woensdag, 29 juni 05
Weerstand tegen God
Vandaag heb ik even zitten lezen in een reactie van Rein Nauta (Theologische Faculteit Tilburg) op het verslag van een 'onderzoek naar jongeren en zingeving'.
Wat me trof, is dat hij iemand citeert die stelt: voor mensen is het bijna onmogelijk niet betrokken te zijn op zaken waar het in het evangelie om gaat. Mensen uiten hun betrokkenheid en hun gevoelens daarbij vrijwel nooit in religieuze taal. Woorden als God, geloof en kerk roepen vaak weerstand op.
Nauta stelt nu dat je bij mensen die weerstand ervaren bij 'ouderwets geloof', religiositeit op het spoor kunt komen, bijvoorbeeld door een begrip als 'het heilige' te gebruiken. Je kunt vragen stellen als: is er iets dat je heilig is, weet je wat een gevoel van eerbied is, heb je ooit een gevoel van ontzag of van geluk gekend? Uit de antwoorden die iemand geeft, krijg je dan een idee hoe zij of hij in de wereld staat. En natuurlijk zijn er nog meer begrippen waarmee je vragen kunt stellen, zoals dankbaarheid, 'bekering' (omkeren nadat je ergens spijt van hebt gekregen) of gemeenschap en vervreemding (voel je je verbonden met de wereld of ervan vervreemd?).
Frater Paul op 29.06.05 om 04:09 [Lees verder >]
vrijdag, 24 juni 05
'Alleen maar' er-zijn

Ontmoet in de gevangenis: een Afrikaanse jongeman van 21 jaar, gedetineerd om uitgezet te worden. Hij vertelt me dat hij enigst kind is en dat zijn ouders niet meer leven. Hij vindt het moeilijk om naar zijn land terug te gaan, omdat hij niet weet waar hij zal kunnen wonen, en of hij werk zal vinden. Toch wordt hij zeer waarschijnlijk teruggezonden, en dat weet hij.
Misschien zal het hem meevallen om weer zijn weg in zijn land van herkomst te vinden, dat kan ik niet overzien. Ik probeer zijn aandacht te richten op wat er vandaag aan moois kan voorkomen in zijn leven: een gesprekje met een mede-gevangene, een tekst die hij leest, de zon die schijnt, een partijtje tafeltennis tijdens de recreatie vanavond.
Want dat is toch de kern van ons leven, van dat van hem, van mij, van iedereen: dat we oog hebben voor het vele goede dat er is, altijd, en niet vast gaan zitten in wat er niet is, of nog niet is, of wat er niet deugt of niet prettig is. Open naar het leven toe staan, dankbaar om wat er is, blij met het bestaan ondanks 'alles': dat is volgens mij ook open staan naar Hem toe, de Schepper van alle leven.
En verder, tijdens dat uur in de bezoekruimte? Luisteren naar deze man, er-zijn, zodat hij kan voelen dat ook zijn verhaal telt.
Frater Paul op 24.06.05 om 05:31 [link-->]
woensdag, 22 juni 05
Een visser aan het water

Wie herkent dit niet: er gaat zoveel in me om, ik weet meestal niet precies wàt er allemaal in me leeft en het gebeurt (te vaak naar mijn zin) dat een of andere emotie ineens naar buiten spat en bevreemding wekt bij huisgenoten of bij anderen. Dan zeg ik bijvoorbeeld iets negatiefs, of ik span me te weinig in voor de eenheid die tussen ons, als huisgenoten van een religieuze communiteit, nodig is om goed samen te leven.
In het weekend las ik er iets over waarvan ik denk: dat is waar ik al lang naar zoek, zo kun je daar mee omgaan. Het is een tekst van een abt. Dat is het hoofd van een abdij, van de monniken die er wonen. Hij heet Alberic Bruschke en woont in de Trappistenabdij te Diepenveen (bij Deventer).
