vrijdag, 28 oktober 05
Maria in de verdrukking
Oktober. Mariamaand. Afgelopen week ontving ik een e-mail van een - volgens mij - jongeman die de website van fraters.nu had bekeken.
Hij reageerde op hetgeen hij bij mij had gelezen over de rol die Maria in mijn leven speelde.
Hij stelde in zijn e-mail dat hij vond dat ik Maria devotioneel een beetje onderschatte.
Toen ik het las, merkte ik dat dat wat met mij deed: eerst werd ik boos en daarna ging ik nog eens na wie Maria nou écht voor mij is.
Toen de boosheid een beetje gezakt was, heb ik de betreffende jongeman het volgende mailtje teruggestuurd:
Goedemorgen,
Jouw (als ik mag tutoyeren en je bij de voornaam mag noemen) website heb ik
bekeken. Ik ben ervan onder de indruk. En wat een hoop verwijzingen!
Ook wil ik je bedanken voor de moeite die je genomen hebt om onze website te
bezoeken.
Ik wil een citaat uit jouw e-mail aan mij even aanhalen:
'Zeker omdat je Maria devotioneel een beetje onderschat vind ik
persoonlijk'.
Daar zeg je nogal wat. En dat tegen iemand die je nog nooit ontmoet hebt.
Nota bene via de e-mail.
Eerlijk gezegd voelde ik me er niet zo gelukkig bij.
Je zult het zo vast niet bedoeld hebben, maar ik wilde je dit toch even
teruggeven.
Verder wens ik je alle succes bij je ondernemingen en nogmaals proficiat met
de fraaie site!
Vriendelijke groet,
fr. Caspar Geertman
Wie is Maria nu eigenlijk werkelijk voor mij? Als ik naar de tekst kijk op www.fraters.nu, dan merk ik dat ik datgene wat ik daar over Maria gezegd heb, nog steeds volledig onderschijf.
Je kunt op heel veel verschillende manieren naar Maria kijken. Vanuit de devotionele sfeer, vanuit de Bijbelse sfeer, vanuit de menselijke sfeer en ga zo nog maar even door.
Ik denk dat het er allemaal mag zijn en dat Maria door iedere gelovige op een verschillende manier beleefd kan worden. Het is allemaal niet zo star, en het ene is niet beter dan het andere.
Het is volgens mij wél zo dat binnen de Marialogie en in de literatuur die thans over Maria verschijnt, Maria vooral vanuit bijbels perspectief wordt belicht en daarnaast als sterke, gelovige maar bovenal menselijke vrouw.
Het gaat erom waar jìj je bij thuis voelt. Pas dan kan Maria echt iets voor iemand gaan betekenen.
Frater Caspar op 28.10.05 om 03:48 [link-->]
Frater Caspar op 28.10.05 om 03:48 [link-->]
donderdag, 20 oktober 05
Barmhartigheid
Het is nu een week geleden dat ik mocht deelnemen aan het Congres dat Zin in Werk organiseerde in het Beatrixtheater te Utrecht in het kader van zijn eerste lustrum.
Na de dag, waarvan ik genoten heb en die me geïnpsireerd heeft, is het alsof er iets met me is gebeurd.
Ik zal proberen daarvan iets te delen.
De dag stond sterk in het teken van barmhartigheid, van mededogen.
En dat woord mededogen heeft me vervolgens aan het denken gezet: In hoeverre leef ik nou écht als een barmhartige broeder? Kan ik ook barmhartig zijn naar mezelf als ik het voor een ander in een bepaalde situatie nìet kan zijn? Wat of wie is mijn inspiratiebron als het erom gaat een barmhartige broeder te zijn? Hoe zit het met mijn spiritualiteit van barmhartigheid of houd ik er toch een andere spiritualiteit op na?
Heel vaak merk ik dat ik niet barmhartig ben. Dan overheerst mijn eigen 'ikje' of zit ik mezelf in de weg. Dan wìl ik wel maar kàn ik niet. Lastig, vooral voor mezelf. Maar ook voor anderen. Ik doe dan iets met hen.
