[Vorig bericht: "De fraters in Oost-Timor"] [Volgend bericht: "Hoe is het mogelijk..."]
30/05/2006: "Targets"
Gisteravond was ik voor de derde keer deze maand op bezoek bij een jonge Marokkaanse vrouw. Ik kwam bij haar als vrijwilliger van Stichting Leergeld.
Ze woont met twee kinderen in een studentenhuis en had aanvankelijk maar één kamer om in te wonen. Sinds kort mag ze (meestal) een tweede kamer gebruiken om gasten in te ontvangen en te strijken.
Als ik nu bekijk wat ik voor dit gezin heb bereikt, is dat niet veel: het betalen van de schoolbijdrage voor een van de kinderen.
De kinderen zeiden enkele weken geleden al dat ze aan sport wilden doen. Omdat de oudste een lichte lichamelijke handicap heeft, is dat niet eenvoudig. Niet elke sportvereniging is ingesteld op lichamelijke handicaps. En het meisje vindt badminton, tafeltennis en atletiek – waarvoor in Tilburg wel mogelijkheden bestaan als je een lichamelijke handicap hebt – niet leuk. We hebben nu afgesproken dat ze zelf gaat informeren bij de zaalvoetbalbond.
De jongste wil op proef aan ballet gaan doen. Haar moeder zal haar meenemen naar de muziek- en balletschool.
Een extra moeilijkheid is dat de moeder vergeetachtig is. Ze wijt dit aan een ongeval. Snel voortgang maken is bij deze klant niet mogelijk.
Wel is ze erg blij met de belangstelling die ze ondervindt. Ze klaagt over haar maatschappelijk werkster en over de Sociale Dienst. Dat zijn geluiden die ik vaak hoor. Ik ga daar niet op in, omdat het me niet zinvol lijkt. Wel help ik altijd om serieuze klachten kenbaar te maken, of de klant in contact te brengen met iemand die dit voor haar (hem) kan doen.
Iemand zien, samen koffie drinken, met de kinderen praten en er gewoon een hele avond zitten…het blijkt voor deze vrouw belangrijker te zijn dan het ‘rond krijgen’ van een aanmelding bij een sportvereniging. Dat moet natuurlijk ook gebeuren, als de kinderen iets vinden wat ze graag doen. Maar het komt erbij, als een zakelijk puntje, bijna in de marge.
Als ik zou moeten kijken naar ‘targets’: hoeveel klanten bezoek ik op jaarbasis, hoeveel keren heb ik bemiddeld naar sportverenigingen, hoeveel keren heb ik gezorgd voor het betalen van schoolkosten enzovoort, dan drukt een klant als deze het gemiddelde behoorlijk.
Gelukkig, en helemaal terecht, wordt bij Stichting Leergeld niet uitsluitend daarnaar gekeken, al verantwoorden we tegenover onze sponsors natuurlijk wel wat we met de sponsorgelden doen, en daar hoort óók bij hoeveel klanten we helpen op jaarbasis, en hoe effectief dus de inspanningen van de stichting zijn.
Toch is ook het zitten bij een klant ‘effectief’, alleen op een heel andere manier. Lastig vind ik het dat het ‘effect’, als je het zo mag noemen, niet te meten is. Het zijn eerder subjectieve indrukken van mij, en daarop afgaan is altijd een beetje riskant. Toch zijn zulke huisbezoeken zinvol. Of er nu in de toekomst een aanvraag uit voorkomt, of niet.
Ik moest hieraan ook denken, toen ik in ‘Davita’s Harp’ van Chaim Potok las hoe Davita’s moeder in de steek werd gelaten, toen ze haar lidmaatschap van de communistische partij opzegde, eind jaren dertig in New York. Ze deed dat, omdat Stalin een niet-aanvalsverdrag had gesloten met Hitler. Dat zag ze als verraad.
Buiten de partij had ze geen vrienden, want ze had al haar tijd in de partij gestoken. Zelfs haar gezin had daaronder geleden.
Nu bleef ze alleen over. Gelukkig waren er nog enkele bekenden uit het orthodox-joodse milieu waar zij zelf ook uit stamde maar dat ze ontgroeid was. Die lieten haar niet vallen, en hadden haar nooit laten vallen, hoewel ze met haar partijlidmaatschap nooit gelukkig waren geweest.
In het verhaal over Davita’s moeder herken ik dezelfde lijn als bij mijn ervaringen met ‘Leergeld’: ‘targets’ nastreven, op effectiviteit letten, is op zichzelf goed. Maar te veel daarop letten, al je aandacht daarop concentreren, maakt het leven zo zakelijk en mensen vaak hard.
Het is ook mijn ervaring in de periode voordat ik frater werd. Er zijn nogal wat ‘schijnbaar nutteloze’ dingen in het leven, zoals ontspanning, koffie-drinken, rust nemen, bezoekjes afleggen. Ik ken ook de verleiding om die niet te waarderen, en te gáán voor de ‘grote projecten’, datgene wat applaus oplevert en waar mensen vol bewondering naar kijken. Dat ìs ook heerlijk om mee te maken, maar het gevaar van eenzijdigheid is niet te onderschatten.