Ik citeer hem:
Frater Paul op 22.06.05 om 11:04 [Lees verder >]
donderdag, 16 juni 05
Hoog bezoek

Gistermiddag kregen we als Elim-communiteit hoog bezoek: aartsbisschop Nashenda van Windhoek (Namibië) was enige tijd bij ons te gast. Hij is oud-leerling van een van onze huisgenoten, frater Frans van de Meulengraaf. Frans heeft, evenals onze huisgenoot Wout, vele jaren in Namibië gewerkt. Zij hebben er de tijd van de apartheid meegemaakt (toen Namibië nog niet onafhankelijk was maar als mandaatgebied door Zuid-Afrika werd bestuurd). Enkele van de fraters daar zijn op een gegeven moment, als eerste blanken, in een zwarte woonwijk gaan wonen. Later volgde de onafhankelijkheid van het land en werd de apartheid afgeschaft.
Ik vond het bijzonder aangenaam om met de aartsbisschop en zijn twee medewerkers in de tuin koffie te drinken. Naast het vriendschappelijke contact - voor mij voelde het zo, al was het de eerste keer dat ik hem ontmoette - was er ook het besef en het weldadige gevoel van te behoren tot een wereldkerk, een wereldwijde geloofsgemeenschap van mensen van verschillende rassen, volken, culturen. Dat die wereldkerk niet volmaakt is, weet ik, daar is in ons land uitgebreid over gesproken en geschreven. Zelf zie ik het vooral als iets wonderlijks: dat het mogelijk is om met zoveel verschillende mensen, die zo heel verspreid wonen, één kerk te vormen. Bij alle verschillen herkennen we elkaar als gelijkgezinden, als mensen die dezelfde weg gaan ook al bevinden we ons niet allemaal op hetzelfde punt en verschilt ook ons tempo. Dat familie-gevoel was voor mij intens, gistermiddag, zonder dat we veel hoefden te spreken.
Frater Paul op 16.06.05 om 09:42 [link-->]
Op bezoek gaan
Gisteren kwam de bezoekgroep voor de Willem II-gevangenis, Tilburg, weer bijeen. We zijn nu met zes mensen en bezoeken vreemdelingen die gedetineerd zijn met het oog op hun vermoedelijke uitzetting. Ze zitten er dus niet wegens een veroordeling, al komt het incidenteel voor dat een gevangene er ook een straf uitzit.
Ze verkeren in grote onzekerheid: word ik uitgezet en wanneer? Waar kom ik dan terecht?
Voor een aantal van hen geldt dat het land van herkomst (of het land waar zij zeggen vandaan te komen) hen weigert. Dan belanden ze in Nederland op straat, illegaal, en moeten maar zien hoe ze zich redden.
Wij komen bij hen op bezoek, niet als juridisch adviseurs of maatschappelijk werkers, maar als 'vrienden'. We voeren met hen gesprekken over wat ze meemaken in de gevangenis, natuurlijk ook over hun toekomst en soms over hun verleden of over wat ze op t.v. hebben gezien of bij het lezen van een boek zijn tegengekomen.
Onze bezoekgroep bestaat uit vrijwilligers en valt onder Vluchtelingenwerk.
Frater Paul op 16.06.05 om 09:14 [link-->]
woensdag, 15 juni 05
Krijgen wat je vraagt

Vanmorgen vielen me in het evangelie volgens Johannes de volgende zinnen op(16, 23b/24b):
"Wat je de Vader ook zult vragen, Hij zal het je geven in mijn Naam" en "Vraag en je zult verkrijgen, opdat je vreugde volkomen zal zijn."
