[Vorig bericht: "Heiligen"] [Volgend bericht: "Grenzen verleggen"]
09/11/2007: "In het begin"

“In het begin schiep God de hemel en de aarde.”
Het zijn de eerste woorden van de Bijbel.
Ze raken mij, omdat ze aanhaken bij mijn gevoel gedragen te worden: door de Schepper, die met ons meetrekt waar we ook gaan. We zwerven op deze aarde niet doelloos rond, maar gaan ergens heen. We zijn onderweg, naar Hem, naar de zevende dag: die van de sabbatsrust, van het aan jezelf toekomen en jezelf mogen zijn.
En tijdens dit onderweg-zijn krijgen we een opdracht mee: de aarde te bewaren en te beheren, elkáár te bewaren. Die opdracht kan misschien zwaar klinken ('Moet ik nu weer van alles?') maar als we die opdracht allemaal serieus namen, zouden we echt van elkaar op aan kunnen. Daardoor wordt de wereld al anders.
Deze week hebben we in Elim met een aantal mensen het eerste verhaal van de Bijbel – over de schepping – gelezen.
Het is geschreven in poëtische taal. Geen historisch verslag: je vindt er niet hoe de schepping precies heeft plaatsgevonden. Wie zou dat trouwens hebben kunnen opschrijven?
Één ding is wel duidelijk: de schrijver wil ons zeggen dat God aan de oorsprong van alle leven staat. Op Hem gaat het terug, van Hem ontvangen wij het.
Een wetenschappelijk bewezen waarheid?
Dat niet, maar wčl een waarheid, even waar als het schilderij van Vincent van Gogh ‘Weg met cipres en ster’. Even waar als de verrukking van iemand die verliefd is.
Het is een verhaal dat ingaat op levensvragen. Dat waren de levensvragen van de Israëlieten die verbannen waren naar Babylonië: waar komen we vandaan, waarom zijn we nu hier en waartoe dient dit alles?
In onze groep bleek dat je er nog meer in kunt lezen, en dat dat allemaal past in de hoofdlijn van dat scheppingsverhaal.
De komende weken gaat deze groep nog twee keer een bijbelverhaal lezen.

