[Vorig bericht: "Geraakt"] [Volgend bericht: "Bezorger"]
13/06/2005: "Druk, druk, druk..."
Het overkomt me dat allerlei bezigheden, afspraken, taken en andere prikkels van buitenaf me in beslag nemen. Dan weet ik niet meer wie ik eigenlijk ben. In een roes ren en sjouw ik. Als ik dan weer eens goed naar mezelf kijk, moet ik lachen om dat drukke baasje: zo is mijn leven - als frater, maar ook als ik geen frater was - toch niet bedoeld?
'Het druk hebben' geeft status. Je stijgt in aanzien als je agenda vol zit. Voor iedereen in onze samenleving is het dan ook verleidelijk om op te gaan in bezigheden, in 'drukte'. Het poetst je ego op en laat het glimmen. Maar is dat het hoogste doel in mijn leven?
De afgelopen dagen heb ik weer eens zitten lezen in een boekje van Leo Fijen: 'Hoe word ik gelukkig?' Het is twee jaar geleden verschenen en ik kreeg het toen met mijn verjaardag.
Daarin komen kloosterlingen aan het woord, die vertellen over hun zoeken naar God, over geluk, over hun weg in het leven. Eén van hen is Ria van Dinther, claris in een klooster in Nijmegen. Wat zij zegt over 'geluk' spreekt me aan, omdat ik voel dat het waar is. Het is geen gemakkelijk of 'goedkoop' antwoord dat je in twintig seconden bedenkt, maar een antwoord dat voortkomt uit levenservaring, uit een bewust omgaan met jezelf en met anderen, met je mogelijkheden en onmogelijkheden, en met die van anderen.
Ik wil haar citeren:
"GELUK
Er is te veel geschreeuw, rumoer, buitenkant in de samenleving. Dan lijkt het alsof geluk maakbaar is. Alsof posters ons het enige verhaal vertellen: je leven maak je zelf. Waar hebben we het over? Geluk is welbevinden, maar veel meer dan dat. Want als geluk slechts welbevinden is, dan wordt het wel erg kwetsbaar. Geluk is net zo goed het geduld om het uit te houden in moeilijke tijden, de veerkracht om door te gaan waar geen uitzicht meer is, de bevrijding dat het mogelijk is elkaar vast te houden door alle tegenspoed heen, de ontdekking dat conflicten en ruzies geen eindpunt hoeven te zijn, het gevoel dat het goed is de beste krachten te geven aan een ideaal, de moed om de eigen tekortkomingen te zien en daar niet van te schrikken, de vrijheid om elke dag ja te zeggen tegen het engagement dat ik veertien jaar geleden ben aangegaan. Dat is allemaal geluk."
Ik vind het wonderlijk om te voelen hoe ze me in het diepst van mijn hart raakt: dit gaat over mij, dit is voor mij ook waar.
Ik weet dat ik een individualist ben, opgegroeid in Nederland in de jaren zestig en zeventig, in een samenleving die de gemeenschapszin steeds meer losliet en steeds meer ruimte maakte voor ieders individuele wensen en mogelijkheden. Dat heeft veel goeds gebracht. Geen mens komt immers tot bloei als hij zichzelf niet mag zijn, als zijn talenten niet gezien worden en als hij permanent moet leven onder omstandigheden die hem ongelukkig maken.
Maar het individualisme heeft ook een gevaarlijke kant, een die ik zelf maar al te goed ken. Als ik mijn welbevinden voortdurend zelf moet organiseren en het niet meer verdraag dat het soms een tijdje minder goed met me gaat...dan loop ik van het een naar het ander. In onze samenleving is het niet zo moeilijk om telkens weer ergens anders mijn 'geluk te zoeken' maar maakt zo'n rusteloze zoektocht me niet doodongelukkig?
Daar gaat volgens mij dat citaat van Ria van Dinther over.
Natuurlijk moet ik een levenswijze kiezen die bij me past, anders vraag ik om problemen.
Maar als ik eenmaal mijn keuze gemaakt heb, zal ik niet alleen maar 'goede tijden' kennen. Soms vraag ik me af waar ik aan begonnen ben: heeft mijn levenskeuze nog wel toekomst? Heeft iemand er wel iets aan dat ik er ben en leef zoals ik leef, en heb ik er zelf wel iets aan? Ben ik niet elders beter op mijn plaats? Dan is die veerkracht nodig om 'door te gaan waar geen uitzicht meer is'. 'Elkaar vasthouden door alle tegenspoed heen': in een gemeenschap kán dat, en gebeurt het, of het nu een communiteit van fraters is of een tweerelatie of gezin, of een goede vriendschap of vriendenkring. 'De ontdekking dat conflicten en ruzies geen eindpunt hoeven te zijn'... misschien is het voor mensen die na pakweg 1960 zijn opgegroeid wel het moeilijkste wat er bestaat: in relatie blijven staan tot iemand met wie je 'overhoop ligt', en toch met elkaar verder proberen te gaan. Niet tot elke prijs, want soms gaat het echt niet meer, maar geven we het niet te gemakkelijk op omdat we ons geluk wel ergens anders kunnen gaan zoeken?
Je beste krachten geven aan een ideaal: soms zie ik dat ideaal niet meer zo scherp, dan vraag ik me af of het nog wel de moeite waard is en of ik me niet vergist hebt door ervoor te kiezen. Maar iedereen die werkelijk leeft voor een ideaal, komt voor dit soort beproevingen te staan. Ook Jezus werd beproefd in de woestijn, om het maar op te geven en een gemakkelijk leven te gaan leiden.
Je eigen tekortkomingen zien en daar niet van schrikken... vooral dat laatste vind ik moeilijk. Alles moet perfect zijn in mijn leven en die houding deel ik met veel mensen. Het zit in onze maatschappij, in alles wat op me afkomt en in veel van mijn ontmoetingen met anderen: ik vind het moeilijk om te accepteren dat iets of iemand niet volmaakt is. Ik weet dat het zo is en dat niemand werkelijk volmaakt is, maar het is toch altijd weer even slikken... De laatste zes jaar - sinds ik frater ben geworden - ben ik aan het leren om met onvolmaaktheid, onafheid te leven: die van mezelf en die van anderen. Ik merk dat de eis van perfectie - die ik aan mezelf stelde - ervoor zorgde dat ik me gauw ergerde aan anderen of aan mezelf, dat ik nooit meer iets goed vond en niet tevreden kon zijn met mijn leven, met mezelf, met de mensen uit mijn omgeving. En tegelijkertijd wist ik dat het anders kon: soms kwam ik via de krant of de televisie mensen op het spoor uit andere werelddelen die een levensvreugde en eenvoud uitstraalden waarvan ik alleen maar kon dromen...en ze waren veel armer en hadden veel minder mogelijkheden dan ik!
Groeien in die levensvreugde, in tevredenheid, in eenvoud, dat is een uitdaging voor me maar wel een die echt met mijn geluk te maken heeft.