Op het eerste gezicht moeilijke woorden van Jezus waarvan ik me heb afgevraagd: waarom raken die me zo? Wat hebben ze met mij te maken, in het hier en nu? Wat zou ik Jou, God, willen vragen, en heb ik het idee dat ik het dan ook krijg? Geld, mooi weer, een leuke vakantie, een nieuwe fiets, een kaartje voor De Efteling.... Eigenlijk wilde ik aan al deze dingen niet denken, omdat het helemaal niet past in mijn relatie met Jou. Jij bent geen 'tovenaar' of 'suikeroom' die met een dikke portemonnee rondloopt en onze vriendschap koopt. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat geld, vakantie en al die dingen er niet toe doen. Er is nog te veel 'stille armoede' en financiële nood in ons eigen land (en daarbuiten) om daar schouderophalend aan voorbij te gaan.
Mijn eigenlijke verlangen heeft ook daarmee te maken (dat die nood mensen niet het leven zuur maakt), maar gaat dieper, is ruimer. Ik moest denken aan een verhaal dat ik deze week hoorde. Het heeft zich afgespeeld in een gezin waar één van de kinderen soms agressief wordt en dan onhandelbaar is. Zoiets deed zich ook voor in een schoenenzaak, toen de schoenen die die jongen wilde hebben, niet in zijn maat voorradig waren. Hij explodeerde en zijn vader moest met hem op de vuist en drukte hem tenslotte op de vloer neer. Het moet de ouders toch door merg en been zijn gegaan dat ze dit met hun eigen kind hebben moeten meemaken...
Wat heb ik dan nog te verlangen, als ik dit hoor?
Frater Paul op 15.06.05 om 10:10 [Lees verder >]
dinsdag, 14 juni 05
Bezorger

Begin juni leverde de drukker het nieuwe Elimboekje bij ons af. Het bevat algemene informatie over de Elimgroep en een overzicht van de meditaties, cursussen en andere bijeenkomsten in de periode september - december 2005.
In de afgelopen week heb ik een aantal van deze boekjes bezorgd: aan huis bij geïnteresseerden die in ons bestand voorkomen, en bij parochies en bibliotheken. Bij het rondbrengen komen dan wel eens 'bedrijfseconomische' vragen in me op: heeft het wel zin dat ik deze boekjes bezorg, hoeveel mensen zullen het lezen, hoeveel mensen zullen er ons huis door gaan bezoeken, is het wel een goede investering?
Ik maak korte metten met deze stroom van twijfels: het boekje is goed en mooi, het mag gezien worden en zal best zijn weg vinden. En ook mensen die volgend halfjaar niet bij ons kunnen komen, kunnen erdoor geraakt worden en ideeën opdoen en anderen erop attent maken.
Wezenlijk is voor mij dat we er zijn als Elimgroep, dat de 'oase' Elim bestaat en goed onderhouden wordt en dat mensen er op zoek kunnen gaan naar de 'bron' in zichzelf en kennis kunnen maken met wat 'schatkamers' uit de christelijke traditie te bieden hebben.
Wie belangstelling heeft, kan het boekje bij ons opvragen (telefoon 013 - 46 38 505).
De inhoud ervan komt binnenkort op de website van de Elimgroep te staan (zie onder 'Mijn favorieten').
Frater Paul op 14.06.05 om 11:42 [link-->]
maandag, 13 juni 05
Druk, druk, druk...
Het overkomt me dat allerlei bezigheden, afspraken, taken en andere prikkels van buitenaf me in beslag nemen. Dan weet ik niet meer wie ik eigenlijk ben. In een roes ren en sjouw ik. Als ik dan weer eens goed naar mezelf kijk, moet ik lachen om dat drukke baasje: zo is mijn leven - als frater, maar ook als ik geen frater was - toch niet bedoeld?
'Het druk hebben' geeft status. Je stijgt in aanzien als je agenda vol zit. Voor iedereen in onze samenleving is het dan ook verleidelijk om op te gaan in bezigheden, in 'drukte'. Het poetst je ego op en laat het glimmen. Maar is dat het hoogste doel in mijn leven?
De afgelopen dagen heb ik weer eens zitten lezen in een boekje van Leo Fijen: 'Hoe word ik gelukkig?' Het is twee jaar geleden verschenen en ik kreeg het toen met mijn verjaardag.
