zondag 15 augustus,
tweede dag
Chartres
Dagboek van Albert met aanvullingen van Caspar en Niek
Albert
Na het ontbijt gelukkig even een uurtje alleen op mijn kamer. Ik laat de gebeurtenissen van de afgelopen dag nog eens voorbijgaan. Voor mijn gevoel ben ik bezig met een driedubbele Vincentiusreis. Natuurlijk is er het aspect van kennisnemen van een stuk religieuze geschiedenis. Maar misschien wel belangrijker is het dat we met een internationale groep actieve religieuzen op pad zijn, die aan het begin van hun ‘loopbaan’ staan. Voor ieder van ons geldt dat we opgroeien in een maatschappelijk klimaat dat op zijn minst wat argwanend staat tegenover de intenties van religieuzen. Dat was in de tijd van Vincentius waarschijnlijk niet anders. Hoe leggen we als ‘soort’ getuigenis af van de inspiratie die wij zelf ontvangen in onze wandeling met God. Niet alleen door te bidden maar ook door het een en ander te doen, te veranderen aan de wereld waarin we staan.
En dan is er nog de onderlinge communicatie tussen medebroeders. Het is me wel duidelijk dat de christelijke cultuurhistorie iets is dat we in Nederland met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Voor de meeste medebroeders van overzee is en blijft het een gesloten boek, ook al geef je nog zoveel informatie. Ik vind dat lastig. Hoe kun je een religieuze gemeenschap vormen wanneer je de gemeenschappelijke ervaring mist dat je in feite toebehoort aan zo’n grote hoop stenen die de kathedraal van Chartres is (of omgekeerd: dat die jou toebehoort).
Gisterenavond was er even een discussie. Br. Clemens vond dat we beter de mis konden vieren met elkaar. We hadden toch een priester bij ons? Ik had het vreselijk jammer gevonden als we dit ook daadwerkelijk hadden gedaan, en niet in de kathedraal, in deze parochiegemeenschap. Zonder orgel, zonder Franse koorzang, zonder het licht van de gebrandschilderde ramen… Maar zo’n dorst als die ik ervaar naar het geleefde culturele erfgoed kun je ook een persoonlijke devotie noemen, die je een medebroeder niet mag opleggen. Hoe zou ik reageren wanneer ik élke zondag verplicht naar de St. Jan in Den Bosch moest? Br. Clemens capituleerde voor het argument van Br. Leo dat het goed was om aan te sluiten bij de wereldkerk, in casu de lokale geloofsgemeenschap.
De kathedraal was afgeladen vol. Frater Rufinus uit West-Timor, Indonesië, zei wel zes keer enthousiast dat er veel mensen waren. De viering was eenvoudig, maar heel goed. Goede zang, een werkelijk uitstekende organist en door de hele mis heen een moeilijk te beschrijven bezielde sfeer. Misschien is het typisch Frans, maar ‘het begint gewoon’ en is vanaf het begin doorleefd. Het hoeft niet op temperatuur te komen, te ontdooien, zo ongeveer na het Sanctus, maar de knop gaat aan en je kunt mee, of niet. De preek kon ik niet volgen. Mijn ogen gleden over het rozet tegenover me en ik dacht ineens te snappen waarom veel mensen naar kathedralen komen. Die middeleeuwers hadden gewoon precies door hoe de binnenkant van een ziel eruit ziet: ruim, stil en met een prachtig gefilterd licht van buiten. Het is net of je door daar te zijn weer weet hoe het eigenlijk met je zit, en hoe God het met je voor heeft.
We krijgen een rondleiding in de crypte. Het enige voordeel van onze uitsluitend Frans sprekende gids was dat ze zo’n snerpend geluid maakte dat je nooit de weg kwijt kon raken. Br. Clemens zei: ‘That woman is not speaking, she is singing!’
Na de lunch bekijken we ook het labyrint en het glasraam van de Barmhartige Samaritaan. Steeds vertaalt Frater Martinus in het Indonesisch. We worden op een zeker moment onderbroken door de intocht van een Maria-processie.
Het blijkt dat de organist een heel beroemde is en hij geeft nog een concert aan het eind van de middag. Ik ga er heen met Niek. Verbluffend mooi. Even zelfs gaat het 32-voetsregister open en wapperen de veters uit mijn schoenen.
Na avondmaal en samenkomst laat ik de andere fraters iets zien van onze website. Het verslag van zaterdag staat er al op!
Voor het slapengaan nog even werken aan de teksten en foto’s van zondag en dan errug vroeg op voor een frater op vakantie…We gaan naar Richelieu, 460 kilometer zuidelijker. Daar zouden de eerste sporen van Vincentius te vinden moeten zijn…
Caspar:
Vandaag hoogfeest van Maria Tenhemelopneming. Ik word in beslag genomen door de verschillende liturgische vieringen die we binnen en buiten de groep bijwonen. De vieringen in de kathedraal waren stemmig en niet overdreven. Wel massaal. Samen met medebroeder James Makovo uit Kenya ben ik verantwoordelijk voor onze eigen liturgische vieringen. Dat vraagt tijd en je wilt allebei dat het goed loopt. Gedurende de dag heb ik me beziggehouden met de vraag hoe de plaats van Maria in Vincentius’ leven was. Wat betekende zij voor hem? Wat betekent Maria nu echt in mijn leven?
Niek:
Vandaag staat verbondenheid centraal. Nu niet alleen met medebroeders, maar vooral met de wereldkerk. Het gebeurt me iedere keer opnieuw wanneer ik in het buitenland naar de kerk ga. Hoewel ik er niets van versta begrijp ik precies wat er gaande is en voel ik me er onmiddellijk thuis. En dat in de ambiance van zo’n mooie oude kathedraal. Zo’n begin en de dag kan al niet meer stuk.