[Vorig bericht: "Jezus en jij"] [Volgend bericht: "Waarom?"]
22/04/2009: "Paastijd"

Paastijd…
Liturgisch een tijd waarin de volle omvang van de paasboodschap nog doorklinkt: vreugde, lof aan God, ervaring van Jezus’ aanwezigheid en nabijheid.
Maar kan ik die vreugde ook echt voelen? En dat vijftig dagen lang?
Het leven gaat gewoon door, zo lijkt het. En altijd blij zijn, dat gaat niet.
Natuurlijk, altijd blij zijn, altijd de vreugde van Pasen kunnen voelen, dat is erg veel gevraagd.
Het gaat er eerder om dat we ons open stellen voor die paasvreugde, dat we blijven vertrouwen op de aanwezigheid van de Levende Heer in ons leven, ook al lijkt het er soms op dat Hij er niet is.
En als we zelfs dat vertrouwen, dat geloof, niet meer kunnen opbrengen, dan kunnen we altijd nog verlangen naar dat geloof, en erom vragen, erom bidden.
Toen Mozes met de Israëlieten de woestijn doorgetrokken was, na hun vlucht uit Egypte, kwamen ze in de buurt van het Beloofde Land, het land Kanaän. Ze zagen het al liggen, aan de overkant van de rivier de Jordaan, die de grens vormde.
En Mozes sprak de Israëlieten toe, zo staat er dan in de Bijbel.
Uit wat hij toen gezegd heeft, wil ik enkele woorden lichten.
Mozes houdt de Israëlieten voor om trouw te blijven aan hun God, de Heer van alle leven. Alleen dan zullen ze vrije mensen zijn, alleen dan zullen ze vervulde mensen zijn.
En als ze Hem vergeten, komen ze opnieuw in de leegte terecht, de onvervuldheid, die erom schreeuwt om gevuld te worden…. Dan kun je op zoek gaan naar allerlei materiële zaken, naar allerlei vertier en ontspanning, naar druk gezelschap en veel activiteit, en al die dingen leiden je wel af, houden je een tijd bezig, maar vervullen kunnen ze je niet.
Tenslotte zul je toch merken dat je van binnen leeg bent, en dat al die dingen je alleen maar een tijdje hebben belet om die leegte te voelen.
Als je gewend raakt aan mooie dingen, kun je meer verliefd raken op die dingen dan op de Gever van dat alles.
Als je Hem vergeet die jou uit het slavenhuis in Egypte leidde – zoals God had gedaan met de Israëlieten – dan dreig je in een nieuw slavenhuis terecht te komen: dat van een onverzadigbare honger om die leegte in jezelf op te vullen.