Soms lukt het wél om een barmhartige broeder te zijn. En dan voel ik mezelf ook veel prettiger! Barmhartigheid doet dus iets met mijzelf!
De spiritualiteit van barmhartigheid is zò veelomvattend dat ze het op dit moment voor mij van andere spiritualiteiten wint.
Het 'barmhartige broeder worden' spreekt me aan. Het geeft aan dat ik daar een leven lang aan mag werken.
Jezus van Nazareth is daarbij een voorbeeld voor mij. Hij laat me zien wat een barmhartige broeder is en hoe een barmhartige broeder handelt. Hij handelt met zachte hand maar ook met krachtige hand wanneer dat nodig is.
Eigenlijk vind ik het wel vreemd dat ik nu, na meer dan 20 jaar lid te zijn van de congregatie, die barmhartigheid meer ga ontdekken en er meer door geraakt word.
Het is ook net of ik de afgelopen week toch bewuster bij barmhartigheid heb stil gestaan, zowel tijdens meditatie-, gebeds- en bezinningsmomenten als in de ontmoeting met anderen.
Eigenlijk ben ik nu helemaal niet zo tevreden over dit stukje tekst. Maar laat ik barmhartig zijn naar mezelf en het mezelf toestaan dat het niet zo'n goed stukje is. Volgende keer een nieuwe kans.......
Frater Caspar op 20.10.05 om 11:25 [link-->]
donderdag, 13 oktober 05
Ontmoeting
Dinsdagmiddag de 11e oktober was het, op een stralende namiddag. Eergisteren dus.
Ik was op de fiets en reed langs het verpleeghuis waar ik eind jaren '80 als A-verpleegkundige een aantal jaren had gewerkt.
Wegens het mooie weer zaten er een aantal bewoners met hun rolstoelen buiten, voor en opzij van het hoofdgebouw. Eén ervan herkende ik en ik passeerde hem vrijwel rakelings. Hij is nu een man van achter in de dertig, schat ik. Ik stapte van mijn fiets. Ook hij herkende mij onmiddellijk.
Na de formele clichévraag aan elkaar te hebben gesteld vroeg ik hem - hij is helemaal verlamd maar kan nog wel spreken - hoelang zijn vriendin, die eveneens zwaar gehandicapt was en die ik ook had verpleegd, nu overleden was. Dat bleek inmiddels vier jaar te zijn.
Hij had vrede met haar sterven, zei hij. Ze wilde niet meer. "Ze kon ook niet meer," vulde ik voorzichtig aan. Dat beaamde hij en vervolgde: "Maar dat mijn zus die kerngezond was enkele jaren geleden plotseling is overleden, dat heb ik nog steeds niet op een rijtje."
En het gesprek ging verder....over de kracht die het geloof hem gaf, over de kerk waar hij iedere twee weken heen ging, over het graf van zijn zusje, over zijn ouders, over 'zeker weten dat er leven na de dood is', over Lourdes waar hij pas was geweest en wat hem zo bemoedigd had, over mensen die niet begrepen dat hij nog kon geloven of dat hij überhaupt nog geloofde.
Ik luisterde, lichtelijk ontroerd dat hij mij dit allemaal toevertrouwde terwijl ik hem toch een paar jaar niet meer had gesproken, we nog maar net aan de praat waren en we bij wijze van spreken midden op straat stonden.
"Net als jij geloof ik ook en ben ik er zeker van dat we het allemaal niet alleen hoeven doen" zei ik vervolgens. "Dat weet ik, want jij bent frater", was zijn reactie.
"Wat bijzonder dat je mij dit allemaal vertelt," merkte ik na een korte stilte op. "Bedankt voor het vertrouwen dat je me nu geeft." "Tegen jou kàn ik het vertellen," was het antwoord.
Deze man, die zich zelden of nooit uitte in de tijd dat ik op zijn afdeling werkte, had me daar ineens zoveel van zijn 'binnenkant' laten zien..........pffff. Een levensbeschouwelijk gesprek van grote klasse.
Nu ik dit schrijf ontroert het me weer, net zoals eergisteren toen ik alles wat hij vertelde in ontvangst mocht nemen. Ik zie weer zijn gezicht voor me, meer dan vijftien jaar geleden, toen hij verdriet had en huilde maar zijn emoties niet kon uiten.
