Vier fraters
Niek Hanckmann
Albert van der woerd
Caspar Geertman
Paul Damen
Wat zijn fraters?
Fraters van Tilburg
Uit de tijd?
Gelofte van gehoorzaamheid
Gelofte van armoede
Gelofte van zuiverheid
Tien redenen om géén frater te worden
Mijn reden om het wel te doen
Terughoudendheid
Ouderwets
Actueel
Bron
Doordenken
mt:25
Mediteren kun je leren
Start de webmeditatie
Abonneren
Archief
Persoonlijk contact
Adressen
Snuffelen
Alles op een rij
Alle webmeditaties
Reacties op deze site
  HomeTour de VinceVERSLAG DAG 4 Chateau l’Eveque
donderdag 26 augustus
woensdag 25 augustus
dinsdag 24 augustus
maandag 23 augustus
zondag 22 augustus
zaterdag 21 augustus
vrijdag 20 augustus
donderdag 19 augustus
woensdag 18 augustus
dinsdag 17 augustus
maandag 16 augustus
zondag 15 augustus
zaterdag 14 augustus
Dinsdag 17 augustus, vierde dag, Chateau l’Eveque
Dagboek van Albert met aanvullingen van Caspar en Niek

Albert
 
  Norbert bereidt de mis voor

Vanmorgen aan het ontbijt feliciteer ik Alfons met 17 augustus, Onafhankelijkheidsdag in Indonesië. Hij was zichtbaar geraakt, had er zelf nog niet aan gedacht. Daarop ging hij staan en stak een korte speech af in het Engels.

De mis was in de kerk waar Vincent in het jaar 1600 zijn wijding had ontvangen. Ik herinner me overigens iets heel anders bij dit jaartal… Vandaag was het de beurt aan Kenya om de muziek te verzorgen. Richard speelt met toewijding gitaar en we horen de lezingen in drie talen: Engels, Indonesisch en tenslotte in het Nederlands. Niek leest. Het valt me op dat ik nu veel dieper in de boodschap kom dan bij de Engelse lezing, hoewel ik weinig moeite heb met bijbel-Engels. Ik vraag me af: wat is het verschil tussen een woord begrijpen, en het laten landen in je ziel?
Als we aankomen bij het slotlied worden de Indonesische medebroeders uitgenodigd om het volkslied van Indonesië te zingen. Ik zie een blik van verbazing bij Martinus: mag dat zomaar? Maar het gebeurt, en het klinkt heel waardig: Indonesia merdeka! Na afloop is er luid applaus.

 
Twee ‘filles de la Charité’, volgelingen van Vincent de Paul  
 
Du pain, du vin…  
 
Koffie toe  
Ik merk dat ik denktijd nodig heb. Tijd om me in te leven in een ander perspectief ten aanzien van de geschiedenis dan ik op mijn openbare school geleerd heb. Begin zeventiende eeuw. In Nederland vechten we fanatiek tegen de katholieke Spanjaarden. In Frankrijk denkt men het licht te zien van een culturele hergeboorte, maar geestelijk is het land zwaar aan het verpauperen. De kerk is een middel geworden om hogerop te komen, ook voor Vincent. En dan zie ik hier in deze simpele kerk het volstrekte tegenbeeld: Vincentius, een priester met een weeskind op zijn arm. Een gelovig man die oog heeft voor de kleinen, de machtelozen die altijd maar weer de klappen krijgen. In de moraal van die tijd hoorde dat kennelijk zo. De sociale klassen waren natuurlijk ook door God geschapen! Tegelijkertijd verheffen de Fransen Vincent tot een icoon van barmhartigheid…

Hoe moet ik dat vertalen naar mijn eigen tijd? Gaan verkondigen in de supermarkt? Welke armoede valt er nu te bestrijden met het perspectief op een menswaardiger bestaan? Dat is, denk ik, de grote vraag.

Het middagmaal is me een waar genoegen. Ik maak er een hele fotoreportage van, voornamelijk om frater Harrie, die niet mee is, jaloers te maken. Meloen, brood, kaas en wijn: een voortreffelijk decor voor ratatouille met een stukje scharrelvarken.

