Woensdag 25 en donderdag 26 augustus,
elfde en twaalfde dag,
Paris - Folleville - Tilburg -
Dagboek van Albert met aanvullingen van Caspar en Niek
Albert Woensdag
De laatste dag in Parijs was een toeristische dag. Ik had de leiding over hetzelfde groepje Kenianen als in Lourdes. Alleen was Niek nu bij de groep gekomen. Niek is heel handig in het uitzoeken van metroreizen, dus dat maakte het voor mij een stuk makkelijker. Ook was het fijn om er nog iemand bij te hebben die dingen uit kon leggen.
De avond ervoor had ik aan de groep mijn plannen voorgelegd: na elf dagen christelijk Parijs zouden we ons eens stevig verdiepen in de heidense kant. Ik wist dat Napoleon Bonaparte voor hen een heel intrigerende figuur was, dus dat werd het hoofdthema van deze dag.
Van Napoleon wordt gezegd dat hij op zijn sterfbed zei: Ik heb in mijn leven duizenden mensen de dood in gestuurd, maar ik ben niet in staat geweest om één mens van mij te laten houden. Met dit perspectief werd het een heel interessante zoektocht. De man die alles nam, niets zomaar kon ontvangen, en stierf in ballingschap.
Ook vond ik het belangrijk (deze dag werd nota bene de bevrijding van Parijs gevierd) om met de mannen naar de tentoonstelling over de tweede wereldoorlog te gaan, in het Hotel des Invalides. Mensen uit Afrika mogen best weten dat de vrede en de vrijheid in Europa niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Het zette voor hen wel een aantal dingen op hun plaats.
Zo langzamerhand begin ik mezelf de vraag te stellen: Wat waren de vruchten van deze reis, op zoek naar Vincentius? In mijn kamer, op de laatste avond in Frankrijk, begin ik voorzichtig wat op papier te zetten. Ik ben een aantal dingen te weten gekomen over Vincentius, over mezelf en over de congregatie waartoe ik behoor. Het staat allemaal te lezen in de voorgaande verslagen. Maar wat betekent het? Ik besluit om met deze vraag in gedachten te gaan slapen. Eerst een beetje afstand nemen, en hopen dat er iets zichtbaar wordt.
Donderdag
Half tien. We zitten inmiddels op de snelweg naar Lille. De ochtendspits is nog volop aan de gang. Maar wij gaan Parijs uit. Ik zeg gedag tegen deze mooie stad Maar ik sluit ook de zoektocht af naar Vincent. Eén ding heb ik geleerd: Vincent is niet los verkrijgbaar. Je krijgt hem samen met de geschiedenis van Europa, met de
misère van oorlogen én met de krachtlijnen van spiritualiteit sinds de roeping van de eerste mens.
Wat je cadeau krijgt is ook een portie devotionaliteit uit de negentiende eeuw, en de terminale fase waarin de beweging van de missionaire congregaties lijkt te zijn beland. De wereld zit kennelijk niet meer te wachten op georganiseerde barmhartigheid, die redt zichzelf wel. Maar overal zie je mensen snakken naar bezinning, naar contact met het eeuwige. Daarom zitten de kathedralen elke dag weer vol. Dat er ook iemand is die luistert naar de naam Eeuwige, en dat je iets verandert aan je fundamentele eenzaamheid, als je die Naam uitspreekt, weten er niet veel. Dat moet je ze eerst leren. Als je de kans krijgt.
Ik heb nóg iets ervaren: te behoren tot een internationale broederschap.
Zo vraag ik me bijvoorbeeld óók af: Wat heeft Maurice bijvoorbeeld in zijn rugzak verzameld, dat hem van pas komt, wanneer hij aan het sterfbed zit van het zoveelste AIDS-slachtoffer? Het is ook mijn probleem.
En Benedictus, als hij weer terug is in Ambon, en de strijd tussen Christenen en Moslims laait weer op, wat is dan zijn inspiratie om niet hard weg te lopen? En ik denk aan Niek, wanneer hij de stelling van Pythagoras moet uitleggen aan een leerling, waarvan hij weet dat die dezelfde dag nog voor een trein kan springen?
Ik heb door deze reis meer dan ooit beseft dat we als fraters drie belangrijke troeven in handen hebben:
Het geloof dat er Iemand is die luistert, en die ons bijstaat wanneer er iets onmogelijks gedaan moet worden.
De wetenschap dat er mensen zijn, zoals Vincent, die ons zijn voorgegaan. Heilige mensen, wier sporen we kunnen terugvinden in de concrete wereld, en die ons nog steeds iets kunnen leren.
De broederschap waarin niemand zich dood hoeft te lopen, waarin je zeker kunt zijn van de onderlinge solidariteit, als het erop aan komt.
Ik denk dat dat voor mij genoeg is. Daar kan ik van leven. Al het andere is dan niet meer zo verschrikkelijk belangrijk.
Nog een Da Coda al fine.
Laatste stop in Frankrijk: Folleville. Beetje rare timing voor zo'n belangrijke plaats in het leven van Vincent. De reis zit er bijna op en in de bus ruikt iedereen de stal reeds.
Als we het dorpje naderen verwacht ik elk moment een ridder op een paard over de heuvel komen. In de omgeving vind je wapenschilden die duiden op middeleeuwse feesten die hier morgen worden gehouden.
In het kleine kerkje zie ik de prachtigste dingen, niet afgeschermd door hekken en glas, zoals in Parijs. Beeldhouwwerk en houtsnijwerk uit de late gotiek, een gehavend beeldje van Vincent en de preekstoel die Vincent niet beklom voor het houden van zijn bekende bekeringspreek.
