Woensdag 18 augustus,
vijfde dag, Château l’Éveque – St. Vincent de Paul
Dagboek van Albert met aanvullingen van Caspar en Niek
Albert
In de bus voor de volgende etappe. We zijn vrolijk op weg gegaan, hartelijk uitgezwaaid door Martha en Maria (zo noem ik onze zusters voor het gemak, ik weet niet of ze zo heten). Voor het vertrek moeten er nog groepsfoto’s genomen worden. De tuinman wordt hiervoor gecharterd. Het is lang geleden dat ik iemand gezien heb met een ‘matje’. Vijftien jaar geleden kon hij zo doorgaan voor ADO-supporter. Maar hij is heel vriendelijk. Goedmoedig en secuur werkt hij het hele stapeltje camera’s af.
Ik blijf bezig met de eerste lezing van vanmorgen, uit de profeet Ezechiël. Uit mijn hoofd: ‘Herders van Israël, jullie maken er een puinhoop van. Jullie vullen je eigen maag in plaats van die van de hongerigen. Het gewonde dier helpen jullie niet. Daarom neem ik de kudde van jullie weg, Ik zal er voortaan zelf voor zorgen.’
Daar wordt nogal wat gezegd… Ik moet daar echt over nadenken. Naar mijn aanvoelen betekent dit dat God de pastores en de kerk uiteindelijk helemaal niet nodig heeft voor het waarmaken van zijn droom over de mensen!
Religieuze liederen uit alle windstreken
Volgens mij leest Caspar zich in voor de volgende etappe
Al die menigten, die zich teleurgesteld hebben afgekeerd van de kerk, Hij zorgt zelf voor hen. In hun eenzaamheid, hun werk, in hun houwen en trouwen. Ik vind, vreemd genoeg, vrede in de gedachte dat de Kerk, het pastoraat, gaven zijn die God ons aanbiedt om ons meer mens te maken. Maar dat Hij desnoods ook zonder kan, om voor ons te zorgen.
Daarom kunnen de Sankt Poltens rustig gesloten worden, zijn we denk ik gezegend met de crisis die de kerk op dit moment doormaakt, in het westen.
Van die crisis is hier op dit moment, op de weg naar Bordeaux, niet veel te merken. De gitaar gaat rond. De drum, de tamboerijn, shakers etc, vinden hun weg in de bus. Religieuze liederen uit alle windstreken worden gezongen en meegezongen. Caspar is zich volgens mij aan het inlezen voor onze volgende etappe…
Op weg dus naar de geboorteplaats van Vincent. Het huis van de familie De Paul. Wat was dat voor een gezin? Heeft zijn moeder trots met hem rondgelopen over de markt? Of was het een zorg, het zoveelste mondje om te voeden?
Over zijn geboortehuis zegt onze reisgids:
‘Het is daar dat Vincent de liefde tot God en de zin van het delen en de dienstbaarheid vond.’
Nou, dat vind ik wel een beetje vrome praat. Ik hoop toch dat ik in de komende dagen iets beters tegenkom!
Mierzoete glas-in-lood-ramen
…De fraters uit Indonesië maken vrolijk groepsfoto’s…
We naderen onze lunchplaats. Als het goed is kunnen we daar de Atlantische Oceaan zien. Buiten is het al snikheet en Damas heeft het in zijn coltrui nog niet warm.
Aan het strand eten we onze lunch. Een heel simpel, en niet al te druk badplaatsje. Maar als een majesteit ligt de oceaan tegen het strand aan. In de verte kun je een bui zien aankomen. Richting het zuiden ligt kust van Spanje. Een beetje vervreemdend is het wanneer twee topless badgasten (waarvan geen foto) voorbijkomen richting douche.
Na enkele uren doezelen in de bus komen we aan bij de kerk waar Vincent is gedoopt. Ik heb een beetje is-dat-nou-alles-gevoel. Dorpje van niks, kerk van niks en mierzoete glas-in-lood-ramen die het leven van Vincent de Paul verhalen. Ook blijkt het doopvont nog ergens te zijn opgegraven. De fraters uit Indonesië zitten er niet mee. Die maken weer vrolijk groepsfoto’s.
Bij een pompstation hoor ik enkele woorden Frans uit deze streek. Klink al bijna Spaans. Vincents moeder was een Baskische. Vincent schrijft later vaak liefdevol over haar, heb ik gelezen. Voor zijn vader schaamt hij zich. Die was mank.
Om 15.56 uur komen we aan bij Le Berceau, de wieg. Hier staat het geboortehuis van Vincent. Er is een groot retraitecentrum gebouwd, en ook het noviciaat van de congregatie die Vincent stichtte. Het staat leeg, want er zijn al enkele jaren geen novicen. Hier verblijven we twee dagen.
