Zaterdag 21 augustus,
achtste dag,
St. Vincent de Paul - Oradour - Saint-Léonard de Noblat
Dagboek van Albert met aanvullingen van Caspar en Niek
Albert Om kwart voor negen zijn we onderweg. De gedachte aan wat Vincentius kan betekenen voor onze congregatie, en mij persoonlijk, heeft me sinds gisteren niet meer losgelaten. Het centrale thema in al Vincent's doen en laten is steeds: Christus ontmoeten in de armen. Waarom dat aan het begin van de zeventiende eeuw zo vernieuwend is, kan ik wel volgen. De grote sociale revoluties moesten nog komen, en armen waren er gewoon. Men dacht er niet aan om iets aan hun situatie te willen veranderen. En dan doet Vincent iets ongehoords: hij schakelt burgerij en aristocratie in om structureel iets aan het lot van de armen te doen. Zoiets groots kan, lijkt me alleen maar tot stand komen als het gedragen wordt door God. Het kan niet zo zijn dat Hij wil dat mensen worden ingedeeld in hokjes, dat de economie hen veroordeelt tot een mensonwaardig bestaan.
Het is Jezus zelf die ieder van ons persoonlijk uitnodigt om deel uit te maken van die beweging van barmhartigheid. Zo word ik ook persoonlijk omgevormd tot beeld van God. Er moeten mensen zijn die durven te geloven dat recht en barmhartigheid uiteindelijk zullen winnen, en dat het onrecht dat mensen klein houdt, hoe diep geworteld ook, geen toekomst heeft. Anders verliezen we de moed. Vincent was zo iemand, en daarom noemen we hem heilig.
En nu de praktijk. Wat versta ik zelf onder die beweging van barmhartigheid en hoe weet ik me daarin verbonden met anderen? Hoe worden we hierin medebroeders en medezusters? Het zou goed kunnen dat Vincent ons juist op dit punt iets te bieden heeft. Ik herinner me een spreuk van hem op onze eigen website: 'Bedenk elke dag aan wie je de meeste aandacht heb gegeven'. Dat is een heel praktische tip. Want hoe vaak geef ik geen aandacht aan mensen omdat ze me kunnen helpen om ergens beter van te worden, of gewoon, omdat ze een grote bek hebben? En hoe vaak heb ik niet door, waar mijn onbaatzuchtige aandacht iets wezenlijks kan betekenen, hoe klein ook? Als ik in het dagelijks leven de kiemen niet ontdek van die nieuwe wereld, kan ik er nooit toe bijdragen dat die dichterbij komt. Als ik mezelf vergelijk met wie ik was op die vorige reis naar Zuid-Frankrijk, in 1983, dan zie ik juist hier verschillen. Wat toen maar een vage droom bleef, een onrustig verlangen naar iets anders, is nu concreet geworden in mijn leven en werken. En dat is iets om dankbaar voor te zijn, want het alternatief is denk ik, om altijd maar achter iets ongrijpbaars te blijven jagen, tot je er ziek van wordt, en je omgeving tureluurs.
Op de weg is het spannend. Veel toeristen zijn op weg naar huis. Van het ene op het andere moment ontstaat er filevorming. De chauffeur is heel alert. Binnen in de bus is het opvallend stil. Er wordt niet gezongen, maar zachtjes gepraat, gelezen en geslapen. Martinus doet even zijn ogen open, zegt: selamat pagi en slaapt weer verder.
Swinging Annes
Guillaume heeft weer een prima wegrestaurant gevonden voor de lunch. Iedereen vindt wel iets van zijn gading. Er hangen monitoren aan de muur waarop we het schoonspringen kunnen volgen op de Olympische Spelen. Na elke sprong geeft Martinus punten. De Japanse meisjes hebben bij hem duidelijk een streepje voor.
In de bus is iedereen verbazend wakker. Er wordt weer muziek gemaakt. Annes vindt een ritme-ei en leeft zich uit: The General Board rocks!
