[Vorig bericht: "Terugkijken op retraite"] [Volgend bericht: "Keuze voor het leven"]
31/07/2005: "Hoezo, broodvermenigvuldiging?"

Vanmorgen werd in de zondagsviering het verhaal van de broodvermenigvuldiging voorgelezen. Een grote menigte ging Jezus achterna, naar een afgelegen plaats. Hoewel Hij liever alleen wilde zijn, trof het Hem dat zoveel mensen Hem gevolgd waren, op zoek naar wat aandacht, verlangend gezien te worden. Toen het tegen de avond liep, liet Jezus zijn leerlingen voedsel uitdelen aan al die mensen. Van vijf broden en twee vissen - die Hij zegende en brak - liet Hij zijn leerlingen die hele menigte te eten geven. En er bleef nog veel over: twaalf volle korven, zo staat het er.
Wat moet je nou met zo'n verhaal? Zoiets kan toch eigenlijk niet, en christenen geloven toch niet in sprookjes?
Vanmorgen hoorde ik in onze parochiekerk de pastor de vraag stellen: Wat is er nou eigenlijk gebeurd? In alle eerlijkheid, zei hij, kunnen we alleen maar zeggen: we weten het niet.
Maar, vervolgde hij, wonderen in de bijbel, dat zijn tekenen. Ze verwijzen naar een andere werkelijkheid. Die is: delen, en dan is er voor iedereen genoeg. Jezus geeft het voorbeeld en brengt de mensen ertoe, met elkaar te delen.
En zo is het belangrijk dat ook wij delen. In Nederland is er niet zoveel honger naar brood (al komt het zeker nog voor dat gezinnen om voedsel verlegen zitten) maar veel meer naar aandacht, erkenning, belangstelling. Nogal wat mensen zijn eenzaam, worden niet gezien.
En wereldwijd: we weten dat er genoeg voedsel geproduceerd kan worden om iedereen te laten eten. Toch lijden nog altijd velen honger, terwijl wij hier te veel hebben. Soms proppen we ons vol en worden er (te) dik van. En het komt voor dat voedsel wordt weggegooid.
Deze woorden spraken me aan.
Bij het horen van het verhaal werd ik vooral geraakt door het beeld van die menigte die Jezus achterna gaat. Ze zoeken Hem, verwachten dat Hij hun iets te bieden heeft in hun onrust en onvrede...: perspectief, aandacht, erkenning als mens. Want al die mensen zijn kostbaar, geliefd als ze zijn bij God. Voor mij en voor ons allen bevat het verhaal de uitnodiging - of iets sterker nog: de opdracht - om te doen zoals Jezus deed, dus: mensen te zien, aandacht te geven en erkenning.
Het doet me denken aan de begrippen waarmee fraters de laatste jaren 'barmhartigheid' omschrijven: zien - bewogen worden - in beweging komen. Het begint met 'zien': dat ieder mens kostbaar is (ook al tellen sommigen maatschappelijk niet mee, omdat ze 'waardeloos' zouden zijn) en dat ieder mens zoekt naar bevestiging daarvan.
Met vijf broden en twee vissen een menigte van meer dan vijfduizend mensen voeden...: dat is natuurlijk niet mogelijk. Maar het verhaal is geen journalistiek verslag, eerder een beeldend verhaal dat verwijst naar de kracht van delen, van samen-optrekken, van elkaar zien en erkennen. En het beeld is dan dat je met zo weinig brood en vis een massa kunt voeden, ofwel: dat barmhartigheid naar elkaar toe, solidariteit, heel veel goeds tot stand kunnen brengen... ook al zijn de middelen beperkt, en ook al lijkt het onmogelijk.
Reacties: 4 reacties : bekijk reacties >>>
op woensdag, 03/08/05 reageerde fr. Paul Damen:
Jan,
De kern is voor mij dat het er niet om gaat, wat er nu precies gebeurd is. Het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging wil ons andere dingen zeggen zoals: waar mensen delen, wordt wat onmogelijk lijkt, mogelijk. En: leven in Jezus' geest brengt mensen tot elkaar, schept ruimte voor iedereen, niemand komt tekort.