Een van de laatste dingen die hij tegen me zei was dat hij een beetje geleerd had om de dingen die hem dwars zaten of die hem bewogen, te uiten. Ik heb hem daarmee gecomplimenteerd.
We namen afscheid en ik vervolgde mijn weg.
Onderweg vroeg ik me af of hij me dit allemaal zou hebben verteld als ik geen frater geweest was........
De ontmoeting met hem heeft me nadien doorlopend beziggehouden. Zo gehandicapt en tegelijkertijd zo'n diepgang. En dan het vertrouwen............
Eén vraag houdt me echter bezig: Wat is nu barmhartig: nog een keer naar hem toegaan en terugkomen op ons gesprek, of doorgeven aan de pastoraal werkende dat het goed is deze man extra te bezoeken of er helemaal niets meer mee doen en het als een incident beschouwen: ik moet me niet mengen in de pastorale zorg?
Ik zal er nog eens over nadenken.
Frater Caspar op 13.10.05 om 09:35 [link-->]
donderdag, 06 oktober 05
Meditatie
Van de week werd ik zomaar door iemand aangesproken over mediteren. "Jij mediteert zeker regelmatig?"
was de startvraag. Ik zei dat ik het in ieder geval dagelijks probeerde, maar met wisselend succes.
"Zou je mij daar iets van kunnen leren? Ik voel dat ik het graag zou willen en dat het een verrijking kan zijn voor mijn leven. Maar ik weet niet hoe te beginnen."
Hoe begin ik zelf? Ik moet het van de morgen hebben, 's avonds ben ik te vol of te druk of te moe. 's Morgens ben ik nog fris en leeg.
Ik zit altijd op zo'n meditatiebankje, met mijn benen er opgevouwen onder. Daar zit ik heerlijk op. Ik heb soms wel wat last van spanning in mijn schouders. Die probeer ik dan extra te ontspannen.
Dan, met de handen losjes in de schoot en de ogen dicht probeer ik gewoon stil te zitten. Mijn inzet is dan verder niets. Vanzelf komt er dan wel een ingeving die me rustiger maakt of juist niet. Bij die ingeving probeer ik te blijven. Als ik geluk heb volgen er dan nog andere 'ingevingen' of daal ik dieper af naar die éne ingeving. Maar ook heel vaak komt er niets spontaan naar binnen. Dan zit ik daar maar, rustig afwachtend en toch niet alleen........
De laatste paar minuten gebruik ik voor het lezen van een stukje (evangelie)tekst.
Er zijn methodes, ook christelijke, om mediteren te leren en er is tijd voor nodig om het te leren. Nu, 22 jaar frater zijnde, moet ik zeggen dat ik het mediteren echt heb moeten leren en er nog steeds heel veel over te leren heb.
We hebben hier in huis ook gemeenschappelijke meditaties: elke dinsdagavond van 19.00-20.00 uur een geleide meditatie en iedere vrijdagavond van de even weken een schriftmeditatie in Ignatiaanse stijl met een nabespreking. Het is toch anders of je in een groep of alleen mediteert.
Meditatie vereist wat mijzelf betreft een stukje discipline. Eerder opstaan, jezelf concentreren, geduld beoefenen. Maar ik las ooit ergens: "Als je er maar vaak genoeg steeds opnieuw aan begint, zal God het tot een goed einde brengen. "
De professie van 'onze' Paul heeft me deze week nog wel beziggehouden. Hij geniet er zelf nog zo van na en met trots laat hij het foto-album zien aan iedereen die ernaar vraagt.
Wat mij raakte in de viering en wat deze week ook bij mij is gebleven, is dat Paul tijdens de dienst even geëmotioneerd werd toen hij uitsprak waarom hij Eeuwige Professie wilde doen. Dat deed mij écht wat.
Ik geloof wel dat Paul zich op zijn plaats voelt. Dat is weldadig om te mogen zien en voelen.
Frater Caspar op 06.10.05 om 11:13 [link-->]