‘Not huggable’
Een potige zuster met een walkie-talkie dirigeert ons naar een prachtige eetzaal. Ze commandeert: ‘Asseyez-vous, pour boire quelque chose’. Clement, we hebben hem inmiddels omgedoopt tot ‘Monsieur Clément’ zegt: ‘I’m going to hug thies siestah!’ Maar Richard waarschuwt: ‘This sister is not huggable’.
Onze verblijven zijn daarentegen fantastisch. Ik logeer in een hacienda-achtig hofje. Alles nieuw, proper, en er is geen knopje kapot, geen krasje op het behang. Ik hoop dat ik me morgen kan drukken voor de trip naar Lourdes. Ik ben daar al zes keer geweest, en een dagje graven naar Monsieur Vincent, heb ik wel meer behoefte aan.
We hebben even vrij tot het avondeten. Samen met Piet, de chauffeur, verken ik het terrein. In het geboortehuis van Vincent gebeurt er iets. Het heeft te maken met de manier waarop de ruimtes zijn ingericht. Het is duidelijk dat authenticiteit ver te zoeken is, het is een tentoonstellingsruimte geworden. Maar er hangen spreuken van Vincent in elke kamer, zoals: ‘Geef me een huis van gebed, en alles is mogelijk’. Of: ‘Als je je devotie moet verlaten om een sukkelaar te helpen, dan verlies je in het geheel niets. Je zal Jezus vinden.’
Ik ontmoet een oude man, die wijs geworden is in het leven. Hij werd een grote boom aan levend water, waar vogels in kunnen nestelen. Een zoon, gelouterd door het leven is weer thuis gekomen in zijn ouderlijk huis. Maar dat is niet meer hetzelfde als dat het was. Het is een museum geworden. Een plaats om te leren, voor duizenden. Ik word nieuwsgierig naar die levensweg. Op de terugweg naar mijn kamer kom ik Soeur Sourire weer tegen met haar telefoon. Ik zeg vriendelijk gedag. Het lijkt wel of ze dwars door me heen kijkt.
Caspar:
We reisden vandaag chronologisch gezien in tegengestelde richting. Doel is van daag de geboortestreek van Vincent. Ik merk dat ik vandaag wat onrustig word van vragen die zich spontaan bij me aandienen, maar waarop ik het antwoord niet meteen weet.
- Waarom is Vincent in een andere kerk gedoopt dan die bij het ouderlijk huis?
- Waarom liet hij zich zo ver van huis tot priester wijden?
- Met welke ongemakken zouden de reizen van Vincent gepaard zijn gegaan?
Een gebrandschilderd raam, waarop te zien is hoe Vincent een geketende galeislaaf bevrijdt die hem vervolgens omhelst uit dankbaarheid, raakt me. Ik laat de afbeelding goed op me inwerken. Eenmaal aangekomen in het gastenverblijf te Berceau St. de Paul bezoek ik met Niek een tentoonstelling over Vincent. Er wordt ook een videofilm over hem vertoond en we worden in gelegenheid gesteld het (exact nagebouwde) geboortehuis te bezichtigen. Dit huis is wel wat groter dan dat van Peerke Donders, zeg ik tegen Niek.
Veelvuldig kom je het woord ‘les pauvres’(de armen) tegen. Dat zet me aan het denken: wie zijn de armen die ik ontmoet? Ontvang ik ze echt? Kan ik helemaal naast ze gaan staan, zoals dat ook bij barmhartigheid essentieel is? ‘Food for thought’, dus.
In een klein souvenir winkeltje koop ik enkele ansichtkaarten om naar het thuisfront te sturen. Ik merk dat ik het fijn vind om hen op die manier deelgenoot te maken van m’n ervaringen.
Niek: Vandaag ben ik met mijn gedachten meer in Nederland dan op weg naar St. Vincent. Op school doet vandaag één van mijn leerlingen nog herexamens. In de examenperiode ging het niet goed met haar, zodat ze de examens gemist heeft. Na een geslaagd mondeling gaat ze nu de ontbrekende schriftelijke examens doen.
Mijn familie zal vandaag, voor zover ze niet op vakantie zijn, wel in Hoensbroek bij opa zitten. Vandaag zou de 88ste verjaardag van mijn oma geweest zijn, maar helaas is ze anderhalf jaar geleden overleden.
Voor zowel mijn leerling als mijn familie hebben we vanmorgen in de mis gebeden. Opnieuw ervoer ik de broederschap in de groep.