Na de maaltijd worden we rechtstreeks door Guillaume de bus in gedirigeerd. Geen tijd voor een siësta, dit tot groot ongenoegen van Annes. Hij uit dit door op zijn dooie gemakje, en met een big smile, aan te komen wandelen, als iedereen al in de bus zit.
We gaan naar Perigueux, waar we een rondleiding kunnen krijgen. In de bus vertel ik over de emailberichten die ik gisteren uit Nederland heb ontvangen. Ze worden met luid enthousiasme ontvangen.

 
   
 
  Sixteen euro’s for a haircut?!!
 
  Dweilen bij de kathedraal
In Perigueux stapt een gids aan boord. Ze heet Marie, spreekt Engels en is ook nog eens prettig om naar te kijken. Al blijf ik altijd een beetje lacherig bij de Franse uitspraak van het Engels.

Het eerste dat echter opvalt is een etalage van een kapperszaak waarop de prijs vermeld staat van een knipbeurt. Met de camera vang ik net de verbijsterde blik van Clement op: Sixteen euro’s for a haircut?!! Dat is dus in Kenya ongeveer het maandinkomen van een geschoolde arbeider.
Ik ben zwaar onder de indruk van de 11de-eeuwse koepelkerken. Dat ze met de toenmalige technieken in staat zijn geweest om zulke grote volumes te overspannen. Ze geven een gevoel van veiligheid. Moet ook wel nodig geweest zijn met al die hordes Vikingen, die in die tijd het land teisterden. Alleen jammer dat er later van die barokke altaren in gezet zijn. Gelukkig zijn deze van hout en niet van marmer, zoals je vaak in Rome ziet.
In de kathedraal van Saint Front gaat mijn aandacht toch naar andere dingen. Ik hoor een organist registraties uitproberen voor het requiem van Verdi. Ik ben verkocht bij de mysterieuze klank van de vox celesta.

Even verderop zijn een jongen en een vrouw aan het dweilen. De regen van vannacht heeft kennelijk het laagste punt gevonden. Als ik de jongen met zijn emmer nakijk zie ik dat de lucht niet veel goeds voorspelt.
Als we in de bus zitten barst de hemel open. Gelukkig is die wel waterdicht. Terug op mijn kamer kom ik stopcontacten te kort om alle apparaten die ik meesjouw weer op te laden.

Caspar:
Voor mijn gevoel wordt de groep steeds meer één. De eucharistieviering van vandaag draagt daar volgens mij sterk toe bij. Liederen in Kiswahili, de lezing in drie verschillende talen en ter afsluiting – na de zegen - het Indonesische volkslied. Vandaag gedenkt Indonesië immers zijn onafhankelijkheid. Je kunt zien dat het de Indonesiërs goed doet dat we op deze manier aandacht besteden aan deze voor hen zo belangrijke dag. En bij het gevoel van broederschap en dankbaarheid, dat ik na deze viering heb, komen gedachten aan Gérard naar boven. Ik mis hem een beetje. Tegelijkertijd geloof ik wel degelijk dat hij er is…zij het niet zichtbaar.

Niek:
Mijn ‘heiligenkriebel’ speelt weer op. Na een kleine wandeling bezoek ik deze morgen nog eens de kerk waar Vincent zijn priesterwijding ontving. Mijn Keniaanse medebroeders bewonderen er juist een kleine relikwie van Vincentius, dat in het altaar geplaatst is. Uiteraard moeten er foto’s gemaakt worden. Om mijn medebroeders niet te kwetsen  gedraag ik me respectvol ten opzichte van de relikwie, maar inwendig erger ik me. Waarom deze eerbied en aanbidding voor zo’n  ‘stukje Vincent’? Is het niet de eucharistie die het altaar zijn waarde geeft? Hebben wij katholieken niet genoeg aan Jezus en God? Wanneer de kosteres uit de sacristie komt met nóg meer relikwieën haak ik af.