Daarin komen kloosterlingen aan het woord, die vertellen over hun zoeken naar God, over geluk, over hun weg in het leven. Eén van hen is Ria van Dinther, claris in een klooster in Nijmegen. Wat zij zegt over 'geluk' spreekt me aan, omdat ik voel dat het waar is. Het is geen gemakkelijk of 'goedkoop' antwoord dat je in twintig seconden bedenkt, maar een antwoord dat voortkomt uit levenservaring, uit een bewust omgaan met jezelf en met anderen, met je mogelijkheden en onmogelijkheden, en met die van anderen.
Ik wil haar citeren:
Frater Paul op 13.06.05 om 10:38 [Lees verder >]
zondag, 12 juni 05
Geraakt
Vanmorgen ging ik naar de parochiekerk om aan de eucharistieviering deel te nemen. Volgens het parochieblad zou er een koor zingen, bestaande uit verstandelijk gehandicapten. Ik vroeg me af of ik maar niet een andere kerk zou bezoeken. Niet dat het verkeerd is dat zo'n viering met en voor verstandelijk gehandicapten er is, maar zou ik er wel zo veel 'beleven', zou het niet langs me heen gaan?
Dat pakte anders uit: beleefd heb ik er heel wat.
De liederen die het koor zong - en die de aanwezigen gemakkelijk konden meezingen - waren niet nieuw, niet 'bij de tijd gebracht', niet van pioniers afkomstig. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze wat ouderwets waren, al vaak gebruikt, 'stukgezongen'. En toch maakten ze mijn hart open. Ik zag in het koor een groep mensen voor me die er niet 'flitsend', vooraanstaand of 'bij de tijd' uitzag. Sommigen zongen enthousiast mee, maar er waren er ook die - onafgebroken in dezelfde houding - slechts aanwezig konden zijn en aan wie niet te merken was of de viering hun iets deed. En dan te zingen: "We hebben hier een uurtje feest" in het openingslied: een zin die de enthousiaste zangers met heel hun wezen uitdroegen. Wat ben ik dan een nuchtere kerkganger, dat ik me aan zulke woorden zelfs een beetje erger, als ik ze voor het eerst lees - een ergernis die gauw voorbij was, toen ze in de viering gezongen werden.
In datzelfde lied stond: "Luister naar een mooi verhaal van Jezus die de mensen kent hoe groot of ook hoe klein je bent; hij wil er altijd zijn voor groot en klein". Als ik die op een willekeurig moment buiten deze viering zou horen of lezen, zou ik denken: ja, dat klopt wel, ik zou het zo ook willen en moeten voelen, maar het is ook erg kort door de bocht. En vanochtend viel het op zijn plaats. Deze mensen van het koor bevestigden door hun aanwezigheid hoe waar die zinnen zijn. Maatschappelijk zou je hen 'klein' moeten noemen, kwetsbaar, niet in staat zich te redden in het leven. Maar Jezus kent hen en wil er voor hen zijn. En als volgeling van Hem is het ook aan mij om er voor deze mensen te zijn en het niet beneden mijn waardigheid te achten om met hen in contact te komen.
Er zou nog veel meer over deze viering te zeggen zijn - het boekje ligt voor me en er zijn meer teksten die me geraakt hebben. Toch heb ik het belangrijkste al geschreven: wat deze mensen zongen, raakte me. Ze deden een beroep op me om niet te denken dat 'geloven' vooral afhankelijk is van grote woorden, vernieuwend taalgebruik, 'flitsende' vieringen. Het gaat er primair om of mijn hart nog meedoet: of ik geraakt word door ontmoetingen met anderen - in wie ik ook de Heer kan ontmoeten - en of ik in relatie kan staan tot hen en tot Degene die mijn leven omvat, die me adem geeft en voedsel, bij wie ik me geborgen kan weten wat er ook gebeurt en waar ik maatschappelijk ook terecht kom.
