getuigen

Gisterenmorgen bereikte ons het bericht van de dood van Theo Zweerman, franciscaan te Megen. Ik was hem daar vaak tegengekomen bij de voorbereidingen van de Kloosterkaravaan, die daar maandag van start gaat. Ik trof dan een mens, terminaal patiënt, maar aandachtig en met eerbied voor het leven, die altijd even een aardig woord voor me had. Of een blik van verstandhouding. Hij zag me écht staan. Maar afgelopen dinsdag zag ik hem met een vreemde blos op zijn gezicht, stilletjes de avondboterham eten. Ik liet hem... Donderdagmorgen in alle vroegte is hij er stilletjes tussenuit gepiept.
In de communiteit in Megen overheerst op dit moment toch de vreugde om een mooie ontmoeting met zuster Dood. De uitvaart is expres op maandagmiddag, dat heeft de minste schadelijke gevolgen voor de Kloosterkaravaan. 'Jongeren hebben proiriteit' zegt een medebroeder.
Ik heb al geopperd: laten we met alle deelnemers van de Kloosterkaravaan eerst naar die uitvaart gaan. Want hoe kun je nou nog mooier zien hoe goed het kloosterleven is, dan door stil te staan bij de eenvoudige getuigenis van deze broeders.
Frater Albert op 14.10.05 om 08:29 [link-->]
Tweede professiedag?

Tweede paasdag, tweede professiedag. Een dag om alles nog eens na te beleven. Dat zou eigenlijk moeten. Maar ja, over een uur staan er alweer klanten voor de studio op de stoep. En die verwachten wel dat ik er met mijn hoofd bij ben. Waar ben ik nu met mijn hoofd?
Bij de viering van professie in het generalaat. Niet alleen de professie van Paul, maar die van iedereen die aanwezig was. Het is een gebeuren van de gemeenschap dat het individu overstijgt. We articuleren opnieuw de fundamentele binding die uitgaat van ons geloof. Dat doen we door bij elkaar te zijn, ook al zijn er nog andere manieren om de zondagmorgen door te brengen. Door dierbare teksten te lezen en te interpreteren, door liederen te zingen uit de liederenschat die de Kerk heeft voortgebracht, door Christus te ontmoeten in Brood en Wijn. Een totaalpakket.
Maar ik voel ook dat alles mij helpt om ook mijn engagement weer te vernieuwen. Dit engagement is ook gegroeid sinds het moment dat ik mijn professie deed. De woorden van de priester: 'religieuzen zijn niet allereerst bedoeld als goedkope maatschappelijk werkers' klinken mij als muziek in de oren.
Wat moeten wij toch verschrikkelijk zuinig zijn op het talent wat wij gekregen hebben: God herkennen in het meest nietige, en Hem vooruit helpen in onze wereld. Natuurlijk kan dat door allerlei goede werken, maar ik zou zeggen 'doorhéén' goede werken. Laat ik nou maar eerst zorgen dat ik doortrokken ben van Zijn grenzeloze liefde voor alles wat in mij klein, nietig en onaanzienlijk is. Dan maken mijn goede werken misschien een kans om iets uit te richten in de ziel van een ander en in die van mezelf.
Frater Albert op 03.10.05 om 09:39 [link-->]