Vier fraters
Niek Hanckmann
Albert van der woerd
Caspar Geertman
Paul Damen
Wat zijn fraters?
Fraters van Tilburg
Uit de tijd?
Gelofte van gehoorzaamheid
Gelofte van armoede
Gelofte van zuiverheid
Tien redenen om géén frater te worden
Mijn reden om het wel te doen
Terughoudendheid
Ouderwets
Actueel
Bron
Doordenken
mt:25
Mediteren kun je leren
Start de webmeditatie
Abonneren
Archief
Persoonlijk contact
Adressen
Snuffelen
Alles op een rij
Alle webmeditaties
Reacties op deze site
  HomeTour de VinceVERSLAG DAG 9 Saint-Léonard de Noblat - Paris
donderdag 26 augustus
woensdag 25 augustus
dinsdag 24 augustus
maandag 23 augustus
zondag 22 augustus
zaterdag 21 augustus
vrijdag 20 augustus
donderdag 19 augustus
woensdag 18 augustus
dinsdag 17 augustus
maandag 16 augustus
zondag 15 augustus
zaterdag 14 augustus
Zondag 22 augustus, negende dag,
Saint-Léonard de Noblat - Paris

Dagboek van Albert met aanvullingen van Caspar en Niek

Albert
Verder op de weg naar het noorden. Ik begin voorzichtig aan al een beetje aan thuis te denken. Vanmorgen aan tafel was er een grappige spraakverwarring. Guillaume had voor de zusters, zoals altijd, een klein geschenk. Het was een boekje over Chartres. Gérard had die boekjes nog gekocht en klaargelegd voor de reis. De zuster die het boekje in ontvangst nam zei: 'Merci beaucoup!' Richard dacht dat ze probeerde in het Engels te bedanken: 'Nice book!' Dat klinkt in zijn oren kennelijk ongeveer hetzelfde.
Iedereen vindt het allemaal jammer dat we op deze plek niet wat langer kunnen blijven want dit is een plaats waar je je geweldig op je gemak voelt. Overigens heb ik zo nu en dan het gevoel dat we ook op reis zijn door de erfenis van Gérard. Hij heeft in al die jaren toch wel heel wat mooie plekjes bij elkaar gezocht.
Vannacht aanvankelijk slecht geslapen. Ik had hoofdpijn en voelde een knoop in mijn buik. Het had nog te maken met Oradour. En met een te klein bed. In de bus voel ik me nu toch redelijk uitgerust.

 
   
Ik hoop dat we nog een stopplaats vinden met WiFi. Onze eigen internetverbinding via de telefoon is te traag om het forum bij te werken. Ik heb nog een hele stapel berichten te verwerken die geschreven zijn op de stille dag, eergisteren.
Op weg dus naar Parijs. We gaan er morgen plekken bezoeken die Vincent en zijn navolgers hebben opgebouwd. Ik hoorde alleen dat daar geen enkel missie-project meer over is waar Lazaristen werken. Voor mij des te meer reden om te blijven nadenken over de wonde van deze tijd, over waar barmhartigheid nu het meeste nodig is. Mijn aandacht gaat daarbij spontaan naar de jongste generaties. Die dreigen voor mijn gevoel op te groeien, ontworteld van hun geschiedenis, zowel cultureel als religieus. En het lijkt erop dat het niemand iets interesseert. Docenten, ouders, pastores en mensen in de sociale zorg zijn vaak verwikkeld in achtergrondgevechten, áls ze al knokken.
 
   
 
   
 
In een conflict over een ethische kwestie, met een van de jongeren uit mijn koor, nam ik een standpunt in waardoor ik vragen stelde bij de enorme communicatievrijheden d.m.v. e-mail, MSN en SMS. Mij werd toen verweten dat ik een soort Ancien Régime probeerde te restaureren. Ik leek op de pastoor die weer langs de deuren komt met de vraag: wordt het niet tijd voor een nieuw kindje? Ik antwoordde dat zijn generatie recht had op de morele verontwaardiging van de generatie daarboven, en dat ik juist bezig was hen dat recht te verschaffen. Ik weet niet of dat Vincentiaans is, maar het maakte wel iets duidelijk.
Stiekem denk ik dat het héél Vincentiaans kan zijn om jongeren bewust te maken van hun diepe verlangen om betekenisvol te zijn. Dat ze niet áltijd zelf betekenis hoeven te geven aan hun leven, maar dat dit hun ook gegeven wordt. En dat ze later ook in staat zullen zijn om aan hun kinderen waarden door te geven, waar generaties lang voor gevochten is. Dat heeft alles te maken met barmhartigheid.
Het is vreemd, maar ik heb toch vaak het gevoel dat ik deze visie op barmhartigheid moet verdedigen. Want jongeren hier, die lijden toch niet? Jongeren komen ook niet zo gauw naar je toe met problemen van immateriële aard. Die worden door hen heel zorgvuldig ingepakt, want ze schamen zich ervoor. Iemand die honger heeft, die komt wel op een gegeven moment. Schaamte of niet.