We zijn onderweg naar Oradour, een dorpje bij Limoges. In juni 1944 werd het met alle bewoners erbij beestachtig vernietigd door de Waffen-SS. Het werd een blijvend monument van onbarmhartigheid. Ergens kan ik best begrijpen waarom we daar op deze reis naar toe gaan. Het is een contrast met de zoektocht naar Vincent, en kan die daardoor juist versterken. Ik ben er eigenlijk wel nieuwsgierig naar. Maar ik ben ook onrustig. Eigenlijk wil ik dit niet. Ik weet wel wat ik daar tegen zal komen. Oog in oog staan met de barbarij, die van alle tijden is. Maar misschien ook met de kracht in mezelf die alles kapot wil maken. Misschien dat ik daar bang voor ben...
Ik zie in de tentoonstellingsruimte een foto van Hitler. Inderdaad het volstrekte tegenbeeld van Vincent. Die had geen opgeheven rechterarmen nodig om zich heen. Hij was de sleutel op een andere deur dan die van de haat.
Als we ons congregationele lied 'Zie mijn mensen' inzetten denk ik: mijn hemel , nóg drie coupletten. Ik kan dit niet kleinkrijgen. Op zo'n plek als deze moet je gewoon stil zijn, en een beetje proberen te geloven dat God zelf alles weer heelmaakt, ooit. Ik kan dat niet zo rijmen met het bedrijven van liturgie op zo'n plek. Maar goed, smaken verschillen. En ergens voel ik ook dat het goed is om zoiets te doen, om gemeenschappelijk vorm te geven aan je emoties. Toch worstel ik ermee.
In het boekenstalletje kijk ik wéér in de ogen van een meisje van een jaar of elf, dat ik eerder al een paar keer tegenkwam in het dorp. Ze omarmt een jonger broertje dat dromerig voor zich uit kijkt met zijn duim in de mond.
Na een wat avontuurlijke busreis door het Franse platteland komen we aan bij onze laatste halteplaats vóór Parijs. Weer een contrast-ervaring. Het lijkt wel of we aankomen in een soort paradijs. We logeren in een prachtig, oud retraitecentrum. De ontvangst is ook allerhartelijkst. We worden welkom geheten door een bijzonder vriendelijke Augustines. De accomodaties zijn eenvoudig maar alles is even smaakvol. Na de maaltijd ben ik bekaf en besluit vroeg te gaan slapen.
Caspar bekijkt met James de site
Caspar Ik had tot voor kort nooit van Oradour gehoord. Een van mijn medebroeders vindt het 'toeristisch'. Zelf zou ik het liever 'gepast toeristisch' willen noemen.
Na de moord- en verbrandpartij heeft men het plaatsje zo gelaten. Je wordt er vanzelf stil van; de bordjes met 'Veuillez respecter le silence' hadden ze ook wel weg kunnen laten.
We houden in de buitenlucht, vlakbij het kerkhof, in de onmiddellijke nabijheid van de ruïnes een korte gebedsdienst. Daarin komen voor mij de woorden barmhartigheid en onbarmhartigheid bij elkaar. 's Avonds nog de dagsluiting en de mis voor morgen voorbereiden. Ik was liever een eindje gaan lopen...
Tijdens de avondrecreatie spelen we 'Trump', een kaartspel. Ik geniet ervan. Kaarten verbindt en verbroedert ons óók.
Niek
Er is nog iets in het gedachtegoed van Vincent dat me bezighoudt, misschien nog wel meer dan de deugden die ik gisteren noemde. Het is de manier waarop hij naar mensen kijkt. Uit de film Monsieur Vincent was me al een zin bijgebleven: 'We zijn er om de armen leven te geven en wel op zo'n manier dat ze beseffen dat ze een leven hebben'. In de tentoonstelling in de geboorteplaats van Vincent vond ik de spreuk: 'La reconnaissance de la dignité de l'homme'. Vincent hecht een groot belang aan het respect voor en de waarde van iedere mens.
Vandaag in Oradour, het uitgemoorde dorp in de Limousin, denk ik er opnieuw aan. Als je de waarde van een mens vergeet, als je vergeet dat ieder mens een leven heeft, dan kunnen er verschrikkelijke dingen gebeuren. Met die gedachte wordt het stil in mij...