[Vorig bericht: "Kinderkoor"] [Volgend bericht: "Avondgebed voor Tilburg"]
14/02/2007: "Wie ben ik... dat ik dit mee mag maken?"

Contacten met mensen zijn belangrijk voor me. Tegelijk vind ik ze het moeilijkst van alles wat ik door de dagen heen meemaak. Goed luisteren, de ander zien, voldoende aandacht geven… maar ook op een verstandige manier omgaan met elkaar, dus niet blijven hangen in eindeloze gesprekken met koffie en sigaretten. Mensen, waar mogelijk, op weg helpen zodat ze aan hun toekomst kunnen werken. Of er gewoon zijn, dat is vaak al voldoende.
Natuurlijk schiet ik daarin tekort, en geldt dat niet voor ons allemaal?
Het overkomt me nogal eens dat ik bij een ontmoeting spontaan denk: “Wie ben ik….dat ik dit mee mag maken? Dat ik dit mag ontvangen?”
Contacten kunnen echter ook moeizaam zijn en dan is het soms zaak om het uit te houden, trouw te blijven, de ander te blijven zien, ook al is die niet zo vriendelijk. Ook dan kan ik nog iets ontvangen: het samen-zijn, al gaat het dan ook met spanningen gepaard.
Ontmoetingen zijn verweven met de liefde voor God en voor de medemens. Er zijn in onze samenleving nogal wat mensen die liefde tekortkomen, zich niet gezien weten, zich eenzaam voelen en afgesneden van de rest van de wereld.
God wil ons als zijn instrumenten gebruiken om die liefde uit te dragen. Hij gebruikt onze stem, onze handen, onze voeten om dat te doen.
Om liefde uit te dragen, moeten we zelf die liefde ontvangen. Daarom is het essentieel om in relatie tot Hem te blijven staan en steeds maar weer te beseffen dat het zijn liefde is die ons draagt. Ieder van ons is zijn geliefde dochter of zoon, en we zijn Hem allemaal even lief.
Dat is moeilijk. We hebben allemaal de neiging – en ik herken die ook bij mezelf – om het niet te geloven. Voorgeprogrammeerd als we zijn door de eisen van onze maatschappij, zijn we streng voor onszelf. We kijken naar de normen die we niet halen, zijn teleurgesteld in onszelf… en gaan dan ook denken dat God wel heel erg teleurgesteld moet zijn in ons.
God zit er helemaal niet zo mee dat wij die normen niet halen.
Hij laat zijn liefde naar ons uitgaan, en als we die willen ontvangen, kunnen we die ook doorgeven. Dat gaat bijna vanzelf, ik weet het uit eigen ervaring. Maar dan moet ik wel meewerken.
En eigenlijk is ‘meewerken’ veel te actief geformuleerd, alsof het om geploeter en gezwoeg gaat. Het tegendeel is waar. We mogen er gewoon zijn en ontvangen wat dagelijks aan moois op ons pad komt. We mogen aandacht geven aan die mooie dingen en mensen.
Onze samenleving maakt het ons niet altijd gemakkelijk om dat te doen. We hebben echter een stukje innerlijke vrijheid: welke houding nemen we aan, wat stellen we centraal in ons leven, van waaruit leven we? Die vrijheid kan niemand ons afnemen.

