[Vorig bericht: "Hoor Israël!"] [Volgend bericht: "Liturgiegroep Katharsis"]
18/03/2007: "Een vader en twee zonen"

Vandaag wordt in de liturgie het verhaal gelezen van de vader en zijn twee zonen. Het is beter bekend als ‘de verloren zoon’, al kun je het net zo goed het verhaal van de barmhartige vader noemen. Bovendien komt er een tweede zoon in voor, de oudste, en die is op een andere manier ook verloren.
Ik ken het verhaal al lang en raak er telkens weer door geboeid.
Dat komt waarschijnlijk doordat er zoveel herkenning voor me in zit.
De jongste zoon die wil gaan léven en het recht daartoe opeist, die zijn eigen gang gaat en een losbandig leven gaat leiden. Menig psycholoog zou waarschijnlijk zeggen: goed gedaan, je hebt je ontworsteld aan je ouderlijk milieu, je bent eens uit de band gesprongen, dat is goed voor je ontwikkeling.
Dan komt er een hongersnood. Onlangs las ik een preek bij dit verhaal, waarin de vraag gesteld werd: “Hongersnood… hoe zou dat ook anders kunnen? Als je vér weg bent van de Vader, waar haal je dan brood vandaan voor je hart? Waar vind je dan een woord dat je ziel vervult?” Dàt vind ik nou mooi. Ik ken uit een wat verder verleden de ervaring dat alles zo grauw en leeg wordt als ik Gods aanwezigheid niet meer zoek, niet meer wil ervaren.
Die zoon begon dus gebrek te lijden. Hij gaat met hangende pootjes terug naar zijn vader om als dagloner bij hem te werken. Want zijn zoon…is hij niet meer, die status heeft hij verloren, denkt hij. En de vader…? Die haalt hem in, als zijn geliefde en eindelijk teruggekeerde kind. Feest is het, feest moet er zijn, en de vader pakt dan ook uit. Wat heerlijk om zo te kunnen zijn als de vader! Ik merk dat ik zo ver nog niet ben. Zonder het te willen, voel ik toch altijd weer remmingen om zo uitbundig, zo hartelijk en zo barmhartig te zijn. Past dat wel? Is het wel eerlijk?
De oudste zoon is eigenlijk een verhaal apart, en toch weer zo verbonden met het voorgaande.
Hij komt van zijn werk op het land terug en hoort het feestgedruis. Hij wil er niets van weten dat er gefeest wordt om de terugkeer van zijn broer, die losbandig had geleefd. Niks barmhartigheid of hartelijkheid. Zelf heeft hij vele jaren geploeterd op dat land waar ze wonen en zuinig geleefd. Waarom moet er dan nu ineens zoveel uit de kast gehaald worden voor die jongere broer van hem, die nergens voor deugt?
Hier hoor ik mezelf in terug. Niet dat ik graag zo wil zijn, maar iets van die houding zit ook in mij… en belemmert me om ten volle barmhartig te zijn.
Nu is dat niet zo gek, want de vader staat voor de goddelijke barmhartigheid, en welke mens is in staat tot zoveel barmhartigheid als God zelf? Maar het ideaal is er wel mee geschetst.

