Goed georganiseerd de armen helpen
Vincent de Paul leeft bijna veertig jaar in Parijs en omstreken. Wie die periode onder één noemer wil samenbrengen, zal concluderen dat Vincent al die jaren op verschillende manieren bezig is geweest te zorgen voor een goede organisatie van de hulp aan de armen.
In 1625 begon hij de Congregatie van de Missie (de Lazaristen), in 1633 de Dochters der Liefde, in 1634 de Dames des Charité en in 1638 het Liefdewerk van de vondelingen.
In het huidige Moederhuis van de Lazaristen (59 Rue de Sèvres) bevindt zich in de kapel, boven het altaar, de schrijn met het lichaam van St. Vincent. In het huis is ook een priesteropleiding, een studentenhuis, een internationaal vormingscentrum, een bejaardenhuis en een museum. In het museum zijn nog veel voorwerpen te zien die aan Vincentius behoorden.
Vincentius was een praktisch mens
Naastenliefde moet effectief zijn en daarom goed worden georganiseerd. Zonder daarbij de affectiviteit uit het oog te verliezen. Omdat dat een lastige opgave is, gaf hij heel gedetailleerde instructies: ‘Wie de beurt heeft om naar de zieken te gaan, maakt het middagmaal klaar en brengt het naar de zieke. Groet deze eerst hartelijk en vriendelijk. Plaats daarna het tafeltje op het bed, leg er een servet op en zet een kommetje, een lepel en brood klaar. Help dan de zieke de handen te wassen. Vergeet niet eerst naar de zieken te gaan waar iemand thuis is en ga het laatst naar hen die alleen zijn, zodat je wat langer kan blijven.’
Er zijn twee schilderijen die de Parijse jaren van Vincent goed uitdrukken. Het eerste is een paneel van een drieluik van een moderne schilder, Kurt Welther. Hij schilderde Vincentius in 1990 temidden van de armen. Niet als ‘grote weldoener’, maar als één van hen. Want dát weet Vincent de Paul zeker: in de armen ontmoet je God. ‘Het is daarom dat jullie de armen moeten dienen als jullie meesters, met eerbied en toewijding, want zij vertegenwoordigen Jezus Christus die zegt: “Wat je gedaan hebt aan één van deze geringsten, heb je aan Mij gedaan.” De Heer is werkelijk aanwezig in een zieke aan wie je een dienst bewijst.’
In de kerk van Clichy waar Vincentius pas écht met zijn werk begint, hangt een modern schilderij dat hem afbeeldt met onwerkelijk grote handen. Het geeft uitdrukking aan de oproep van Vincent ‘de handen uit de mouwen te steken’: ‘Mag je bij de pakken gaan neerzitten als de armen sterven van de honger?’ En: ‘Je handen moeten in het verlengde liggen van je hart’.