Ik ben niet tegen liturgische vernieuwing. Integendeel: ik denk dat het voor ons, christenen, een opdracht is om in onze eigen tijd en situatie opnieuw te verwoorden wat het evangelie ons zegt, wat God voor ons betekent, hoe wij over Hem willen spreken zonder Hem te kunnen doorgronden en te kunnen omschrijven, want zijn bestaan is een groot mysterie. Maar bij alle zorg die ik heb om liturgische vernieuwing en het 'open maken' van de bijbelverhalen en andere schatten uit onze traditie, was ik verrast om vanochtend te ontdekken hoe zo'n viering die daar haaks op lijkt te staan, me zo pakte. En daarin waren die 'kleine' mensen voor mij ineens even 'groot'.
Frater Paul op 12.06.05 om 05:22 [link-->]
vrijdag, 10 juni 05
Vandaag
Ik zit in de dagboeknotities van Etty Hillesum te lezen en zie staan:
"'s Avonds 11 uur. - Zo'n dag is eigenlijk heel lang, er gebeurt veel. Ik ben zo verschrikkelijk tevreden op het ogenblik, achter dit bureau."
Vreemd toch, dat ik me op dit moment ook zo voel: tevreden omdat het nu even rustig is in huis, dit als contrast met een volle dag waarop veel gebeurd is. De laatste voorbereidingen voor de lustrumviering van het koor Katharsis vroegen vandaag de aandacht van een aantal mensen, ook van mij. Zo heb ik voornamelijk inkopen gedaan. En ik was erbij toen we met enkele mensen het programma voor de dag doornamen.

Ik ben in Etty Hillesum gaan lezen omdat ik ontdekte dat bij haar de innerlijke ruimte, de innerlijke vrijheid zo duidelijk aanwezig waren. Temidden van de jodenvervolging, de inperking van de uiterlijke vrijheid door de nazi's, blijft zij fier overeind staan. Ze brengt dat gevoel en besef van innerlijke vrijheid, van ruimte in haar binnenste, nadrukkelijk in verband met God, maar op een heel eigen manier, en los van ieder instituut, los van de synagoge en van de geïnstitutionaliseerde godsdienst.
Een ander stukje tekst van haar, dat ik vandaag las, wil ik hier ook graag citeren:
"26 augustus, dinsdagavond. - Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden.
Ik stel me voor dat er mensen zijn die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn er ook die het hoofd buigen en in de handen verbergen, ik denk dat die God binnen in zich zoeken."
De woorden die zij kiest, had ik niet kunnen kiezen, de beelden die ze oproept zijn ook niet direct mijn beelden, maar waar het haar over gaat, dat herken ik heel goed: die 'Godverlatenheid' die er soms kan zijn ook in mijn leven, die momenten, die dagen waarop ik niet 'bij God kan' en ik hem als het ware moet opgraven (waar ik niet altijd sterk genoeg voor ben)...dat is herkenbaar. Ik heb het idee dat ik als frater niet gemakkelijker 'toegang' tot God heb en dat er ook niet minder 'stenen en gruis' voor de put liggen dan bij wie ook. Wel maakt het verschil of je God zoekt, of je er veel voor over hebt om die tocht - een levenslange pelgrimstocht eigenlijk - vol te houden.
En wat Etty schrijft over dat zoeken van God buiten jezelf en in jezelf vind ik treffend: volgens mij geldt voor een aantal mensen (ook voor mij) dat ze Hem zowel buiten als binnen zichzelf zoeken. Hij is groter dan ik en niet te vatten, te omschrijven, maar als ik Hem te groot ga denken, besef ik weer dat Hij in mij wil wonen, dat ik (en ieder ander mens) daarvoor niet te klein of onbelangrijk ben.
Wonderlijk en merkwaardig dat woorden van Etty Hillesum, ruim 60 jaar geleden neergeschreven, zo kunnen resoneren, vanavond in mij achter dit bureau en deze computer.
Frater Paul op 10.06.05 om 09:35 [link-->]