[Vorig bericht: "Tweede afbeelding Hemelvaart"] [Volgend bericht: "Geraakt"]
10/06/2005: "Vandaag"
Ik zit in de dagboeknotities van Etty Hillesum te lezen en zie staan:
"'s Avonds 11 uur. - Zo'n dag is eigenlijk heel lang, er gebeurt veel. Ik ben zo verschrikkelijk tevreden op het ogenblik, achter dit bureau."
Vreemd toch, dat ik me op dit moment ook zo voel: tevreden omdat het nu even rustig is in huis, dit als contrast met een volle dag waarop veel gebeurd is. De laatste voorbereidingen voor de lustrumviering van het koor Katharsis vroegen vandaag de aandacht van een aantal mensen, ook van mij. Zo heb ik voornamelijk inkopen gedaan. En ik was erbij toen we met enkele mensen het programma voor de dag doornamen.
Ik ben in Etty Hillesum gaan lezen omdat ik ontdekte dat bij haar de innerlijke ruimte, de innerlijke vrijheid zo duidelijk aanwezig waren. Temidden van de jodenvervolging, de inperking van de uiterlijke vrijheid door de nazi's, blijft zij fier overeind staan. Ze brengt dat gevoel en besef van innerlijke vrijheid, van ruimte in haar binnenste, nadrukkelijk in verband met God, maar op een heel eigen manier, en los van ieder instituut, los van de synagoge en van de geļnstitutionaliseerde godsdienst.
Een ander stukje tekst van haar, dat ik vandaag las, wil ik hier ook graag citeren:
"26 augustus, dinsdagavond. - Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.
Ik stel me voor dat er mensen zijn die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn er ook die het hoofd buigen en in de handen verbergen, ik denk dat die God binnen in zich zoeken."
De woorden die zij kiest, had ik niet kunnen kiezen, de beelden die ze oproept zijn ook niet direct mijn beelden, maar waar het haar over gaat, dat herken ik heel goed: die 'Godverlatenheid' die er soms kan zijn ook in mijn leven, die momenten, die dagen waarop ik niet 'bij God kan' en ik hem als het ware moet opgraven (waar ik niet altijd sterk genoeg voor ben)...dat is herkenbaar. Ik heb het idee dat ik als frater niet gemakkelijker 'toegang' tot God heb en dat er ook niet minder 'stenen en gruis' voor de put liggen dan bij wie ook. Wel maakt het verschil of je God zoekt, of je er veel voor over hebt om die tocht - een levenslange pelgrimstocht eigenlijk - vol te houden.
En wat Etty schrijft over dat zoeken van God buiten jezelf en in jezelf vind ik treffend: volgens mij geldt voor een aantal mensen (ook voor mij) dat ze Hem zowel buiten als binnen zichzelf zoeken. Hij is groter dan ik en niet te vatten, te omschrijven, maar als ik Hem te groot ga denken, besef ik weer dat Hij in mij wil wonen, dat ik (en ieder ander mens) daarvoor niet te klein of onbelangrijk ben.
Wonderlijk en merkwaardig dat woorden van Etty Hillesum, ruim 60 jaar geleden neergeschreven, zo kunnen resoneren, vanavond in mij achter dit bureau en deze computer.