Zo ook verwijst Jezus' opstanding naar de werkelijkheid dat Hij leeft en niet dood is. En ook: dat wij zullen blijven leven en dat ook voor ons de dood niet het laatste is.
Christenen geloven niet in reïncarnatie. Reïncarnatie wordt vaak gezien als: je ziel leeft voort in een ander lichaam (van een mens of een dier), in de toekomst, hier op aarde.
Als christenen geloven we dat we zelf zullen opstaan en voortleven na onze dood, en dat het niet meer een aards, vergankelijk bestaan zal zijn.
Niet dat ons dode aardse lichaam dan zal 'herleven', dat niet. Wel zullen we een lichaam hebben in het leven na de dood, dat ook echt ons lichaam is, dus bij ons hoort.
Paulus schrijft hierover, bijvoorbeeld in I Korintiërs 15, 42 - 44.
fr. Paul
op dinsdag, 02/08/05 reageerde jan:
Frater Paul,
1)Inderdaad door te delen kunnen mensen ervoor zorgen dat niemand iets tekort komt.
Dit betekent dus zoals vaak in de bijbel, dat wij mensen Gods handen zijn.
Maar mijn vraag was vooral:
Waarom wordt dit verhaal opgevat als een 'sprookje' (niet letterlijk), terwijl de verrijzenis wel letterlijk opgevat wordt. Of zagen de Emmausgangers Jezus dan niet echt maar enkel in gedachten?
maw: welke criteria gebruik je om het ene verhaal te verklaren via ' mensenhanden ' en het andere verhaal als letterlijk te beschouwen.
Of nog: als Jezus werkelijk verrezen is, waarom zou hij dan ook niet het brood en de vissen werkelijk gedeeld hebben?? "Verrijzen" is toch straffer dan brood en vissen delen...
Dit alles is geen negatieve kritiek van mijnentwege, het zijn enkel losse beschouwingen. Ikzelf geloof trouwens ook in de verrijzenis.
2) Vele geloven dat we na de dood voortbestaan. In de meeste godsdiensten is dit zo. Sommige geloven in reïncarnatie. Maar wat is dan het typisch Kristelijke?
M.vr.gr.
Jan
op dinsdag, 02/08/05 reageerde Fr. Paul Damen:
Jan,
Het is een belangrijke vraag die je stelt, een vraag die mij ook steeds weer bezighoudt.
Voor mij gaat het er dan eerder om of bijbelverhalen 'waar' zijn. 'Waar' ook weer in betekenis: het is misschien niet letterlijk zo gebeurd (maar dat weten we niet!) maar het verhaal is in elk geval 'waar', zoals ook een gedicht of een schilderij 'waar' kan zijn.
Zo is het voor mij 'waar' dat mensen, door te delen, kunnen zorgen dat niemand iets tekort komt.
Wat de opstanding betreft: het is voor mij 'waar' dat we na onze dood voortbestaan. Hoe en wat weet ik niet precies. Ook de apostel Paulus weet dat niet precies. Wel geeft hij duidelijk aan, in de opstanding(van Jezus en van ons) te geloven.
fr. Paul
op maandag, 01/08/05 reageerde jan:
Beste frater,
Tja, de bijbel is een moeilijk boek. Ik snap er meestal niet veel van.
Moet je de bijbel nu letterlijk opvatten of niet. Volgens U hier wat betreft dit verhaal: eerder beeldend, verwijzend naar de kracht van delen. Het is geen journalistiek verslag.
Ik stel me dan telkens weer de vraag: wanneer is een bijbelverhaal wel letterlijk op te vatten en wanneer niet. Dit hier is dus volgens U niet letterlijk op te vatten. Wat mij betreft geen probleem, maar. Wat dan vb met het belangrijkste verhaal uit de bijbel: de wederopstanding? Moeten we dat ook niet letterlijk opvatten? Is er een verrijzenis of geen? Is er een verrijzenis van het lichaam of is het enkel onze ziel? Waarom het ene verhaal wel letterlijk nemen en het andere niet? Of moeten we dan niks letterlijk nemen?
Jan