[Vorig bericht: "De vrouw bij de bron"] [Volgend bericht: "Een avond anders dan alle andere"]
01/04/2007: "Palmzondag"

Het is in de avond van Palmzondag als ik dit schrijf.
De Goede Week is begonnen, de laatste week vóór Pasen, waarin zulke belangrijke gebeurtenissen centraal staan: het Laatste Avondmaal, Jezus’ gevangenneming, veroordeling en executie.
Vanochtend nog was er in de liturgie een ander geluid te horen: dat van een vreugdevolle intocht van Jezus in Jeruzalem, op een ezel weliswaar, want het koninkrijk waar Jezus voor staat, is niet dat van machthebbers die in bijbelse taal op sterke paarden rijden, maar dat van de eenvoudige, transparante koning die op een ezeltje plaatsneemt.
Het zijn beelden die me wel vertrouwd zijn maar die nu geconcentreerd binnenkomen, omdat we er deze week samen bij stilstaan, als geloofsgemeenschap.
Ze zijn nu verbonden met gebeurtenissen in dit weekend.
Gisteren gingen we met een groep X’ers (Generatie X) wandelen, van Baarn naar Hilversum. Niet alleen was het een mooie wandeling waarop de zon zich vaak liet zien, maar we stonden ook even stil bij Palmzondag: het palmtakje als symbool van Gods onverwoestbaarheid, Hij is er altijd en laat ook steeds weer opnieuw leven ontstaan. Het gebeurt vaak juist daar, waar mensen denken dat het helemaal afgelopen is… zoals destijds in Jeruzalem, nadat Jezus als een misdadiger aan het kruis zijn einde gevonden leek te hebben.
Vanochtend zong het Elim Kinderkoor in de viering in de Lucaskerk. Er waren palmtakjes maar ook palmpaasstokken. En de liederen gingen uiteraard over de intocht in Jeruzalem en over wat verder in de Goede Week herdacht en opnieuw beleefd wordt.
Als derde noem ik het avondgebed dat Katharsis mocht verzorgen in het generalaat van onze congregatie. Het ging daarin met name over Jezus’ beproeving in de Hof van Olijven, en over onze beproeving, telkens weer: willen wij bij Hem horen? Houden wij het vertrouwen in Hem en in zijn hemelse Vader, dat de teleurstellingen en tegenslagen die we om ons heen zien of zelf ervaren, niet het laatste zijn? Dat daarachter nieuw en vol leven ligt?