De reis verloopt niet echt voorspoedig. We komen twee keer in een 'Bouchon' terecht, veroorzaaakt door aanrijdingen. Bij de tweede file wordt de reisleiding wat onrustig. Ik heb bewondering voor chauffeur Piet, dat hij uit alle aangeboden adviezen steeds de goede oplossing kiest.

Om half zeven komen we aan in de lichtstad. Na het eten nog even de benen strekken. We zitten vlak bij de Eifeltoren. Dus er naar toe. Op het plein bij de toren is het een gezellige drukte, maar van Vincent is even geen spoor te vinden. Langs de Seine lopen we vervolgens weer terug, naar onze verblijfplaats voor de komende drie nachten.

Caspar
 
   
Naarmate we dichter bij Parijs komen, voel ik een lichte spanning in me opkomen. Ik verklaar die voor mezelf als volgt:
  • In mijn beleving ligt het hoogtepunt van onze Vincentiaanse pelgrimage in Parijs, in de Rue de Sèvres.
  • De aantrekkingsklracht die Parijs en de Parijse ambiance op me heeft. Ik was eerder in Parijs in 1979, 1982 en 1997. De laatste keer was als frater, tijdens een vakantie met Albert.
In de bus lezen we samen enkele pagina's uit het informatieboekje over Vincentius. Ze handelen over de kapel van Vincentius en over het Vincentiaanse Museum. De informatie tot me nemen, bevredigt het gevoel van spanning dat ik zojuist beschreef. Vervolgens verdiep ik mij in een aantal uitspraken van Vincentius, die door een medebroeder ooit bij elkaar zijn gezet. In een aantal uitspraken herken, hoor ik onze stichter Joannes Zwijsen. Wat te denken van het benadrukken van het belang om vooral barmhartig te zijn, de noodzaak van een verzorgd en inspiratief innerlijk leven en verder: goed doen aan de medemens (de arme) en hem zo tot God brengen.
Verder denk ik na over Vincents sterke kanten en mijn eigen sterke kanten. De vraag komt dan in me op hoe wij beiden als christen, als aan-God-gewijde-mensen het volhouden. Het antwoord is voor mij tegelijk eenvoudig alsook omvangrijk: het Evangelie waarin we het voorbeeld van Jezus Christus tegenkomen. Hopelijk gaan de komende dagen me brengen wat ik verwacht en waarnaar ik verlang: bij M. Vincent en bij mezelf komen.
Vandaag pas valt me overduidelijk op dat mijn Keniaanse medebroeders lachen om dingen of mensen die ze zien. Sommigen van hen raken ook overweldigd door het eten dat we in het wegrestaurant gebruiken. Sommige door hen gekozen gerechten vinden ze smakelijk, andere vervullen hen met lichte ironie.
Ik merk dat ik me er een beetje ongemakkelijk bij voel want met het lachen om mensen en dingen hier in Europa, lachen ze met wat voor mij normaal en vertrouwd is. Tegelijkertijd herinnert het me aan de periode dat ik drie jaren in hún land werkzaam was en ook ik daar sommige dingen vreemd vond of ermee moest lachen. Ik ben nu blij met die ervaring: uiteindelijk helpt ze me de reactie van mijn medebroeders te begrijpen, te herkennen én ze te relativeren.

Niek

Zoals het een goed christen betaamt, houd ik vandaag zondagsrust (ook alleen maar omdat het mij uitkomt, hoor!) Het programma laat het ook toe. Het ontbijt op een redelijk tijdstip, de hele dag in de bus zitten, nauwelijks input en geen bezichtigingen onderweg.
Ik ben aan een nieuw leesboek begonnen: 'Laten wij aanbidden' van Ann-Marie MacDonald. Het boek boeit me direct en ik besluit vandaag meteen maar een flink stuk te lezen. Tegen dat we in Parijs aankomen heb ik ruim 130 van de 600 bladzijdes gehad en zit ik lekker in het verhaal. Dat wordt vanavond nog even doorlezen.