[Vorig bericht: "Altijd blij?"] [Volgend bericht: "Moeder Teresa, de bruiloft en de begaanbare weg"]
03/10/2005: "Professie: geraakt in het diepst van mijn ziel"
Terugkijkend op de dag van mijn professie voor het leven, voel ik een diepe dankbaarheid en ben ik nog steeds ontroerd dat ik deze definitieve verbintenis heb mogen aangaan. Dat ik nu definitief tot de congregatie behoor, is een groot geschenk voor me.
Ik voelde gisteren heel sterk dat de ‘hoofdlijnen’ van mijn leven bij elkaar kwamen in dat éne moment van het uitspreken van mijn professie.
Een eerste hoofdlijn is...
mijn verbondenheid met God. Ik ben opgegroeid in een katholiek milieu en moet, terugkijkend, zeggen dat ik als kind al gegrepen was door het religieuze, al op zoek was naar God – al kon ik dat toen niet zo benoemen. Lezen in de bijbel en ’s zondags naar de kerk gaan: daar voelde ik me eenvoudigweg toe aangetrokken. Ik deed het niet omdat het moest, want in ons gezin ‘moest’ dat helemaal niet. Als volwassene heb ik daar een aantal jaren veel minder aan gedaan maar ik ontdekte dat de verbondenheid met God bleef bestaan. Ik kwam toen een tijd lang niet zo vaak in de kerk, maar als ik er kwam, werd ik diep geraakt door het samen bidden van het Onze-Vader of het uitspreken of zingen van de geloofsbelijdenis. Ik was daar verstandelijk niet zo mee bezig maar werd als het ware ‘bij mijn lurven gepakt’. Ik wist ineens weer dat ik me weliswaar over veel dingen druk maakte, maar dat in mijn leven eigenlijk maar één ding belangrijk was: mijn relatie met God, dat ik me door Hem bemind mag weten en dat mijn leven vervuld is als ik Hem centraal stel….en dat dat ook consequenties heeft voor mijn relaties met andere mensen.
Hoe ik dat ineens wist? Door een onbeschrijflijk gevoel van ontroering, van aangeraakt-worden heel diep in mijn wezen: daar waar de ‘echte Paul’ zit, die in het dagelijks leven maar zeer ten dele zichtbaar is. En het gevoel en ook het weten dat God die ‘echte Paul’ wil zien en koestert, en dan ook nog eens dat dat niet iets exclusiefs voor mij is (want dan zou ik me doodongelukkig voelen) maar dat Hij ieder mens wil zien en koestert.
Datzelfde gevoel kwam terug, gisteren, toen ik als inleiding op mijn professie kort aangaf waarom ik voor het leven frater wil zijn. Ik werd weer ‘aangeraakt’ in het diepst van mijn ziel en wist: dit is mijn bestemming. Tegelijkertijd cirkelden allerlei argumenten om me heen waarom ik deze keuze beter niet had kunnen maken: wie doet zoiets nog, moet je kijken hoe klein de congregatie in Nederland is, maar ook mijn zwakke kanten en de vraag of ik daarmee wel voor de dag kan komen binnen de congregatie. Met die laatste vraag heb ik soms behoorlijk geworsteld, maar nu kan ik gelukkig zelf voelen dat ik er mag zijn. Zoals al mijn medebroeders hun sterke en zwakke kanten hebben en met heel hun persoon aanvaard zijn, allereerst door God en vervolgens door de congregatie, zo ben ik dat eveneens.
Een tweede hoofdlijn in mijn leven is het zoeken naar een gemeenschap waar ik die verbondenheid met God kan beleven, samen met mensen die dat ook doen en die een leven willen leiden dat in overeenstemming is met het evangelie. Lange tijd is dat een onbewust zoeken en verlangen geweest, het missen van zo’n gemeenschap zonder dat ik kon benoemen wat ik miste. Nu ik definitief bij de congregatie van de fraters hoor, voel ik dat ik zo’n gemeenschap heb gevonden. Ik durf zelfs te zeggen dat ik ‘thuis’ gekomen ben.
Het zijn niet alleen fraters met wie ik deze verbondenheid ervaar. Ik voel die ook bijvoorbeeld
met Jozien, die voor Studio Elim werkt. Ik heb haar al bij de eerste kennismaking met de Elimgroep ontmoet, 6 jaar geleden en zie haar nog steeds iedere week. Ook met de leden van Katharsis heb ik die verbondenheid. En ik heb die intens ervaren tijdens het slotweekend van de Wereldjongerendagen in Keulen, toen we vanuit Elim met een groep daarheen zijn gegaan. Daar waren mensen bij van Katharsis maar ook van Jongerenkoor St. Lucas.
Als derde hoofdlijn wil ik noemen dat ik altijd graag iets heb willen betekenen voor de mensen met wie ik omga, degenen die op mijn weg komen. Nu zou ik dat ‘barmhartigheid’ noemen maar tien jaar geleden zou ik dat woord niet gemakkelijk in de mond hebben genomen. Ik kon niet goed benoemen waar het me eigenlijk om ging. Ik voel dat ik als frater meer de gelegenheid heb om ‘barmhartig’ te leven en zo’n levenswijze met anderen te delen, dat ik zo als persoon ‘beter uit de verf kom’ (meer Paul word zou je kunnen zeggen) dan wanneer ik een andere levensstaat (alleenwonend of gehuwd) zou hebben. Dat hangt met mijn persoon samen.
Natuurlijk voel ik bij de professie ook spanning, omdat niemand weet wat de toekomst brengt. Ik heb veel beloofd, maar zal ik die geloften waar kunnen maken? Het is een vraag die ook bij een huwelijk aan de orde is. Ik kan er alleen maar van zeggen dat ik de afgelopen jaren naar deze levenskeuze ben toegegroeid en dat ik nu voel dat het mijn – definitieve – weg is. Ik ben vastbesloten om mijn hele verdere leven te leiden volgens mijn professie. Natuurlijk weet ik niet zeker of dat zal lukken, maar ik heb wel het vertrouwen dat ik het aankan… niet alléén maar wel met hulp van God, op Wie ik steeds in gebed kan terugvallen, en met hulp van mijn medebroeders en van anderen met wie ik een goede band heb. Mijn vertrouwen wordt ook gevoed door mijn religieuze verlangen: ik weet dat dat heel sterk is en er al heel vroeg in mijn leven was. Het is gebleven en de laatste jaren behoorlijk gegroeid.
Alle gebeurtenissen van gisteren heb ik beleefd vanuit mijn dankbaarheid en vreugde over mijn professie. Het was iets geweldigs om deze gevoelens te kunnen delen met anderen, die blij zijn met mijn keuze: blij voor mij maar ook voor henzelf omdat de professie ook voor hen iets betekent. Veel mensen hebben dit zo tegenover mij uitgesproken of in een schriftelijke gelukwens verwoord.
Dat ik mijn professie heb uitgesproken in een eucharistieviering waar veel mensen aan deelnamen (ik schat circa 120), was voor mij heel bijzonder: samen bidden en vieren is me dierbaar. Daarna waren er de felicitaties en cadeaus, het gezamenlijke lunchbuffet in Elim en een receptie later op de middag. Het waren vele momenten van vriendschap en verbondenheid, die in het teken stonden van mijn keuze voor dit leven.