Het verhaal gaat dat Vincent van zijn broodvrouwe hoorde dat er een man gestorven was, zonder dat hij zijn zonden had kunnen opbiechten. Madame De Gondi vond dit zo erg dat zij Vincent vroeg om hierover in de parochiekerk te preken. Zijn preek was zo effectief dat zelfs Jezuïeten uit Amiens naar Folleville moesten komen om hem te helpen bij het horen van de biecht. Tot zover het bekende verhaal. Maar het bijzondere wat ik vandaag hoorde van de burgemeester van het dorpje was: er waren geen biechthokjes; de mensen wisten niet eens meer wat het sacrament van verzoening inhield! Ze wisten niet dat ze met het allermoeilijkste van hunzelf bij hun schepper terecht konden, en dat er mensen zijn die daarbij willen helpen. En Vincent was al die tijd een soort privé-priester voor de Gondi's...
Vanaf dat moment hield Vincent zich dus niet langer uitsluitend bezig met de geestelijke noden van de adellijke De Gondi-familie, maar hij had nu definitief gekozen voor het lot van de gewone mensen.
Caspar
Op de terugreis. Ik probeer voor mezelf de balans op te maken van deze pelgrimstocht. Heeft die mij dichter bij M. Vincent gebracht en zo ja, in welk opzicht?
Ik vind dat ik bevestigend moet antwoorden op bovengestelde vraag. Door in contact te komen met de vele facetten uit het leven van hem én door de plaatsen te bezoeken waar hij geleefd en gewerkt heeft, is hij voor mij tot leven gekomen. De ontdekking dat veel van zijn idealen, inspanningen en gedachten zijn terug te vinden bij onze stichter, mgr. Zwijsen, verlevendigt voor mij zijn persoon en charisma. Daardoor is het alsof ik door deze pelgrimage een beetje meer 'thuisgekomen' ben bij mezelf.
Het gebrandschilderde raam in het kerkje van Berceau Vincent de Paul (waarop een door Vincentius bevrijde galeislaaf eerstgenoemde omhelsde) staat mij nog steeds op mijn netvlies gebrand en is stevig in mijn geheugen gegrift. Dat raakt mij diep, hoe de glazenier hier barmhartigheid heeft uitgebeeld.
Misschien niet rechtstreeks, maar wel indirect, heeft ons bezoek aan Lourdes mij een stukje dichter bij 'de weg van Vincentius' gebracht. In Lourdes heb ik gereflecteerd op mijn leven tot nu toe en geprobeerd te vergelijken hoe ik de heiligdommen aldaar als tiener interpreteerde en hoe ik dat nu doe. Bezinning, reflectie en meditatie zijn voor Vincent van groot belang. Het is de basis, het fundament van je leven als actieve religieus.
Ik ga na deze pelgrimage twee voornemens maken en uitvoeren. Ten eerste proberen meer en gestructureerder zorg aan mijn meditatie te besteden. Ten tweede wil ik 'de armen' in mijn omgeving scherper gaan zien en me voor hen inzetten zoals Vincentius het heeft voorgedaan. Ik denk dat ieder van ons het begrip 'de armen' anders invult, onder andere afhankelijk van werkzaamheden, sterke kanten en omgeving. Vervolgens gaar het er echter om hoé je de arme die zich concreet tot jou richt probeert iets van jezelf te geven en dat het hem of haar echt ten goede komt.
Deze pelgrimage heeft me ook meer bij CMM als internationale gemeenschap gebracht. Voor mijn gevoel zijn de afstanden tussen de medebroeders uit de verschillende continenten kleiner aan het worden. Iedereen heeft althans geprobeerd het zijne daartoe bij te dragen.
Het dagelijks werken aan het dagboek heeft me gedwongen - in de positieve zin van het woord - dingen die ik meemaakte op te schrijven, erop te reflecteren en woorden te geven aan gedachten en gevoelens.
Niek
De pelgrimstocht zit erop. We hebben een uur geleden het kerkje van Folleville verlaten, de laatste Vincentplek op onze reis. Nu zitten we vlak voor België op weg naar huis.
In Folleville is me opnieuw opgevallen in wat voor gespleten wereld Vincent leefde. De rijkdom van de adel in die tijd, het voorste deel van de kerk en de armoede van de rest van de bevolking, het achterste deel. Vincent heeft geprobeerd in zijn leven die twee werelden dichterbij te brengen. Hij had hierbij een grote radicaliteit. Dat is iets wat ik in onze hedendaagse congregatie niet herken en wat ik ook niet meer zag in de eigen congregatie van Vincent. Misschien is het niet meer van deze tijd om radicaal te zijn. Ik merkte bij mezelf dat ik dat ook wel prima vind zo. Radicaliteit is niet zo mijn ding. Aan de andere kant... Vincent had zijn leven ook niet zo gepland.
Tegelijk merk ik dat ik ook nogal wat gemeen heb met het gedachtegoed van Vincent. Ik heb er de afgelopen dagen al eerder over geschreven en vooral het grote respect voor ieder mens houd ik vast.
Toch was dit voor mij niet het belangrijkste van deze reis. Wanneer ik me vijf dagen teruggetrokken had met wat boeken over Vincent was ik daar ook wel gekomen. Wat me vooral bijblijft van deze reis is de ontmoeting met mijn jonge medbroeders. De ervaring van de verschillen én de overeenkomsten in gebaren, cultuur, denken en doen is volgens mij onmisbaar in een internationale gemeenschap.
Inmiddels zitten we in België en Richard zingt: 'Bind us together Lord'.
Dat bedoel ik dus.