zorgen dat ook de afgewezen mens zich gezien weet. Voor de komende jaren zie ik echter een taak voor me weggelegd in Nederland, in de Elimgroep waar ik nu woon en werk. En ook daar heb ik een droom bij: dat Elim nog veel meer dan nu zal sprankelen, en een plaats zal zijn waar mensen kennis kunnen maken met religieus leven en daarin kunnen doorgroeien. Die droom komt nu echt op de eerste plaats.’
Paul, Caspar, Albert, Niek
De vier laatst ingetreden fraters van Tilburg houden deze website www.fraters.nu bij. Paul Damen is één van hen. 'Ja met m'n 47 jaar hoor ik gek genoeg bij de jongsten. Het voelt wel eenzaam dat je een levenskeuze maakt, die bijna niemand meer maakt en die door velen zelfs niet begrepen wordt. Maar ik ben eigenwijs genoeg om toch te zeggen dat het míjn keuze is. Die dwarsigheid heeft gelukkig ook een zekere charme.'
'Ik vind overigens dat frater-zijn wél van deze tijd is. Er zitten elementen in die mensen van deze tijd merkbaar aanspreken: met elkaar optrekken, samen een gemeenschap vormen waarin iedereen ook zichzelf mag zijn, elkaar steunen en niet laten vallen. Ik zie dat velen juist naar zulke dingen op zoek zijn. Wat ik jammer vind, is dat velen daarbij de dimensie God niet meer zien. Dat vraagt van ons fraters juist aan jongeren de religieuze kant van ons leven nog meer te laten zien.'
Binnen de grote congregatie is de jongste generatie fraters maar een kleine clubje, zeker in Nederland. Dat trekt een extra wissel op onze rol. Wij zijn niet de laatsten van een oude manier van leven, maar de eersten in een nieuwe tijd die hongert naar zingeving. Ik vind dan ook dat we ons meer als een soort "Gideonsbende" moeten opstellen.'
De communiteit waarin Paul Damen leeft, de Elimgroep in Tilburg, kan daar volgens hem een ontmoetingsplek voor zijn. 'Dat is al begonnen. Het is al een centrum van ontmoeting, bezinning en uitwisseling van ideeën. Heel bijzonder is al dat zowel jongeren als ouderen zich hier thuis voelen. We moeten als congregatie daar nog meer op investeren. Niet het verleden moet de dienst uitmaken, maar juist die onzekere toekomst. Dat is een spannende uitdaging, zowel voor de jonge fraters als voor de congregatie als geheel.'
Terugblikkend op 'zes jaar verloving' zegt frater Paul dat het fraterschap 'mooier is dan ik gedacht had en tegelijkertijd ook minder mooi. De religieuze kant is veel mooier dan ik verwachtte. Ik had er eigenlijk niet zo'n goed beeld van. De warmte en kracht die uitgaat van het religieuze zou ik nooit meer willen missen. Wat minder mooi is, is de drukte van ons bestaan. We doen zo ontzettend veel, we ontmoeten zo veel mensen en er gebeurt heel veel tamelijk onverwacht - en dat is best lastig voor iemand die van ordening en structuur houdt.' Frater Paul zou nooit meer terug willen naar 'vroeger'. 'Ik ervaar m'n leven nu als zeer zinvol, ik ben blij met het religieuze fundament dat m'n leven heeft gekregen, het is inspirerend samen in broederschap een missie te delen, het is een voorrecht iets te mogen betekenen voor kwetsbare mensen in de samenleving. Misschien kan dat ook allemaal zonder frater te zijn, maar in mijn nieuwe leven als frater is het prachtig op z'n plaats gevallen. Ja, dat maakt gelukkig.'