[Vorig bericht: "Zending in de kerk"] [Volgend bericht: "Witte Donderdag"]
12/04/2006: "Ongeloof typisch West-Europees"
Deze stelling las ik gisteren in ´Trouw´.
Een Brits theoloog deed deze uitspraak en zei erbij dat de mens van nature religieus is.
Ik denk dat ieder mens er behoefte aan heeft om betekenis aan zijn leven te geven.
Wie vraagt zich nooit eens af waar hij vandaan komt en wat zijn bestemming is? Volgens mij zijn we allemaal, bewust of onbewust, op zoek naar wat ons kan vervullen, naar wat ons leven in de goede richting leidt, de richting die bij ons past.
Religieus-zijn is wel iets anders dan kerkelijk-zijn.
In West-Europa wordt de religieuze zoektocht vaak genoeg buiten de kerken ondernomen. Dat geeft meer vrijheid, maar het heeft ook een riskant aspect. Wie behoedt je voor vergissingen, voor echte ‘dwalingen’, als je los van een traditie en los van een geloofsgemeenschap je weg zoekt? Dan wordt het wel heel belangrijk om een goede gids te hebben, en hoe stel je vast dat die goed is?
Ook binnen een geloofsgemeenschap is begeleiding op spiritueel gebied overigens een groot goed. Het kan je helpen om te gaan zien welke weg God met jou wil gaan, hoe Hij in je leven aanwezig is en wil zijn.
Over de kerk deed diezelfde Britse theoloog in ‘Trouw’ overigens een uitspraak die me trof:
“De kerk moet de liefde van God uitdragen. Altijd aan de kant van de mensen staan.”
Dàt is in de roos, vind ik, want wat heeft religie voor zin als die niet gaat over een God die mensen liefheeft en die ook wil dat wij altijd voortleven, onsterfelijk zijn dus?
Een kerk waar die liefde wordt uitgedragen, daar hou ik van.

